Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBACM:2015:37

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
27-11-2015
Datum publicatie
21-12-2015
Zaaknummer
2014/67133
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Grondbelasting jaar 2013.

Ingevolge artikel 28 van de Grondbelastingverordening 1908 kan belanghebbende slechts in het eerste jaar van het vijfjarig tijdvak waarin de aanslag wordt vastgesteld in bezwaar komen. Het eerste jaar is 2012. De aanslag 2013 is eerder opgelegd dan de aanslag 2012. De Raad oordeelt dat in dat geval 2013 als eerste jaar dient te worden aangemerkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking d.d. 27 november 2015, nr. 2014/67133

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN

zitting houdende in Curaçao,

inzake:

X, woonachtig in Nederland, belanghebbende,

tegen

de Inspecteur der Belastingen

1 Het procesverloop

1.1

Aan belanghebbende is op 16 september 2013 een aanslag grondbelasting opgelegd voor het

jaar 2013 voor de onroerende zaak Y te Curaçao, naar een belastbare waarde van Naf. 135.000,- en een te betalen bedrag aan grondbelasting van Naf. 466,- inclusief opcenten.

1.2

Belanghebbende is op 7 oktober 2013 tegen de aanslag in bezwaar gekomen.

1.3

Op 18 december 2013 heeft de Inspecteur uitspraak op bezwaar gedaan en de aanslag gehandhaafd.

1.4

Belanghebbende is op 18 februari 2014 pro forma in beroep gekomen.

1.5

Op 7 november 2014 werd de aanslag grondbelasting voor het jaar 2013 door de Inspecteur verminderd tot een naar een belastbare waarde van Naf. 65. 600,- en een te betalen bedrag aan grondbelasting van Naf. 227,-.

1.6

Per e-mail van 25 augustus 2015 heeft belanghebbende de Raad verzocht de geplande zitting van 18 september 2015 te laten vervallen teneinde hem de mogelijkheid te bieden zijn beroepschrift te motiveren. Dit verzoek van belanghebbende is door de voorzitter van de Raad afgewezen.

1.7

Ter zitting van 18 september 2015 te Willemstad is namens de Inspecteur verschenen A en de heer B. Belanghebbende is niet verschenen.

1.8

De Inspecteur heeft ter zitting een pleitnota overhandigd.

2 De tussen partijen vaststaande feiten

2.1

Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting is gezegd, komen vast te staan. Het is tussen partijen niet in geschil of door één van de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.

2.2

Belanghebbende is sedert 2007 eigenaar van de onroerende zaak, gelegen in Y. Aan belanghebbende is met dagtekening 16 september 2013 onderhavige aanslag opgelegd. De aanslag voor 2012 is later opgelegd. Het jaar 2012 is het eerste jaar van het tijdvak van vijf jaren als bedoeld in artikel 14 van de Grondbelastingverordening 1908.

3 De standpunten van partijen

3.1

De inspecteur doet haar standpunt steunen op de gronden welke daartoe door haar zijn aangevoerd in de van haar afkomstige stukken, alsmede op hetgeen zij ter zitting heeft bijgebracht.

3.2

Belanghebbende heeft zijn beroepschrift niet gemotiveerd en is ook niet verschenen op de zitting. Dientengevolge is het standpunt van belanghebbende niet duidelijk.

3.3

De Inspecteur stelt primair dat het beroep niet ontvankelijk is omdat slechts bezwaar openstond tegen het eerste jaar van het tijdvak, zijnde 2012. Subsidiair stelt de Inspecteur zich op het standpunt dat de aanslag grondbelasting voor het jaar 2013 terecht verminderd is tot een naar een belastbare waarde van Naf. 65.000,- en een belastingbedrag van Naf. 227,-.

4 Beoordeling van het beroep

Vooraf.

3.1

Belanghebbende heeft op 25 augustus 2015 verzocht om uitstel van de zitting omdat hij pas op 22 augustus 2015 een reactie heeft mogen krijgen van de Belastingdienst. Naar het oordeel van de Raad heeft belanghebbende voldoende tijd gehad om op de standpunten van de Inspecteur te reageren. Gelet op het belang van een adequate voortgang van de procedure is terecht geen uitstel van de zitting verleend.

Ontvankelijkheid beroep.

Stelling Inspecteur

3.2

Ingevolge artikel 28 van de Grondbelastingverordening 1908 kan belanghebbende slechts in het eerste jaar van het vijfjarig tijdvak waarin de nieuwe aanslag is vastgesteld bezwaar indienen bij de Inspecteur. Naar het oordeel van de Raad dient deze bepaling zo gelezen te worden dat tegen de eerst opgelegde aanslag in een tijdvak bezwaar gemaakt kan worden (vergelijk Raad van Beroep 30 september 2013, nr. 2010/62420, ECLI:NL:ORBBACM:2013:5). Dat is in dit geval, naar tussen partijen vaststaat, de aanslag over 2013. Dat houdt in dat het bezwaar ontvankelijk is en dat de primaire stelling van de Inspecteur wordt verworpen.

Ambtshalve

3.3

Artikel 5, lid 2 van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken (LBB) bepaalt dat het beroepschrift met redenen omkleed moet zijn. Indien de belanghebbende daaraan niet heeft voldaan wordt hij in de gelegenheid gesteld om dat verzuim binnen een bepaalde termijn te herstellen (artikel 7, lid 1 LBB). De Raad heeft belanghebbende op 19 februari 2014 schriftelijk verzocht om het niet gemotiveerde beroepschrift alsnog binnen zes weken te motiveren. Belanghebbende heeft het beroep niet binnen die zes weken en ook daarna niet gemotiveerd. Gelet daarop verklaart de Raad het beroep niet- ontvankelijk. Aan een inhoudelijke behandeling komt de Raad derhalve niet toe.

4 Beslissing

De Raad verklaart het beroep niet- ontvankelijk.

Aldus gedaan door mrs. S. Verheijen, M. de Werd en A. Beukers-van Dooren in tegenwoordigheid van de secretaris M. Faro MSc en uitgesproken op 27 november 2015.

De griffier, Bij afwezigheid van de

voorzitter tekent de rechter mr. drs. M. de Werd,