Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBACM:2015:29

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
31-08-2015
Datum publicatie
08-09-2015
Zaaknummer
2013/65296
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het zonder meer corrigeren van alle, aan een (niet gelieerde) verzekeringsmaatschappij betaalde pensioenpremies en het zonder enige onderbouwing opleggen van een forse vergrijpboete is ernstig onzorgvuldig. Bezwaarkostenvergoeding ex art. 32a ALL.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking d.d. 31 augustus 2015, nr. 2013/65296

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN

zitting houdende op Curaçao

inzake:

X N.V., gevestigd te Curaçao, belanghebbende,

gemachtigde: [Y],

tegen

de Inspecteur der Belastingen op Curaçao, de Inspecteur.

1 Het procesverloop

1.1

Aan belanghebbende is met dagtekening 20 mei 2011 een naheffingsaanslag in de winstbelasting opgelegd voor het jaar 2006. Gelijktijdig is aan belanghebbende bij beschikking een boete opgelegd ten bedrage van 25% van de nageheven winstbelasting.

1.2

Belanghebbende is op 20 juni 2011 tijdig in bezwaar gekomen tegen de naheffingsaanslag en de boetebeschikking. Bij uitspraak van 26 augustus 2013 heeft de Inspecteur de aanslag en de boete gehandhaafd.

1.3

Belanghebbende is op 27 september 2013 tijdig tegen deze uitspraken in beroep gekomen.

1.4

De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend. Hij heeft bij ambtshalve beschikking de naheffingsaanslag verminderd en de boetebeschikking vernietigd.

1.5

Ter zitting van 17 maart 2015 te Willemstad zijn verschenen [A] namens de Inspecteur en namens belanghebbende de hiervoor genoemde gemachtigde.

2 De tussen partijen vaststaande feiten

Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting is gezegd, komen vast te staan. Het is tussen partijen niet in geschil of door één van de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.

2.1.

In de bij de aangifte gevoegde jaarrekening van belanghebbende voor het jaar 2006 is ter zake van de in aftrek gebrachte pensioenpremies het volgende vermeld: “[Belanghebbende] is met [Z {Raad: een verzekeringsmaatschappij}] in 2006 in discussie getreden over de omvang van de per balansdatum nog verschuldigde bedragen. De uitkomst van deze discussie kan van grote invloed zijn op het vermogen van [belanghebbende]. De directie is echter onzeker over de uitkomst van deze discussie en acht het daarom niet mogelijk een reële inschatting van een aanvullende reservering te maken.” Deze melding heeft ertoe geleid dat, bij de vaststelling van de belastbare winst van belanghebbende ten behoeve van de aanslagregeling, de in aftrek gebrachte pensioenpremies voor het gehele bedrag zijn gecorrigeerd.

2.2.

Bij de onderhavige naheffingsaanslag zijn daarnaast correcties op het door belanghebbende aangegeven belastbare bedrag aangebracht ter zake van de omzet en de beperkt aftrekbare reis- en representatiekosten. Belanghebbende is niet om een toelichting op de bewuste posten van de aangifte verzocht.

2.3.

De afwijking van de aangifte van belanghebbende is op het biljet van de naheffingsaanslag als volgt gemotiveerd: “Uw omzet volgens uw OB aangiften bedraagt 2.686.382 terwijl uw jaarrekening een omzet vermeld[t] van 2.624.881. Repr. kosten en reiskosten volgens uw aangifte 2.787 t.o.v. 20% van 16.631 en 5.536 = 4.433. U heeft geen toelichting en berekening pensioenpremie bijgevoegd.”

2.4.

Tegelijk met de naheffingsaanslag is aan belanghebbende een vergrijpboete van 25% opgelegd. Belanghebbende is daarvan niet tevoren in kennis gesteld. De gronden waarop de oplegging van de boete berust zijn niet bij de desbetreffende beschikking aan belanghebbende meegedeeld.

2.5.

Het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag is uitgebreid gemotiveerd.

2.6.

In de bezwaarfase heeft namens de Inspecteur een boekenonderzoek door de BAB plaatsgevonden. Belanghebbende is niet over de correcties dan wel de bevindingen van het boekenonderzoek gehoord. Zij had daarom wel in haar bezwaarschrift verzocht. Bij de bestreden uitspraak op bezwaar zijn de correcties en de boete gehandhaafd.

2.7.

Bij ambtshalve genomen beschikking van 16 maart 2015 zijn alle correcties behoudens de omzetcorrectie teruggenomen en is de vergrijpboete vernietigd.

3 Geschil

Tussen partijen bestaat ter zake van de hoogte van de verschuldigde winstbelasting geen geschil meer. Tussen hen is nog uitsluitend in geschil of belanghebbende recht heeft op een vergoeding van haar kosten in de bezwaarfase.

4 De standpunten van partijen

4.1.

Belanghebbende vindt dat haar een kostenvergoeding toekomt ter zake van het maken van bezwaar. Haar gemachtigde heeft daarvoor nogal wat werkzaamheden moeten verrichten. De Inspecteur is zonder belanghebbende te raadplegen van de aangifte afgeweken. Het merendeel van de correcties is uiteindelijk bij de ambtshalve vermindering teruggenomen. Bij de oplegging van de vergrijpboete zijn artikelen 22 en 23 van de Algemene Landsverordening Landsbelastingen (ALL) niet in acht genomen.

4.2.

De Inspecteur is van mening dat belanghebbende de posten ter zake waarvan de correcties (aanvankelijk) zijn aangebracht al bij de aangifte had moeten toelichten. De vergrijpboete is inderdaad onvoldoende onderbouwd, doch uit het aanslagbiljet kon worden afgeleid waarop de boete was gebaseerd. Wellicht dat op bepaalde punten onzorgvuldig is gehandeld, maar de naheffingsaanslag is niet ernstig onzorgvuldig tot stand gekomen. Belanghebbende komt geen recht toe op een kostenvergoeding.

5 Beoordeling van het geschil

5.1.

Ingevolge artikel 32a van de ALL bestaat in geval van ernstige onzorgvuldigheid bij het tot stand komen van de voor bezwaar vatbare beschikking voor de belastingplichtige recht op een vergoeding van kosten, die hij in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken. Het derde lid van voormeld artikel biedt de mogelijkheid dat bij ministeriële beschikking nadere regels worden gesteld met betrekking tot de kosten waarop de in het eerste lid bedoelde vergoeding uitsluitend betrekking kan hebben en de wijze waarop het bedrag van de kosten wordt vastgesteld. Van deze mogelijkheid is gebruik gemaakt bij de Beschikking proceskostenvergoeding bezwaarfase belastingzaken (P.B. 2010, nr. 65, de Beschikking). De Beschikking voorziet in een forfaitaire vaststelling van het bedrag van de kostenvergoeding.

5.2.

Vaststaat dat belanghebbende tijdig aangifte voor de winstbelasting voor het jaar 2006 heeft gedaan, dat op de aangegeven winst de in 2.1 en 2.2 omschreven correcties zijn aangebracht, dat aan belanghebbende de (zoals in 2.3 is aangehaald) uiterst summier gemotiveerde naheffingsaanslag is opgelegd, dat vervolgens een boekenonderzoek heeft plaatsgevonden en dat uiteindelijk slechts één correctie door de Inspecteur is gehandhaafd. Voorts staat vast dat tegelijk met de naheffingsaanslag aan belanghebbende een vergrijpboete is opgelegd, dat die boete - in strijd met de artikelen 22 en 23 van de ALL - niet tevoren is aangekondigd en evenmin bij de oplegging met de gronden daarvan is onderbouwd en dat de boete uiteindelijk door de Inspecteur is vernietigd.

5.3.

Naar het oordeel van de Raad kan uit de toelichting in de jaarrekening van belanghebbende voor het jaar 2006 (zie 2.1) niet worden afgeleid dat belanghebbende ten onrechte pensioenpremies in aftrek had gebracht. Integendeel, daaruit bleek veeleer dat zij, in het verleden dan wel het onderhavige jaar, een te laag bedrag aan premie-aftrek had geclaimd. Zo dit een en ander de Inspecteur niet voldoende duidelijk was, heeft het op zijn weg gelegen om belanghebbende op dit punt om een toelichting te vragen. Het zonder meer corrigeren van alle - aan een (niet gelieerde) verzekeringsmaatschappij betaalde - pensioenpremies acht de Raad ernstig onzorgvuldig. Ook het zonder enige onderbouwing opleggen van een forse vergrijpboete moet naar het oordeel van de Raad als ernstig onzorgvuldig worden aangemerkt. Voor belanghebbende bleef aldus immers onduidelijk welke gedraging haar werd verweten; dat de vermelding in de jaarrekening 2006 door de Inspecteur zou worden misverstaan, had zij niet behoeven te voorzien.

5.4.

De Raad is op grond van het vorenoverwogene van oordeel dat de naheffingsaanslag (deels) en de boetebeschikking door ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht tot stand zijn gekomen. De Raad is voorts van oordeel dat door belanghebbende in redelijkheid kosten zijn gemaakt in verband met de behandeling van haar bezwaar. Zij heeft daarom recht op een vergoeding van kosten als bedoeld in artikel 32a van de ALL.

5.5.

Nu de door belanghebbende verzochte vergoeding is gebaseerd op de forfaitaire maatstaven van de Beschikking zal de Raad die vergoeding toewijzen en overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Beschikking vaststellen op: 1 punt voor proceshandelingen (bezwaarschrift) x 1,5 (gewicht van de zaak) x Naf 100 (waarde per punt) is Naf 150.

6 Beslissing

De Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak waarvan beroep, handhaaft de naheffingsaanslag zoals door de Inspecteur bij de ambtshalve beschikking van 16 maart 2015 nader vastgesteld, vernietigt de vergrijpboete en veroordeelt het Land tot vergoeding aan belanghebbende van de door haar gemaakte bezwaarkosten tot een bedrag van Naf. 150.

Aldus gedaan door mrs. S. Verheijen, G.J. van Muijen en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de secretaris en uitgesproken op 31 augustus 2015.