Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBACM:2014:27

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
01-09-2014
Datum publicatie
17-12-2014
Zaaknummer
2011- 53387, 53388 en 53389
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Beschikking d.d. 1 september 2014, nr. 2011- 53387, 53388 en 53389

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN

zitting houdende op Curaçao

inzake:

Advokatenpraktijk X N.V., gevestigd te Curaçao, belanghebbende,

gemachtigde Y,

tegen

de Inspecteur der Belastingen op Curaçao.

1 Het procesverloop

1.1

Aan belanghebbende zijn op 16 maart 2010 voor de jaren 2005, 2006 en 2007 naheffingsaanslagen in de loonbelasting met een verzuimboete opgelegd.

1.2

Belanghebbende is op 6 april 2010 tijdig in bezwaar gekomen tegen de aanslagen. De Inspecteur heeft geen uitspraak op de bezwaarschriften gedaan.

1.3

Belanghebbende is op 28 december 2011 tijdig in beroep gekomen.

1.4

De Inspecteur heeft op 25 maart 2014 een drietal vertoogschriften ingediend.

1.5

Ter zitting van 27 maart 2014 te Willemstad zijn verschenen namens belanghebbende Y. Namens de Inspecteur is verschenen mr. C.M. Rosenda.

1.6

Ter zitting heeft de Inspecteur toegezegd de verzuimboetes te vernietigen.

2 De tussen partijen vaststaande feiten

Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting is gezegd, komen vast te staan. Het is tussen partijen niet in geschil of door één van de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.

2.1

Belanghebbende oefent een advocatenpraktijk uit op Curaçao. Directeur en enig werknemer van belanghebbende is mr. X, woonachtig in Nederland (hierna: X). X verblijft enige maanden per jaar op Curaçao onder meer om bepaalde rechtszaken te begeleiden.

2.2

Bij een onderzoek door de Stichting Belastingaccountantsbureau bleek dat, met de omschrijving “Representatiekosten” en “Contributies en abonnementen”, belanghebbende de volgende bedragen ten laste van haar resultaat heeft geboekt:

2005 Naf 2.552

2006 Naf 4.881

2007 Naf 6.927.

a. De desbetreffende kosten zijn de kosten die belanghebbende betaald heeft voor het lidmaatschap van haar directeur van een tweetal op Curaçao gevestigde golfclubs en voor de overige met het beoefenen van de golfsport gepaard gaande kosten.

2.3

De Inspecteur heeft de onder 2.2 genoemde bedragen tot het loon van de directeur van belanghebbende gerekend en daarover loonbelasting nageheven.

3 Geschil

3.1.

Tussen partijen is primair in geschil het antwoord op de vraag of de door belanghebbende betaalde kosten wegens representatie, contributies en abonnementen tot het loon van haar directeur moeten worden gerekend.

3.2.

Subsidiair stelt belanghebbende dat, zo er al sprake is van loon, de te belasten besparingswaarde voor de jaren 2005, 2006 en 2007 niet meer bedraagt dan Naf 600,- per jaar.

3.3.

Meer subsidiair stelt belanghebbende dat, zo er al sprake is van loon, de te belasten besparingswaarde voor het jaar 2005 Naf 530,-, voor het jaar 2006 Naf 1.000,- en voor het jaar 2007 Naf 1.450,- bedraagt.

4 De standpunten van partijen

4.1

Belanghebbende is van mening dat er geen sprake is van loon omdat de golfbaan een uitstekende plaats is om een netwerk van zakelijke relaties op te bouwen en te onderhouden; naar de mening van belanghebbende heeft de beoefening van de golfsport daarmee (mede) een zakelijk karakter en is er in casu sprake van gemengde kosten.

4.2

De Inspecteur is van mening dat de kosten een zodanig privé karakter hebben dat er geen sprake is van gemengde kosten; de betreffende kosten worden terecht als loon aangemerkt

4.3

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, alsmede op hetgeen zij ter zitting hebben bijgebracht.

5 Beoordeling van het geschil

5.1

Naar het oordeel van de Raad behoren kosten van sportbeoefening en het lidmaatschap van een sportvereniging in het algemeen tot de privé sfeer van een werknemer. De omstandigheid dat de golfsport tevens de mogelijkheid biedt tot het onderhouden en uitbouwen van commerciële netwerken maakt dit naar het oordeel van de Raad op zichzelf genomen niet anders. Belanghebbende heeft geen feiten en omstandigheden gesteld die daaraan in het onderhavige geval zouden kunnen afdoen. Ter zitting is komen vast te staan dat X als enige gebruik maakt van het lidmaatschap. Indien de werkgever besluit om deze privé kosten voor haar rekening te nemen, brengt dit oordeel met zich dat de betreffende bedragen tot het loon van de betreffende werknemer moeten worden gerekend.

5.2

De Raad acht geen redenen aanwezig om een lager bedrag aan loon in aanmerking te nemen dan de werkelijke door de werkgever betaalde kosten. Het feit dat men tegen een lager bedrag aan te betalen ‘greenfee’ eveneens op de betreffende banen de golfsport kan beoefenen, brengt naar het oordeel van de Raad niet met zich dat in casu als loon een lagere besparingswaarde dan de werkelijke door de werkgever voor haar rekening genomen kosten als loon dient te worden belast.

5.3

De Raad zal het beroep gegrond verklaren, nu vaststaat dat de Inspecteur ten onrechte geen uitspraak heeft gedaan op het door belanghebbende tegen de naheffingsaanslagen ingediende bezwaarschrift. Inhoudelijk volgt uit het hiervoor overwogene dat het beroep gegrond is voor wat betreft de opgelegde verzuimboetes en ongegrond voor wat betreft de nageheven loonbelasting.

5.4

De Raad is van oordeel dat er sprake is van een ernstige onzorgvuldigheid aan de zijde van de Inspecteur doordat niet tijdig uitspraak op bezwaar is gedaan. Belanghebbende was daardoor immers genoodzaakt om extra kosten te maken teneinde een beslissing op haar bezwaren te verkrijgen. De Raad is voorts van oordeel dat door belanghebbende in redelijkheid kosten zijn gemaakt in verband met de behandeling van haar bezwaren. In zoverre acht de Raad termen aanwezig om de Inspecteur te veroordelen in een schadevergoeding in verband met de door belanghebbende in de bezwaarfase gemaakte kosten. De Raad acht een vergoeding van Naf 250,- in dit verband redelijk en zal deze toewijzen.

6 Beslissing

De Raad verklaart het beroep gegrond, vermindert de naheffingsaanslagen met de daarin begrepen verzuimboetes, handhaaft de naheffingsaanslagen voor de nageheven loonbelasting en veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding aan belanghebbende van de door haar gemaakte bezwaarkosten ten bedrage van Naf. 250,-.

Aldus gedaan in raadkamer door mrs. M.T. Boerlage, voorzitter, G.J. van Muijen en E.F. Faase, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris mr. B. Jussen en uitgesproken in het openbaar op 1 september 2014.

Deze uitspraak is ondertekend door, mr. S. Verheijen, huidige voorzitter van de Raad van Beroep in Belastingzaken tevens lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, nu de voorzitter en de leden die over deze zaak hebben gezeten daartoe buiten staat zijn.