Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBACM:2014:14

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
14-05-2014
Datum publicatie
01-08-2014
Zaaknummer
2012-55733
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Geen recht op toepassing van het bijzondere tarief op door dga ontvangen ‘afkoopsom’ nu in materiële zin van ontslag van de dga geen sprake was. Niet aannemelijk dat sprake was van een gedeeltelijk staken van werkzaamheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking d.d.14 mei 2014, nr. 2012-55733

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN

zitting houdende in Curaçao

inzake:

[X] te Curaçao, belanghebbende,

tegen

de Inspecteur der Belastingen.

1 Het procesverloop

1.1

Aan belanghebbende is met dagtekening 27 mei 2011 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over het jaar 2009 naar een belastbaar inkomen van Naf. 78.896, geheel belast naar het reguliere tarief.

1.2

Belanghebbende is op 28 juni 2011 in bezwaar gekomen tegen de aanslag. De Inspecteur heeft geen uitspraak gedaan.

1.3

Belanghebbende is op 9 mei 2012 in beroep gekomen tegen het niet doen van uitspraak.

1.4

De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend.

1.5

Ter zitting van 8 november 2013 te Willemstad zijn verschenen belanghebbende en namens de Inspecteur mr. L. Isidora en mr. S.V. James.

1.6

Belanghebbende heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en overgelegd.

2 De tussen partijen vaststaande feiten

2.1

Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting is gezegd, komen vast te staan. Het is tussen partijen niet in geschil of door één van de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.

2.2.

Belanghebbende was in 2009 directeur en enig werknemer van [X] Consultants NV (de NV). Hij is belastingadviseur. Tot 1 december 2008 had de NV een samenwerkingsverband met de maatschap [A] Belastingadviseurs. Per die datum is de samenwerking verbroken.

2.3.

De aandelen in de NV waren tot november 2011 eigendom van [Y] Holding NV (de holding). De aandelen in de holding waren eigendom van [Z] Foundation. Bestuurder van de Foundation was [B]. Belanghebbende is in 2011 middellijk enig aandeelhouder van de NV geworden.

2.4.

De omzet van de NV was in 2008 Naf. 238.060, in 2009 Naf. 81.990, in 2010 Naf. 123.424, in 2011 Naf. 273.394 en in 2012 Naf. 274.709. Vanaf 2011 zijn er meer werknemers in dienst bij de NV.

2.5.

In de periode tussen 1 december 2008 en april 2009 bedroeg de omzet van de NV Naf. 24.651.

De werkzaamheden die belanghebbende daarvoor verrichtte (namens de NV) hadden vooral betrekking op (de afronding van) werkzaamheden voor klanten van het in 2.2 bedoelde samenwerkingsverband.

2.6.

In een brief van 27 april 2009 heeft [B] namens de NV (als “Bijzonder vertegenwoordiger van [de NV]”) aan belanghebbende meegedeeld dat in een buitengewone aandeelhoudersvergadering van de NV van 27 april 2009 was besloten het voornemen om de arbeidsrechtelijke relatie met belanghebbende te verbreken, te bekrachtigen, met als reden dat de NV, na verbreking van het samenwerkingsverband, vrijwel opgehouden had activiteiten te verrichten. De brief vermeldt dat de NV aan belanghebbende een ontslagvergoeding toekent van één jaarsalaris ad Naf. 96.000 en dat zij de ziektekosten, alsmede de kosten van belanghebbendes telefoon en auto voor 2009 blijft dragen, hetgeen volgens de genoemde brief tezamen een (belaste) ontslagvergoeding ad Naf. 101.250 oplevert. Blijkens de brief is de ontslagdatum gesteld op 1 januari 2009; de uitbetaalde salarissen over januari tot en met april 2009 worden geacht in de overeenkomst te zijn begrepen.

2.7.

Belanghebbende heeft in 2009 het bedrag van Naf. 96.000 ontvangen. In 2010 heeft hij van de NV een tantième ontvangen van Naf. 30.000 en in 2011 en 2012 een salaris van Naf. 48.000 (per jaar).

3 Geschil

Tussen partijen is in geschil of belanghebbende recht heeft op toepassing van het bijzondere tarief van artikel 24, lid 2, LIB in samenhang met artikel 11, lid 1, LIB, meer in het bijzonder of sprake is van een afkoopsom of schadeloosstelling ter vervanging van te derven beloningen of ter zake van het staken of niet verrichten van werkzaamheden.

4 De standpunten van partijen

4.1.

Belanghebbende meent dat het bijzondere tarief moet worden toegepast.

4.2.

De Inspecteur stelt dat geen sprake is geweest van ontslag en dat belanghebbende zijn werkzaamheden voor de NV heeft voortgezet.

5 Beoordeling van het geschil

5.1.

Artikel 24, lid 2, LIB in samenhang met artikel 11, lid 1, sub 1, LIB bepaalt - voor zover in dit geschil van belang - dat het bijzondere tarief van toepassing is op inkomsten in de vorm van afkoopsommen, schadeloosstellingen en tegemoetkomingen welke toegekend zijn (a) ter vervanging van gederfde of te derven beloningen, of (b) ter zake van het staken of niet verrichten van werkzaamheden in de ruimste zin.

5.2.

In de brief van 27 april 2009 is vermeld dat belanghebbende door de NV wordt ontslagen. Uit de feiten die zijn weergegeven in 2.4. en 2.5. blijkt echter dat belanghebbende, zij het in het begin op kleinere schaal dan daarvoor, werkzaamheden voor de NV is blijven verrichten. Niet in geschil is immers dat de omzet van de NV tot 2011 geheel werd gerealiseerd door belanghebbende die enig werknemer was van de NV.

5.3.

Hetgeen in 5.2. is overwogen, leidt tot de conclusie dat de NV haar activiteiten niet heeft gestaakt en dat in materiële zin van ontslag van belanghebbende geen sprake is geweest. Ook is niet aannemelijk geworden dat de arbeidsovereenkomst tussen belanghebbende en de NV zodanig is gewijzigd dat sprake was van een gedeeltelijk staken van werkzaamheden. Voorzover al aannemelijk is te achten dat gedurende de eerste 4 maanden van 2009 de activiteiten van de NV en de werkzaamheden van belanghebbende uiterst gering zijn geweest, is naar het oordeel van de Raad sprake van een tijdelijke onderbreking van die activiteiten en werkzaamheden. Belanghebbende heeft ter zitting nog wel gesteld dat hij na die periode substantieel minder is gaan werken, namelijk 30 uur in plaats van 60 uur per week, maar dat daarover afspraken zijn gemaakt met de NV is niet aannemelijk geworden. De omstandigheid dat belanghebbende in 2009 geen (andere) vergoeding heeft genoten dan de in 2.6 vermelde ‘ontslagvergoeding’ en dat ook geen (andere) vergoeding met de NV is overeengekomen, doet aan hetgeen hiervoor is overwogen niet af.

5.4.

Het vorenoverwogene leidt tot het oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat het bedrag van Naf. 96.000 in 2009 is betaald als ontslagvergoeding of anderszins als afkoopsom, schadeloosstelling of tegemoetkoming voor te derven inkomsten of het staken van werkzaamheden. Toepassing van het bijzondere tarief is dan terecht geweigerd.

6 Beslissing

De Raad verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan in raadkamer door mrs. M.T. Boerlage, voorzitter, E.F. Faase en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris N. Martines en uitgesproken in het openbaar op 14 mei 2014.