Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBACM:2013:16

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
30-09-2013
Datum publicatie
16-09-2019
Zaaknummer
2012/55626, 55627 en 58299
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Rechtszekerheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel, navordering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 30 september 2013, nrs. 2012/55626, 55627 en 58299.

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende in Aruba

inzake: [belanghebbende],
gemachtigde [A],

tegen

[de Inspecteur]

1 Het procesverloop

1.1

Aan belanghebbende zijn door de Inspecteur de volgende uitnodigingen tot betaling van invoerrechten (hierna: U1B) naar aanleiding van aangiften gezonden:

Kenmerk aangifte

Kenmerk UTB

Dagtekening UTB

Bezwaar

Uob

RvB

C400 # 301301033

DCT/144/2011

18 oktober 2011

31 oktober 2011

13 februari 2012

55626

C400 # 301278362

DCT/229/2011

16 december 2011

29 december 2011

13 februari 2012

55627

C400 # 301294541

DCT/117/2012

8 februari 2012

15 maart 2012

27 juni 2012

58299

1.2

Belanghebbende is op respectievelijk 31 oktober 2011 (DCT/144/2011), 29 december 2011

(DCT/229/2011) en 15 maart 2012 PCT 117/2012) tijdig in bezwaar gekomen tegen de uitnodigingen tot betaling. Bij uitspraken van respectievelijk 13 februari 2012 (DCT/144/2011 en DCT/229/2011) en 27 juni 2012 (DCT/117/2012) heeft de Inspecteur de bezwaren afgewezen.

1.3

Belanghebbende is op respectievelijk 28 maart 2012 en 25 juli 2012 bij afzonderlijke

beroepschriften tijdig in beroep gekomen.

1.4

De Inspecteur heeft vertoogschriften ingediend.

1.5

Ter zitting van 22 mei 2013 te Oranjestad zijn verschenen [A] namens belanghebbende

en [B] namens de Inspecteur.

1.6

Belanghebbende heeft een pleitnota doen voordragen.

1.7

Na de zitting zijn op verzoek van de Raad zowel van de Inspecteur als van belanghebbende

nadere stukken ontvangen. Deze zijn in kopie aan de wederpartij verstrekt. Partijen hebben op voorhand afgezien van een nadere mondelinge behandeling.

2 De tussen partijen vaststaande feiten

Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting is gezegd, komen vast te staan. Het is tussen partijen niet in geschil of door een van de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.

2.1

Belanghebbende voert verschillende soorten 'nectars' in. Volgens de opsomming in het nadere

stuk van belanghebbende bevatten de ingevoerde nectars de volgende ingredienten:

"Water, juice or pulp (from concentrate), sugar or sweetener, citric acid, vitamins A, C and D, stabilizer and authorized flavor". Aan de 'light'-versie van de nectar is geen suiker toegevoegd.

Belanghebbende heeft aangiften gedaan van de invoer van vruchtensappen uit concentraat. Zij deed dat op Enige Documenten met de kenmerken als vermeld in 1.1 hiervoor. De documenten vermelden telkens als goederencode: 20.09. De op de Enige Documenten ingevulde code wordt al jarenlang gebruikt door belanghebbende bij de invoer van dergelijke vruchtensappen zonder aanmerking van de kant van de douane.

2.3

Na de controle na invoer heeft de Inspecteur zich op het standpunt gesteld dat een verkeerde goederencode is toegepast. De juiste code is volgens hem 22.02. Hierdoor heeft belanghebbende volgens de Inspecteur minder invoerrechten betaald dan zij wettelijk verschuldigd was. In de bestreden uitnodigingen tot betaling wordt belanghebbende verzocht om de bedragen aan te weinig betaalde invoerrechten alsnog te voldoen.

3 Geschil

Tussen partijen is in geschil het antwoord op de vraag of de door belanghebbende gehanteerde code en het daarop gebaseerde tarief onjuist waren en, zo dat het geval is, of terecht is nagevorderd dan wel of belanghebbende mocht vertrouwen op de door de Inspecteur in het verleden gevolgde gedragslijn. Tot slot is in geschil of belanghebbende recht heeft op een vergoeding van de kosten die zij in verband met deze procedure heeft moeten maken.

4 De standpunten van partijen

4.1.

Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat sprake is van vruchtensap en is van mening dat de Inspecteur ten onrechte tariefpost 22.02 heeft toegepast. De code 20.09 wordt sinds jaar en dag door belanghebbende gebruikt en tevens door de douane geaccepteerd en zij meent dat zij in redelijkheid mocht vertrouwen dat de zaak na controle, betaling en het vrijgeven van de goederen, was afgedaan. Belanghebbende betoogt voorts dat deze handelwijze van de douane verliesgevend is voor haar omdat de goederen destijds zijn verkocht voor een prijs waarin de door belanghebbende voldane invoerrechten waren verwerkt, dat zij nu de meer geheven rechten niet kan doorberekenen en dat daarom sprake is van strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. De Inspecteur had op dit punt een belangenafweging moeten maken. Daarnaast is belanghebbende van mening dat door een onbevoegde ambtenaar is nagevorderd. Belanghebbende verzoekt tot slot om een vergoeding van de kosten die zij in verband met deze procedure heeft moeten maken.

4.2.

De Inspecteur is van mening dat sprake is van 'nectar' in de zin van verdunde vruchtensap en dat door belanghebbende verkeerde goederencodes en tariefindelingen zijn aangegeven, die terecht bij de controle na invoer zijn gecorrigeerd naar tariefpost 22.02.

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, alsmede op hetgeen zij ter zitting hebben bijgebracht.

5 Beoordeling van het geschil

5.1

De in Aruba ingevoerde goederen worden krachtens de Landsverordening tarief van invoerrechten (AB 2002-120) ingedeeld in goederencodes met bijbehorende omschrijving. De goederencode is gebaseerd op het (wereldwijde) `Geharmoniseerd Systeem'. Op basis van de goederencode wordt het tarief van invoerrechten bepaald. De goederencode die verbonden is aan de indeling moet in de aangifte worden vermeld.

5.2

Ingevolge de evengenoemde Landsverordening geldt voor het tarief van invoerrechten het bij

deze landsverordening opgenomen tariefposten-classificatiesysteem. Daarin staat het volgende (voor zover te dezen van belang):

" Voor de indeling van de goederen in het tarief gelden de volgende bepalingen:

1. De tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken wordt geacht slechts als aanwijzing te gelden; voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en - voor zover dit niet in strijd is met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen - de navolgende regels.

2. a. (..)

b. Onder een in een post vermelde stof wordt niet alleen verstaan die stof in zuivere staat doch ook vermengd of verbonden met andere stoffen. Evenzo worden onder werken van een genoemde stof niet alleen verstaan die werken die geheel uit die stof bestaan, doch ook werken die gedeeltelijk uit die stof bestaan, De vorenbedoelde mengsels en samengestelde werken worden ingedeeld met inachtneming van de onder 3 vermelde beginselen.

3. Indien goederen met toepassing van het bepaalde onder 2b of om enige ander reden vatbaar zijn voor indeling onder twee of meer posten, geschiedt de indeling als volgt:

a. de post met de meest specifieke omschrijving heeft voorrang boven posten met een meer algemene strekking. Indien echter twee of meer posten elk afzonderlijk slechts betrekking hebben op een gedeelte van de stoffen of bestanddelen waaruit een mengsel of een goed is samengesteld of op een gedeelte van de artikelen, in het geval van goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, worden die pos ten, met betrekking tot bedoelde mengsels en goederen, aangemerkt als even specifiek, zelfs indien een van de andere posten daarvan een volledigere of nauwkeurigere omschrijving geeft;

b. mengsels, werken die zijn samengesteld uit of met verschillende stoffen dan wel zijn vervaardigd door samenvoeging van verschillende goederen, zomede goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, waarvan de indeling niet mogelijk is aan de hand van het bepaalde onder 3a, worden ingedeeld naar de stof of naar het goed waaraan de mengsels, de werken, de stellen of de assortimenten hun wezenlijk karakter ontlenen, indien dit kan worden bepaald.

c. in de gevallen waarin de indeling aan de hand van het bepaalde onder 3a en 3b niet mogelijk is, wordt van de verschillende in aanmerking komende posten, de post toegepast die in volgorde van nummering het laatst is geplaatst.

4. Goederen die niet kunnen worden ingedeeld overeenkomstig vorenstaande regels, worden ingedeeld onder de post die van toepassing is op de goederen waarmede zij de meeste overeenkomst vertonen."

5.3

Tariefpost 20.09 betreft: "Ongegiste vruchtensappen (druivenmost daaronder begrepen) en

ongegiste groentesappen, zonder toegevoegde alcohol, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen".

Tariefpost 22.02 betreft: "Water, mineraalwater en spuitwater daaronder begrepen, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, dan wel gearomatiseerd, alsmede andere alcoholvrije dranken, andere dan de vruchten- en groentesappen bedoeld bij post 20.09".

5.4

In het door de Inspecteur overgelegde Handboek "Heffingen bij invoer" dat door de Belasting- dienst/Douane mede op basis van de Gecombineerde Nomenclatuur is opgesteld, wordt toegelicht op welke wijze de Douane deze tariefposten hanteert.

5.5

Bij tariefpost 20.09 luidt de toelichting als volgt:

"Onder tariefpost 20.09 worden begrepen de vruchtensappen en groentesappen die in de regel worden verkregen door het uitpersen van gave en rijpe verse vruchten en groenten. Ook vruchten- en groentesappen die zijn geconcentreerd of die in kristal- of poedervorm zijn gebracht (mits geheel of nagenoeg geheel in water oplosbaar) vallen onder deze tariefpost.

Onder voorwaarde dat de vruchten- en groentesappen daarbij hun oorspronkelijk karakter van vruchten- en groentesappen niet verliezen en een der bestanddelen met in zulk een hoeveelheid is toegevoegd dat het natuurlijke karakter van het product is gewijzigd, mogen zij een aantal additieven zoals suiker en andere zoetstoffen, wijnsteenzuur, citroenzuur, vitaminen en/of kleurstoffen bevatten. Eveneens blijven onder de post ingedeeld mengsels van sappen van vruchten of van groenten, zowel mengsels van sappen van dezelfde soort, als mengsels van sappen van verschillende soorten; dit is ook het geval met de zogenoemde gereconstitueerde sappen, verkregen door het aanlengen van geconcentreerde sappen met een hoeveelheid water, die niet groter mag zijn dan de hoeveelheid aanwezig in soortgelijke, niet geconcentreerde sappen van normale samenstelling. Opgemerkt wordt dat door de toevoeging van water aan vruchten- en groentesappen van normale samenstelling, of door toevoeging aan een geconcentreerd sap van een grotere hoeveelheid water dan nodig is om het geconcentreerde sap tot zijn oorspronkelijke samenstelling terug te brengen, verdunde producten worden verkregen, die het karakter hebben van dranken behorende tot post 22.02."

5.6

De toelichting op tariefpost 22.02 luidt als volgt:

"Onder tariefpost 22.02 worden onder meer begrepen limonade, cola, orangeade, kwast en dergelijke dranken, bestaande uit al dan met gezoet drinkwater dat gearomatiseerd is met vruchtensap, met vruchtenessence of met samengestelde extracten en waaraan soms wijnsteenzuur of citroenzuur zijn toegevoegd, alsmede tamarindenectar, een gebruiksklare drank verkregen uit gezeefde tamarindepulp, water, suiker en andere zoetstoffen, en zogenoemde perzik- en abrikozennectar, gereed voor gebruik als drank, bestaande uit fijngemaakte en gezeefde (gehomogeniseerde) pulp van hele vruchten die van tevoren zijn ontdaan van schillen en stenen en waarbij de pulp is vermengd met een even grote hoeveelheid suikerstroop."

5.7

De Raad acht deze interpretatie van de tariefposten door de Douane in overeenstemming met de Landsverordening tarief van invoerrechten en het classificatiesysteem en sluit zich daarbij aan.

5.8

Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld om na de zitting een of meer verpakking(en) van de door haar ingevoerde nectars in het geding te brengen teneinde aan de hand van de daarop vermelde samenstelling aannemelijk te maken dat de nectars uitsluitend vruchtensappen bevatten, doch heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. Uit de (wel) door haar overgelegde informatie volgt dat de nectars (vertaald) "water, sap of pulp (van concentraat), suiker (...)" bevatten. Hieruit lijkt te volgen dat de aanwezigheid van water voorop staat althans dat geen sprake (meer) is van vruchtensappen maar van met water aangelengde en verdunde vruchten-mengsels. Nu geen feiten en omstandigheden zijn gebleken die tot de conclusie zouden kunnen leiden dat dit anders zou zijn, is de Raad van oordeel dat de door belanghebbende ingevoerde nectars niet onder tariefpost 20.09 kunnen worden gebracht maar behoren te worden ingedeeld in tariefpost 22.02.

5.9

De omstandigheid dat belanghebbende de goederen, achteraf bezien, met verlies heeft verkocht omdat zij haar klanten niet kan herfactureren, maakt de uitnodigingen tot betaling niet onrechtmatig en brengt naar 's Raads oordeel geen schending van het rechtszekerheidsbeginsel met zich. Met het mogelijk maken van een controle achteraf door de douane en met de mogelijkheid van navordering heeft de wetgever geaccepteerd dat in sommige gevallen de aangever een jaar na de eerste betaling nog wordt aangesproken door de douane op een onjuistheid en/of tekort. In de tussentijd dient een aangever zoals belanghebbende er rekening mee te houden dat nog kan worden nagevorderd.

5.10

De Raad verwerpt het beroep van belanghebbende op onbevoegdheid van de ambtenaar die de navorderingsaanslag vaststelde. Hetgeen belanghebbende daartoe heeft gesteld vindt geen steun in het recht.

5.11

Het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel moet naar het oordeel van de Raad eveneens falen. De door belanghebbende aangevoerde omstandigheden - dat de door haar gehanteerde goederencode 20.09 al jaren bij haar aangiften wordt gebruikt, dat de douane de goederen en de gebruikte tariefpost op het moment van invoer en aangifte zou kunnen controleren maar dat niet doet, dat aldus conform de aangifte wordt betaald en dat daarna de goederen door de douane worden vrijgegeven - in onderlinge samenhang bezien, zijn daartoe onvoldoende en doet niet of aan de door de wetgever aan de Inspecteur geboden mogelijkheid om binnen de daarvoor gegeven termijn na te vorderen. Zoals hiervoor overwogen, dient de aangever er rekening mee te houden dat achteraf wordt gecontroleerd en nagevorderd. Ook het reeds jarenlang invullen door belanghebbende van dezelfde goederencode en het volgen daarvan, zonder een uitdrukkelijke stellingname, door de douane, vormen geen omstandigheden die bij belanghebbende een in rechte te beschermen vertrouwen hebben kunnen wekken (zie Raad van Beroep voor Belastingzaken 28 juli 2011, nr. 2011/47465, ECLI:NL:ORBBNAA:2011:BR5495).

5.12

Uit het hiervoor overwogene volgt dat het beroep ongegrond is. Aan een beoordeling van het verzoek van belanghebbende om vergoeding voor de in de beroepsfase gemaakte kosten komt de Raad daarom niet toe.

6 Beslissing

De Raad verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan in raadkamer door mrs. M.T. Boerlage, voorzitter, G.J. van 1quijen en E.F. Faase, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris mr. N. Martines en uitgesproken in het openbaar op 30 september 2013.