Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBACM:2012:14

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
15-08-2012
Datum publicatie
24-09-2019
Zaaknummer
2010/47546
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Kunnen giften van een stichting, ingezameld geld van familie, vriendenkring en kerkelijke achterban belastbaar inkomen vormen in de zin van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking d.d. 15 augustus 2012, nr. 2010/47546

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende op Curaçao,

inzake: [belanghebbende],

tegen

[de Inspecteur].

1 Het procesverloop

1.1

Aan belanghebbende is op 16 januari 2009 een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd voor het jaar 2006 naar een belastbaar inkomen van Naf 23.228, een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd voor het jaar 2007 naar een belastbaar inkomen van Naf 33.893 en een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd voor het jaar 2008 naar een belastbaar inkomen van Naf 43.862.

1.2

Belanghebbende is op 16 januari 2009 tijdig in bezwaar gekomen tegen de aanslagen. Bij uitspraak van 13 november 2009 heeft de Inspecteur de aanslagen gehandhaafd.

1.3

Belanghebbende is op 30 september 2010 tegen deze uitspraak in beroep gekomen. Door een niet verwerkte adreswijziging is de overschrijding van de beroepstermijn, ook naar staling van de Inspecteur, verschoonbaar.

1.4

De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend.

1.5

Belanghebbende heeft bij brief van 12 oktober 2011 gereageerd op het vertoogschrift.

1.6

Ter zitting van 3 november 2011 te Willemstad zijn verschenen de [A] als gemachtigde van belanghebbende en namens de Inspecteur [B]. De Inspecteur heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen.

2 De tussen partijen vaststaande feiten

Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting is gezegd, komen vast te staan. Het is tussen partijen niet in geschil of door een van de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.

2.1

In de jaren 2006 tot en met 2008 waren belanghebbende en zijn echtgenote als vrijwilligers werkzaam op Curaçao ten behoeve van een aldaar gevestigde, het algemeen nut beogende organisatie waarvan zij geen beloning ontvingen.

2.2

Om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien, ontvingen zij giften van de in Nederland gevestigde `de stichting'. Deze met het oog op het vrijwilligerswerk opgezette Stichting bezat in Nederland de ANBI-status en zamelde geld in bij familie, vriendenkring en kerkelijke achterban.

2.3

Belanghebbende heeft de ontvangen bedragen in zijn aangiften inkomstenbelasting voor de jaren 2006 tot en niet 2008 als inkomen aangegeven.

2.4

De Inspecteur heeft bij de aanslagoplegging de ingediende aangiften gevolgd.

3 Geschil

Tussen partijen is in geschil het antwoord op de vraag of de door belanghebbende ontvangen bedragen belastbaar inkomen vormen in de zin van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 (hierna: LIB) en zo dat het geval is of de door belanghebbende in zijn aangifte opgevoerde buitengewone lasten geheel aftrekbaar zijn.

4 De standpunten van partijen

4.1

Belanghebbende stelt zich primair op het standpunt dat geen sprake is van een bron van inkomen en dat de ontvangen giften derhalve niet in de heffing van inkomstenbelasting kunnen worden betrokken. Subsidiair is hij van mening dat zo al sprake is van een bron van inkomen de ontvangen giften niet belastbaar zijn, maar zijn aan te merken als vergoedingen voor aftrekbare beroepskosten. Meer subsidiair stelt belanghebbende zich op het standpunt dat de ontvangen giften voor de helft kunnen worden toegerekend aan zijn echtgenote.

4.2

De Inspecteur is van mening dat er een direct verband is tussen de ontvangen giften en het verrichten van vrijwilligerswerk. Zij stelt dat de genoten inkomsten belastbaar zijn op grond van artikel 6, eerste lid, van de LIB en dat belanghebbende geen aanspraak kan maken op toepassing van de vrijwilligersregeling als vervat in het Besluit van 18 februari 1999, nr. DB 99/383M, BNB 1999/204. De in aftrek gebrachte kosten zijn geen aftrekbare beroepskosten. Het gaat om consumptieve uitgaven die niet zijn aan te merken als aftrekbare kosten. Het is de Inspecteur niet duidelijk geworden hoeveel, variërend van een dag tot vijf dagen per week, de echtgenote van belanghebbende heeft gewerkt. Een deel van de ontvangen bedragen is derhalve aan haar toe te rekenen. Over de hoogte daarvan kan zij door gebrek aan informatie geen uitspraak doen.

4.3

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, alsmede op hetgeen zij ter zitting hebben bijgebracht.

5 Beoordeling van het geschil

5.1

Artikel 6, eerste lid, van de LIB luidt:

"De opbrengst van onderneming en arbeid omvat de niet onder artikel 5 vallende voordelen, die als winst, honorarium, traktement, salaris, loon, vrije woning, vrije kost en inwoning, aandeel in winst of overwinst, tantième, gratificatie, vacatie- of presentiegeld of onder welke naam of vorm ook worden verkregen uit bedrijf of beroep (ambt, waardigheid, bediening, en bestaande en vroegere dienstbetrekking door belastingplichtige zelf of door een ander vervuld daaronder begrepen) en uit handelingen, werkzaamheden en diensten van elke aard."

5.2

De Inspecteur meent dat er sprake is van opbrengst van arbeid omdat er sprake zou zijn van een direct verband tussen de ontvangen giften en het verrichten van vrijwilligerswerk.

5.3

Gesteld noch gebleken zijn feiten en omstandigheden die tot het oordeel nopen dat belanghebbende bij de Stichting in dienstbetrekking was. De giften kunnen derhalve niet als door belanghebbende van de Stichting genoten loon in aanmerking worden genomen.

5.4

Naar het oordeel van de Raad heeft de Inspecteur onvoldoende feiten en omstandigheden aannemelijk gemaakt die leiden tot het oordeel dat de Stichting belanghebbende voordelen deed toekomen die dienen te worden toegerekend aan diens werkzaamheden als vrijwilliger op Curaçao. De giften stelden belanghebbende in staat met zijn gezin op Curaçao te kunnen verblijven en werden met dat oogmerk verstrekt. Dat als achterliggend motief daarbij speelde dat belanghebbende en zijn vrouw aldaar charitatieve werkzaamheden verrichtten, welke mogelijk werden gemaakt door het verblijf ter plaatse, is onvoldoende om de verstrekte giften als voordelen aan die werkzaamheden toe te rekenen.

5.5

Uit het hiervoor overwogene volgt dat de uitspraak niet in stand kan blijven. De belastbare inkomens van belanghebbende over de betreffende jaren dienen te worden verminderd naar

6 Beslissing

De Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt de beschikking waarvan beroep en vermindert de aanslagen inkomstenbelasting over 2006 tot en met 2008 tot aanslagen naar een belastbaar inkomen van Naf 0.

Alsdan gedaan in raadkamer door mrs. M.T. Boerlage, Th. Groeneveld en G.J. van Muijen in tegenwoordigheid van de secretaris mr. P.M. Isenia en uitgesproken in het openbaar op 15 augustus 2012.