Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBACM:2012:12

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
13-04-2012
Datum publicatie
24-09-2019
Zaaknummer
2008/51612, 2008/51613, 2008/51614 en 2008/51615
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Belanghebbende is inwoner van Engeland en doet een vliegcursus op Curaçao als voorwaarde om aangenomen te worden bij een vliegmaatschappij te Curaçao. Kosten verbonden aan deze vliegcursus kunnen niet als verwervingskosten in mindering op belastbaar inkomen gebracht worden, omdat hij niet inwoner van Curaçao was destijds.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking d.d. 13 april datum 2012, nrs. 2008/51612, 2008/51613, 2008/51614 en 2008/51615

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende op Curaçao,

inzake: [belanghebbende],
gemachtigde [A],

tegen

[de Inspecteur].

1 Het procesverloop

1.1

Aan belanghebbende is op 1 augustus 2008 een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd voor het jaar 2007 naar een belastbaar inkomen van Naf 9.362. Verder zijn aan belanghebbende op 1 augustus 2008 voor het jaar 2007 aanslagen in de premieheffing AVBZ en de premieheffing AOV/AVBZ opgelegd.

1.2

Aan belanghebbende is op 1 augustus 2008 een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd voor het jaar 2008 naar een belastbaar inkomen van Naf 36.500. Verder is aan belanghebbende op 1 augustus 2008 voor het jaar 2008 een aanslag in de premieheffing AOV/AVBZ opgelegd.

1.3

Belanghebbende is op 28 juli 2008 tijdig in bezwaar gekomen tegen de hierboven genoemde aanslagen. Bij uitspraken van 12 september 2008 heeft de Inspecteur de aanslagen gehandhaafd.

1.4

Belanghebbende is op 8 oktober 2008 tijdig tegen deze uitspraken in beroep gekomen.

1.5

De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend.

1.6

Ter zitting van 4 november 2011 te Willemstad is namens de Inspecteur verschenen mevrouw [B]. Belanghebbende is niet verschenen.

2 De tussen partijen vaststaande feiten

Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken komen vast te staan.

2.1

Volgens een verklaring bij zijn aangifte inkomstenbelasting heeft belanghebbende zich op 3 november 2007 op Curaçao gevestigd. Daarvoor was belanghebbende woonachtig in Engeland.

2.3

Op 3 november 2007 is belanghebbende als piloot in dienst getreden bij de

[luchtvaartmaatschappij].

2.3

In de periode voorafgaand aan de vestiging op Curaçao heeft belanghebbende een vliegcursus gevolgd om te voldoen aan de opleidingskwalificaties van [luchtvaartmaatschappij]. De kosten voor die cursus bedroegen € 5.000 (Naf. 11.650). Per factuur van 1 september 2007 zijn de kosten van de vliegcursus door [luchtvaartmaatschappij] aan belanghebbende in rekening gebracht. Op 1 oktober 2007 heeft belanghebbende zijn bank opdracht gegeven om een bedrag van € 5.000 aan [luchtvaartmaatschappij] over te maken.

2.4

Belanghebbende heeft de kosten voor de vliegcursus van Naf. 11.650 in zijn aangifte inkomstenbelasting als verwervingskosten in mindering gebracht op zijn belastbaar inkomen. De Inspecteur heeft de aftrek van Naf. 11.650 niet geaccepteerd en heeft de aftrekbare kosten forfaitair vastgesteld op Naf. 500.

3 Geschil

Tussen partijen is in geschil of de kosten van de vliegcursus als verwervingskosten in mindering kunnen worden gebracht op belanghebbendes belastbaar inkomen.

4 De standpunten van partijen

4.1

Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de kosten van de vliegcursus moeten worden aangemerkt als verwervingskosten voor de dienstbetrekking met [luchtvaartmaatschappij]. Belanghebbende wijst er op dat de dienstbetrekking met [luchtvaartmaatschappij] niet tot stand zou zijn gekomen als de opleiding niet succesvol zou zijn afgerond.

4.2

De Inspecteur stelt zich op het standpunt dat de kosten van de vliegcursus niet als verwervingskosten in mindering gebracht mogen worden op het inkomen van belanghebbende, omdat de kosten zijn gemaakt in en betrekking hebben op de periode voordat belanghebbende zich op Curaçao heeft gevestigd.

4.3

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, alsmede op hetgeen zij ter zitting hebben bijgebracht.

5 Beoordeling van het geschil

5.1

Artikel 9 van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 luidt voor zover hier van belang:

"1. De opbrengst in de vorige artikelen omschreven wordt ter berekening van het zuiver bedrag verminderd met de kosten tot verwerving, inning en behoud der opbrengst en met de op de opbrengst rustende lasten, zoals:

de bedrijfs- en beroepskosten, waaronder worden verstaan de kosten nodig voor de uitoefening van een bedrijf of beroep of rechtstreeks daartoe betrekking hebbende, met inbegrip van kosten van onderhoud, verschuldigde renten en belastingen, die op de opbrengst van het bedrijf of beroep drukken;

(...)

3. Het bedrag van de op de gezamenlijke opbrengst van dienstbetrekking en andere opbrengst uit arbeid buiten bedrijf betrekking hebbende aftrekbare kosten wordt gesteld op f 500. In plaats daarvan kan de belastingplichtige de werkelijke kosten in mindering brengen voor zover deze meer bedragen dan f 1000. De aftrek bedraagt in beide gevallen echter niet meer dan de opbrengst."

5.2

Of de kosten van de door belanghebbende gevolgde vliegcursus kunnen worden aangemerkt als verwervingskosten in vorenbedoelde zin kan naar het oordeel van de Raad in het midden blijven, nu die kosten toerekenbaar zijn aan een periode waarin belanghebbende noch als inwoner van de Nederlandse Antillen, noch als buiten de Nederlandse Antillen wonende persoon met een binnenlandse bron van inkomen als bedoeld in artikel 17 Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943, aan de inkomstenbelasting was onderworpen.

5.3

De kosten van de vliegcursus zijn toerekenbaar aan de periode waarin belanghebbende inwoner was van Engeland, zodat zij niet als verwervingskosten ten laste van het belastbaar

inkomen op de Nederlandse Antillen kunnen worden gebracht. Derhalve heeft de Inspecteur bij de aanslagregeling terecht de kosten van de vliegcursus niet in aftrek toegelaten.

5.4

Uit het hiervoor overwogene volgt dat het beroep ongegrond is.

6.Beslissing

De Raad verklaart het beroep ongegrond.

Alsdan gedaan in raadkamer door mrs. M.T. Boerlage, Th. Groeneveld en G.J. van Muijen in tegenwoordigheid van de secretaris mr. P.M. Isenia en uitgesproken in het openbaar op 13 april 2012.