Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBACM:2011:2

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
20-07-2011
Datum publicatie
12-09-2019
Zaaknummer
2009/0120-GHIS47544
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

desinvesteringsbijtelling, tranche investeringsaftrek

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 20 juli 2011, nr. 2009/0120-GHIS47544.

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende in Aruba,

inzake: [belanghebbende],
gemachtigde [A],

tegen

[de Inspecteur].

1 Het procesverloop

1.1

Aan belanghebbende is op 12 mei 2005 een aanslag in de winstbelasting opgelegd voor het jaar 2001 naar een belastbaar bedrag van Afl 90.640.

1.2

Belanghebbende is op 24 mei 2005 tijdig in bezwaar gekomen tegen de aanslag. Bij uitspraak van 14 april 2009 heeft de Inspecteur de aanslag gehandhaafd.

1.3

Belanghebbende is op 8 mei 2009 tijdig tegen deze uitspraak in beroep gekomen.

1.4

De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend.

1.5

Ter zitting van 20 mei 2011 te Oranjestad zijn verschenen voornoemde gemachtigde alsmede,

namens de Inspecteur, [B].

1.6

De gemachtigde heeft een pleitnota overgelegd.

2 De tussen partijen vaststaande feiten

Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting is gezegd, komen vast te staan. Het is tussen partijen niet in geschil of door een van de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.

2.1

Met ingang van 1 januari 2001 heeft belanghebbende haar onderneming overgedragen aan de

(eveneens) per 1 januari 2001 gevormde fiscale eenheid waarvan [N.V. 1] de moedermaatschappij is. Tot de fiscale eenheid behoren voorts [N.V. 2] en [N.V. 3]. Belanghebbende maakt geen deel uit van de fiscale eenheid. De onderneming is tegen boekwaarde overgedragen.

2.2

Ter zake van de fiscale gevolgen van die overdracht is een vaststellingsovereenkomst gesloten met de Belastingaccountantsdienst en de Inspecteur. Daarin is onder meer bepaald dat de Inspecteur afziet van een verplichte afrekening over de stille reserves en de eventuele goodwill, onder de voorwaarden dat de gehele onderneming (met uitzondering van de SVB schuld) wordt overgedragen en dat, indien in het verleden door belanghebbende gebruik is gemaakt van de mogelijkheid tot vervroegde afschrijving op bedrijfsmiddelen, van dit recht door (de fiscale eenheid van) [N.V. 1] voor deze specifieke bedrijfsmiddelen wordt afgezien.

2.3

In het controlerapport van de Belastingaccountantsdienst van 9 februari 2009 inzake een bij belanghebbende ingesteld boekenonderzoek naar de aangiften winstbelasting 1999 tot en met 2001 is op blz. 10 onder "Desinvesteringsbijtelling" vermeld dat, als gevolg van de overdracht door belanghebbende van haar onderneming aan (de fiscale eenheid van) [N.V. 1], voor een aantal investeringen gedaan in de periode vanaf 1995 een desinvesteringsbijtelling van, in totaal in 2001, Afl. 119.932 moet plaatsvinden. Voorts is vermeld dat de fiscale eenheid op grond van artikel 5a, vierde lid, onderdeel c, van de Landsverordening op de winstbelasting (WB) voor de betreffende bedrijfsmiddelen geen recht heeft op investeringsaftrek.

2.4

Belanghebbende heeft voor het onderhavige jaar aangifte voor de winstbelasting gedaan naar een belastbaar bedrag van Afl. 10.860 negatief.

2.5

De Inspecteur heeft de aangifte op een drietal punten gecorrigeerd, te weten:

- winstcorrectie (Afl. 43.477 negatief): door belanghebbende is winst aangegeven die door de fiscale eenheid is gemaakt;

- investeringsaftrek (Afl. 25.045): belanghebbende heeft een 1e tranche investeringsaftrek van Afl. 3.144 toegepast over investeringen gedaan door de fiscale eenheid; belanghebbende heeft een 2e tranche investeringsaftrek toegepast van Afl. 21.901 waarvoor geen onderliggende stukken zijn overlegd;

- desinvesteringsbijtelling als onder 2.3 hiervoor beschreven ad Afl. 119.932.

De onderhavige aanslag is aldus vastgesteld naar een belastbaar bedrag van Afl. 90.640.

2.6

Belanghebbende heeft bezwaar ingediend tegen de aanslag vanwege de toegepaste desinvesteringsbijtelling. Zij heeft vervolgens, op 8 mei 2009, pro forma beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. Op 9 november 2009 is belanghebbende verzocht de gronden van haar beroep in te dienen binnen een termijn van zes weten. Belanghebbende heeft voor de zitting geen motivering van het beroep ingediend bij de Raad. Zij veronderstelde dat de Inspecteur het inmiddels met haar opvatting over de desinvesteringsbijtelling eens was geworden, omdat haar bezwaar tegen de voorlopige aanslag winstbelasting 2002, waarin precies dezelfde correctie (te weten, de 2e tranche van de bijtelling) was toegepast door de Inspecteur, inmiddels was gehonoreerd.

3 Geschil

Tussen partijen is in geschil of de correctie uit hoofde van de desinvesteringsbijtelling terecht is aangebracht, hetgeen de Inspecteur stelt en belanghebbende betwist.

4 De standpunten van partijen

Voor de standpunten van partijen verwijst de Raad naar de van haar afkomstige stukken en naar hetgeen zij ter zitting hebben opgebracht. Belanghebbende heeft ter ondersteuning van haar standpunt onder meer gesteld dat, gelet op doel en ratio van de investeringsfaciliteiten van artikel 5a WB, zonder onttrekking aan de onderneming geen sprake kan zijn van een desinvestering.

5 Beoordeling van het geschil

5.1

Belanghebbende heeft haar pro forma beroepschrift niet tijdig van gronden voorzien. Eerst ter zitting van de Raad heeft zij aan de hand van een pleitnota toegelicht wat haar grieven tegen de beschikking waarvan beroep inhielden. De Inspecteur is door deze handelwijze echter niet geschaad in haar verdediging; zij was volledig op de hoogte van de opvattingen van belanghebbende doordat precies dezelfde kwestie aan de orde was gesteld bij het bezwaar van belanghebbende tegen de voorlopige aanslag in de winstbelasting 2002. Dat bezwaar is door de Inspecteur gegrond verklaard, althans de voorlopige aanslag 2002 is dienovereenkomstig verminderd. Het is dan ook begrijpelijk dat de gemachtigde zijn beroepschrift nog niet had onderbouwd in de stellige verwachting dat de Inspecteur, gezien de afdoening van het bezwaar tegen de voorlopige aanslag 2002, zou toegeven dat het gelijk aan de zijde van belanghebbende lag. Dit verzuim is dan ook verschoonbaar.

5.2

Vaststaat dat (de fiscale eenheid van) [N.V. 1] de onderneming van belanghebbende heeft voortgezet met overname van de boekwaarden van de daarin begrepen, aan haar overgedragen bedrijfsmiddelen. De Raad overweegt dat met de vaststellingsovereenkomst dan ook kennelijk is beoogd de overgang van de onderneming van belanghebbende voor de heffing van de winstbelasting `geruisloos' te doen geschieden. Gelet voorts op de omstandigheid dat de fiscale eenheid ter zake van die aan haar overgedragen bedrijfsmiddelen wettelijk geen investeringsaftrek heeft kunnen claimen, en (naar de Raad begrijpt) ook niet heeft geclaimd, is de Raad van oordeel dat, nog afgezien van de door de gemachtigde gestelde doel en ratio van de regeling inzake de investeringsfaciliteiten, de onderhavige desinvesteringsbijtelling ten onrechte heeft plaatsgevonden. Het gelijk is mitsdien aan belanghebbende. Door het vervallen van de desinvesteringsbijtelling wordt het belastbare bedrag negatief en moet de aanslag worden verminderd tot nihil.

6 Beslissing

De Raad verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag tot nihil.

Aldus gedaan in raadkamer door mrs. M.T. Boerlage, C.W.M. van Ballegooijen en E.F. Faase in tegenwoordigheid van de secretaris mr. P. Isenia en uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2011.