Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBANAA:2012:BX4890

Instantie
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Datum uitspraak
29-06-2012
Datum publicatie
17-08-2012
Zaaknummer
RvBAz 2011/47404
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In geschil is of de bestreden beschikking primair ziet op de benoeming van appellant of niet. De Raad oordeelt dat de appellante de beschikking mocht opvatten als een besluit dat primair ziet op de herziening van haar bezoldiging, derhalve was haar indieningstermijn niet verlopen. De Raad verwijst de zaak terug.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak: 29 juni 2012

Zaaknr: RvBAz 2011/47404

RAAD VAN BEROEP

IN AMBTENARENZAKEN

Uitspraak

in de zaak tussen:

[appellante],

oorspronkelijk klaagster,

thans appellante,

gemachtigde: mr. M.M. Bloem.

en:

DE REGERING VAN CURAÇAO

oorspronkelijk verweerder,

thans geïntimeerde,

gemachtigde mr. S. Klarenbeek,

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1 Bij brief van 26 januari 2010 heeft appellante bezwaar gemaakt tegen het Landsbesluit van 18 november 2009.

1.2 Het bezwaar is door de Minister bij de beschikking op bezwaar van 23 maart 2010 ongegrond verklaard (hierna: de bestreden beschikking).

1.3 Het daartegen door appellante ingediende bezwaarschrift is door het Gerecht in ambtenarenzaken (hierna: het Gerecht) bij uitspraak van 27 mei 2011 (GAZ 117/2010) niet-ontvankelijk verklaard.

1.4 Appellante heeft tegen deze uitspraak tijdig hoger beroep ingesteld. Geïntimeerde heeft een contra-memorie ingediend.

1.5 Het beroep is behandeld door de Raad van beroep in Ambtenarenzaken (hierna: de Raad) ter zitting van 24 april 2012. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd. Geïntimeerde heeft zich ter zitting doen vertegenwoordigen door mr. Y. Lovert.

1.6 De uitspraak is nader bepaald op heden.

2. Wettelijke bepalingen

2.1 Volgens artikel 120 van het Besluit Rechtspositie KPNA 2000 (hierna: het Rechtspositiebesluit) kan een ambtenaar van politie binnen zes weken nadat hij de beslissing inzake vaststelling van een bezoldiging of de toekenning van een verhoging, vergoeding, toelage of andere beloning als bedoeld in hoofdstuk III paragraaf 4 van het rechtspositiebesluit heeft ontvangen, zijn bezwaren daartegen kenbaar maken door indiening van een bezwaarschrift bij het bevoegd gezag.

2.2 Volgens artikel 41, eerste lid, van de Regeling ambtenarenrechtspraak 1951 (Rar) dient een bezwaarschrift te worden ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop de aangevallen beschikking is genomen. Ingevolge artikel 41, derde lid, van de Rar wordt een te laat ingediend bezwaar niet niet-ontvankelijk verklaard indien klager ten genoege van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking kennis heeft kunnen dragen.

3. Overwegingen

3.1 In de door appellante bestreden uitspraak heeft het Gerecht geoordeeld dat het Landsbesluit van 18 november 2009 een benoemingsbesluit betreft. Een dergelijk besluit kan niet worden opgevat als een beslissing inzake de vaststelling van de bezoldiging als bedoeld in artikel 120 van het Rechtspositiebesluit. Er stond derhalve geen bezwaar ex artikel 120 van genoemd besluit open. Geïntimeerde heeft dit niet onderkend en ten onrechte het bezwaarschrift van 26 januari 2010 inhoudelijk beoordeeld. Uit oogpunt van zorgvuldigheid had geïntimeerde dit, nu daaruit uitdrukkelijk bleek dat appellant beoogde bezwaar te maken, dienen door te zenden aan het Gerecht. Het Gerecht heeft het bij geïntimeerde ingediende bezwaarschrift van 26 januari 2010 beoordeeld als een bij het Gerecht ingediend bezwaarschrift in welk geval moet worden uitgegaan van een indieningstermijn van 30 dagen zoals bepaald in artikel 41, eerste lid, van de Rar. Appellante heeft verklaard al op 16 december 2009 in kennis te zijn gesteld van het Landsbesluit waartegen dit bezwaar zich richt, zodat het bezwaarschrift van 26 januari 2010 te laat is ingediend.

3.2 Appellante heeft in haar hoger beroep als grief naar voren gebracht dat artikel 120 van het Rechtspositiebesluit van toepassing is en verwijst naar de inhoud van de beschikking. Ter zitting heeft appellante er op gewezen dat een rechtsmiddelenclausule onder het Landsbesluit van 18 november 2009 ontbreekt.

3.3 Geïntimeerde heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

3.4 De Raad overweegt als volgt.

3.4.1 De bestreden beschikking bepaalt dat de Gouverneur van de Nederlandse Antillen op voordracht van de Minister van Justitie heeft goedgevonden:

“Met inachtneming van het gestelde in artikel 83 lid 2 van het Besluit Rechtspositie Korps Politie Nederlandse Antillen 2000 (P.B. 2000 no. 80), de bezoldiging en eventuele toelagen van hierna te noemen persoon als volgt te herzien:”

3.4.2 Uit het vorenstaande bewoordingen volgt niet dat de bestreden beschikking primair ziet op de benoeming van appellant. Uit de inhoud en strekking volgt evenmin, althans onvoldoende dat de bestreden beschikking primair ziet op de ontheffing van appellant met ingang van 1 oktober 2008 uit de functie Medewerker Wijkteam Punda en benoeming per gelijke datum tot Medewerker Bureau Financiële Onderzoeken. Naar het oordeel van de Raad heeft appellante de bestreden beschikking mogen opvatten als een besluit dat primair ziet op de herziening van haar bezoldiging en is de bezwarentermijn op de voet van artikel 120 van het Rechtspositiebesluit van toepassing. De Raad acht in dit verband relevant dat geïntimeerde heeft verzuimd de bestreden beschikking te voorzien van een rechtsmiddelenclausule, zodat appellante in het ongewisse verkeerde over de grondslag van het aan te wenden rechtsmiddel en derhalve ook uit dien hoofde evenmin heeft kunnen afleiden dat geïntimeerde met de bestreden beschikking (blijkbaar) heeft bedoeld een beschikking af te geven die primair ziet op de benoeming van appellante.

3.5 Gegeven het vorengaande heeft het Gerecht appellante ten onrechte niet ontvankelijk verklaard in haar bezwaar en zal de Raad zal de uitspraak van het Gerecht vernietigen en ter afdoening terug verwijzen naar het Gerecht.

3.6 Er is aanleiding appellante op haar verzoek een schadevergoeding toe te kennen als tegemoetkoming in de door haar in de onderhavige procedure en de bezwaarsprocedure gemaakte kosten. Aansluitend bij het besluit proceskosten bestuursrecht zal de Raad die vergoeding vaststellen op fl. 2800,-, telkens één punt voor het bezwaarschrift, het beroepschrift, het verschijnen ter zitting van het Gerecht en het verschijnen ter zitting van de Raad, waarde per punt fl. 700,- wegingsfactor 1.

4. Beslissing

De Raad van Beroep:

- vernietigt de uitspraak van het Gerecht;

- wijst de zaak ter verdere afdoening terug naar het Gerecht;

-- veroordeelt geïntimeerde tot het betalen van een schadevergoeding aan appellante ten bedrage van fl. 2800,- (achtentwintighonderd gulden).

Aldus gegeven door mrs. M.T. Boerlage, voorzitter, J. Sybesma en S. Verheijen, leden, en door de voorzitter uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.