Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBANAA:2008:BK1232

Instantie
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Datum uitspraak
02-12-2008
Datum publicatie
27-10-2009
Zaaknummer
RvBAz 2007/58
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Betreft verzoek om overwerkvergoeding. Op grond van artikel 27, lid 9 van de LMA ontvangen onder meer ambtenaren die hoger worden bezoldigd dan volgens schaal 9 geen beloning voor overwerk en geen toelage. Dat die aanspraak niet bestaat vloeit rechtstreeks voort uit de wet. De door de ambtenaar gestelde strijd met beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het gelijkheids- en vertrouwensbeginsel, kan er niet toe leiden dat haar in strijd met de wet toch een overwerkvergoeding wordt toegekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak: 2 december 2008

Zaaknr. RvBAz 2007/58

RAAD VAN BEROEP IN AMBTENARENZAKEN

Uitspraak

In de zaak van:

[ambtenaar]

wonende op Curaçao,

oorspronkelijk klaagster,

thans appellante,

gemachtigde mr. W.E. Fortin,

tegen:

DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID EN SOCIALE ZAKEN EN INFRASTRUCTUUR

zetelend te Curaçao,

oorspronkelijk verweerder,

thans geïntimeerde,

gemachtigde mr. A.W. van der Gulik.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1 Bij een op 15 maart 2006 ter griffie van het Gerecht in Ambtenaren zaken (het Gerecht) ingekomen bezwaarschrift heeft appellante bezwaar gemaakt tegen het schrijven van geïntimeerde van 13 januari 2006.

1.2 Het Gerecht heeft het bezwaarschrift bij uitspraak van 18 september 2007 ongegrond verklaard. Hiertegen is door appellante beroep ingesteld bij beroepschrift ingekomen ter griffie van het Gerecht op 18 oktober 2007. Geïntimeerde heeft een verweerschrift ingediend.

1.3 Het beroep is behandeld ter zitting van de Raad op 29 mei 2008. Appellante is verschenen in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde. Geïntimeerde is verschenen bij gemachtigde.

1.4 Het beroep is nader behandeld ter zitting van de Raad van 16 oktober 2008, waar appellante opnieuw is verschenen in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde. Geïntimeerde is eveneens verschenen bij gemachtigde.

2. Beoordeling.

Appellante stelt zich op het standpunt dat haar een overwerkvergoeding over de periode van 1 november 1997 tot en met 31 december 2000 moet worden toegekend. Geïntimeerde heeft zich er onder meer op beroepen dat al eerder dan bij de in bezwaar bestreden beschikking van 13 januari 2006 een beslissing is genomen waarbij een verzoek om een dergelijke vergoeding over dezelfde periode is afgewezen. Geïntimeerde stelt zich daarom op het standpunt dat het latere verzoek van appellante moet worden opgevat als een verzoek om bestuurlijke heroverweging, zodat het Gerecht slechts had mogen beoordelen of er sprake was van nieuwe feiten en omstandigheden die grond zouden kunnen opleveren voor een dergelijke heroverweging. Geïntimeerde heeft echter, hoewel daartoe na de eerste mondelinge behandeling ter zitting nogmaals in de gelegenheid gesteld, geen afschrift overgelegd van een eerdere beslissing op een verzoek om overwerkvergoeding over genoemde periode. Hoewel het dossier enige aanwijzingen bevat dat een aanvraag om een dergelijke vergoeding al eerder door verweerder in behandeling is genomen, zal de Raad er daarom vanuit gaan dat met de beschikking van 13 januari 2006 voor de eerste maal een beslissing is genomen op een verzoek om die vergoeding.

Naar het oordeel van de Raad heeft het Gerecht de feiten juist vastgesteld. De Raad verwijst naar de weergave daarvan onder 2 van de bestreden uitspraak.

Ingevolge artikel 27, negende lid van de LMA ontvangen geen beloning voor overwerk en geen toelage de ambtenaren die:

a. een dienstbetrekking bekleden die hoger wordt bezoldigd dan volgens schaal 9 van het Bezoldigingslandsbesluit 1998 of volgens daarmede in andere organieke regelingen der bezoldigingen voorkomende overeenkomstige bezoldigingsschalen dan wel volgende de schalen, welke daarvoor eventueel in de plaats komen;

b. die met de leiding van een dienstvak of een onderdeel daarvan zijn belast of die zelfstandig overwerk verrichten;

c. die zijn belast met een functie c.q. taak, welke met zich brengt dat zij regelmatig overwerk moeten verrichten.

Aan de onder a en b bedoelde ambtenaren kan voor overwerk een eenmalige vergoeding of een gratificatie worden toegekend.

Appellante is per 1 juli 1996 geplaatst in schaal 12. Het Gerecht heeft terecht overwogen dat haar verzoek om een vergoeding voor overwerk over de periode van 1 november 1997 tot 31 december 2000 niet voor toewijzing in aanmerking kwam nu zij kwalificeerde als ambtenaar bedoeld onder a en b van artikel 27, negende lid LMA.

Het Bezoldigingslandsbesluit 1968, dat gold tot 31 december 1997 en het Bezoldigingslandsbesluit 1998, dat nadien geldt, bieden geen grondslag voor het oordeel dat aan appellante desalniettemin een overwerkvergoeding moet worden toegekend.

Appellante klaagt er voorts over dat anderen in een gelijksoortige situatie wel een overwerkvergoeding is toegekend en dat er aan haar toezeggingen zijn gedaan dat zij die vergoeding ook zou krijgen. De weigering appellante voor een toelage in aanmerking te brengen vloeit naar het oordeel van de Raad rechtstreeks voort uit de LMA. De door haar gestelde strijd met beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel, kunnen er niet toe leiden dat geïntimeerde, in strijd met de wet, toch de overwerkvergoeding zou moeten toekennen.

De bestreden uitspraak moet daarom worden bevestigd.

3. Beslissing

De Raad van Beroep:

- bevestigt de bestreden uitspraak.

Aldus gegeven door mr. J.Th. Drop, voorzitter, A.R. Ramirez en mr. J. Sybesma en uitgesproken in het openbaar op 2 december 2008, in tegenwoordigheid van de griffier.