Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBANAA:2007:BK4262

Instantie
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Datum uitspraak
20-09-2007
Datum publicatie
25-11-2009
Zaaknummer
RvBAz 2006/73
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Arubaanse zaak. Betreft verzoek om dwangsom op te leggen indien uitspraak van Gerecht niet wordt uitgevoerd. De Raad oordeelt dat art. 96,derde lid LvAR slechts de grondslag biedt voor de bevoegdheid om bij het niet uitvoeren van uitspraak een schadevergoeding vast te stellen met terzijdestelling van die uitspraak. Dit artikel geeft de rechter niet de bevoegdheid om bij te late uitvoering een schadevergoeding, bijvoorbeeld in de vorm van wettelijke rente, op te leggen of een als vooraf bepaalde schadevergoeding aan te merken dwangsom, om uitvoering af te dwingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak: 20 september 2007

Zaaknr: RvBAz 2006/73

RAAD VAN BEROEP

IN AMBTENARENZAKEN

Uitspraak

In de zaak van:

DE GOUVERNEUR VAN ARUBA

zetelend te Aruba,

oorspronkelijk verweerder,

thans appellant,

gemachtigde mr. V.M. Emerencia,

tegen:

[namen van 18 ambtenaren]

wonende te Aruba,

oorspronkelijk klagers, thans geïntimeerden,

procederend in persoon.

1. Ontstaan en loop van het geding.

1.1. Bij uitspraken van 29 maart 2006 heeft het Gerecht appellant opgedragen om geïntimeerden elk binnen drie maanden een beschikking af te geven. Op 31 augustus 2006 hebben geïntimeerden een bezwaarschrift ingediend bij het Gerecht wegens het niet gevolg geven aan deze veroordeling. Het Gerecht heeft het bezwaar gegrond verklaard bij uitspraak van 29 november 2006. Bij beroepschrift van 21 december 2006 heeft appellant beroep ingesteld tegen deze uitspraak.

1.2. Het beroep is behandeld ter zitting van de Raad in Aruba op 3 juli 2007, waar appellant is verschenen bij gemachtigde. Van geïntimeerden is verschenen [S.L.].

1.3. De uitspraak is bepaald op heden.

2. Beoordeling.

Ingevolge het eerste lid van artikel 96 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (LvAR) is de ambtenaar bevoegd een bezwaarschrift bij het Gerecht in te dienen indien aan een bij onherroepelijk geworden beslissing van het Gerecht opgelegde veroordeling niet of niet volledig gevolg gegeven wordt.

Ingevolge het derde lid van artikel 96 van de LvAR veroordeelt het Gerecht , indien het bezwaar gegrond bevonden wordt, het betrokken lichaam tot vergoeding en stelt het met inachtneming van alle omstandigheden het bedrag der schadevergoeding vast.

Bij het bezwaarschrift van 31 augustus 2006 hebben geïntimeerden verzocht appellant te bevelen om binnen een maand na het doen van de uitspraak alsnog een beslising te nemen met inachtneming van de uitspraak van 29 maart 2006, op straffe van een dwangsom van Awg. 1000,= per dag.

Naar het oordeel van de Raad kan de in artikel 96 LvAR neergelegde bevoegdheid schadevergoeding op te leggen gelet op de bewoordingen van deze bepaling slechts worden toegepast met terzijdestelling van de niet uitgevoerde uitspraak. Die uitspraak wordt aldus vervangen door een schadevergoeding. Dit artikel geeft niet de bevoegdheid om bij te late uitvoering van de uitspraak een schadevergoeding op te leggen of een als vooraf bepaalde schadevergoeding aan te merken dwangsom. Ook elders in de LvAR is geen bepaling opgenomen die het Gerecht de bevoegdheid geeft om in geval van het niet uitvoeren van haar uitspraak een dwangsom te bepalen en op te leggen. Door het bezwaarschrift van geïntimeerden gegrond te verklaren en een dwangsom op te leggen heeft het Gerecht de haar toegekende bevoegdheden overschreden. De Raad zal daarom de uitspraak van het Gerecht vernietigen en doende wat het Gerecht had behoren te doen, het bezwaarschrift ongegrond verklaren.

3. Beslissing

De Raad van Beroep:

- vernietigt de bestreden uitspraak;

- verklaart het in bezwaar ongegrond.

Aldus gegeven door mr. J.Th. Drop, voorzitter en mr. E.M.D. Angela en mr. L.J. de Kerpel-van de Poel, leden, en uitgesproken in het openbaar op 20 september 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.