Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBANAA:2007:BJ6423

Instantie
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Datum uitspraak
21-06-2007
Datum publicatie
31-08-2009
Zaaknummer
RvBAz 2006/45
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Betreft verzoek om toekenning schadevergoeding i.v.m. opgelopen letsels als gevolg van dienstongeval. Tijdige ontvangst van besluit is niet bestreden. Het bezwaar is veel later dan dertig dagen ingediend en daarom niet-ontvankelijk. Het feit dat de inhoudelijke kanten van de zaak door het Gerecht ook ter zitting zijn behandeld, staat niet in de weg aan de niet-ontvankelijkverklaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak: 21 juni 2007

Zaaknr: RvBAz 2006/45

RAAD VAN BEROEP

IN AMBTENARENZAKEN

Uitspraak

In de zaak van:

[ambtenaar]

wonende te Curaçao,

oorspronkelijk klager, thans appellant,

gemachtigde: mr. L.G. Pieternella

tegen:

Het Bestuurscollege van het Eilandgebied Curaçao,

zetelend te Curaçao,

oorspronkelijk verweerder,

thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. F.L. Cijntje-de Jager.

1. Ontstaan en loop van het geding.

1.1. Bij brief van 10 maart 2004 heeft de gemachtigde van appellant geïntimeerde verzocht om toekenning van schadevergoeding in verband met de door hem als gevolg van een dienstongeval opgelopen letsels.

1.2. Dit verzoek is door geïntimeerde afgewezen bij beschikking van 4 februari 2005.

1.3. Appellant heeft bij schrijven van 15 april 2005 hiertegen een bezwaarschrift ingediend bij het gerecht in ambtenarenzaken, welk bezwaar bij beslissing van 27 september 2006 door het Gerecht niet-ontvankelijk is verklaard.

1.4. Hiertegen is namens appellant hoger beroep ingesteld bij schrijven, ter griffie ingekomen op 13 oktober 2006. Geïntimeerde heeft een contra-memorie ingediend.

1.5. Het beroep is behandeld ter zitting van de Raad op Curaçao op 10 mei 2007, waar appellant is verschenen in persoon, bijgestaan door zijn gemachtigde. Geïntimeerde heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

2. Beoordeling.

2.1 Ingevolge artikel 41, eerste lid van de Regeling ambtenarenrechtspraak 1951 wordt het bezwaarschrift ingediend binnen dertig dagen na de dag, waarop de aangevallen beschikking is genomen. Ingevolge het derde lid van dit artikel wordt degene die bezwaar inbrengt na de hiervoor bepaalde termijn, niet op grond daarvan niet-ontvankelijk verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont, het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag, waarop hij van de aangevallen beschikking redelijkerwijs kennis heeft kunnen dragen.

2.2 De in bezwaar bestreden beschikking is gedateerd 4 februari 2005, terwijl daarop tevens is gestempeld: “verzonden 4 februari 2005”. Het bezwaarschrift, dat is ontvangen op 15 april 2005, is niet ingediend binnen 30 dagen na het nemen van deze beschikking.

2.3 Nu de tijdige ontvangst van deze beschikking niet door appellant is bestreden moet ervan worden uitgegaan dat deze op 4 februari 2005 is verzonden en dat hij daarvan binnen veertien dagen kennis kon nemen. Het bezwaar is niet binnen 30 dagen daarna ingediend maar eerst op 15 april 2005. Het Gerecht heeft het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk geoordeeld, zij het op iets andere gronden.

2.4 Namens appellant is aangevoerd dat het Gerecht, door de zaak ook inhoudelijk aan de orde te stellen, de verwachting heeft gewekt dat niet-ontvankelijkverklaring achterwege zou blijven. Appellant heeft er daarbij op gewezen dat hij geld en moeite heeft besteed aan het verzamelen van in zijn zaak te gebruiken bewijsmateriaal. Dit leidt niet tot een ander oordeel reeds nu de bepalingen ten aanzien van de termijnen voor het instellen van bezwaar en beroep van openbare orde zijn en het het Gerecht daarom niet vrijstond toepassing daarvan achterwege te laten.

2.5 Het Gerecht heeft in enkele overwegingen ten overvloede een standpunt ingenomen ten aanzien van de zaak ten gronde. Deze overwegingen dragen niet het oordeel van het Gerecht, dat immers strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. Hetgeen daartegen is aangevoerd kan daarom niet leiden tot vernietiging van de bestreden uitspraak.

2.6 De conclusie moet zijn dat de bestreden uitspraak moet worden bevestigd.

3. Beslissing

De Raad van Beroep:

- bevestigt de bestreden uitspraak

Aldus gegeven door mr. J.Th. Drop, voorzitter en A.R Ramirez en mr. J.P. de Haan, leden, en uitgesproken in het openbaar op 21 juni 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.