Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2012:BW5799

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
13-03-2012
Datum publicatie
15-05-2012
Zaaknummer
EJ 1243/10–H–55/11–GHIS 47764
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Arubaanse zaak. Vervolg op <i>LJN</i> BQ8743. Hof oordeelt dat de verklaringen van getuigen voldoende steun bieden aan de verklaring van de werkneemster. Hof oordeelt dat thans vaststaat dat er sprake is geweest van zodanig onheus gedrag van appellant dat het een ontslag op staande voet kan dragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0491
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Registratienummer: EJ 1243/10–H–55/11–GHIS 47764

Uitspraak: 13 maart 2012

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

BESCHIKKING

in de zaak van:

[werknemer],

wonende in Aruba,

oorspronkelijk verzoeker, thans appellant, tevens incidenteel geïntimeerde,

gemachtigden : mrs. L.J. Pieters en D.G. Kock,

tegen

de naamloze vennootschap

HYATT ARUBA N.V.,

gevestigd in Aruba,

oorspronkelijk verweerster, thans geïntimeerde, tevens incidenteel appellante,

gemachtigde: mr. A.E. Barrios.

Partijen worden hierna [werknemer] en Hyatt genoemd.

1. Het verdere verloop van de procedure

Voor het eerdere verloop van de procedure in hoger beroep verwijst het Hof naar zijn tussen partijen gewezen beschikking van 17 mei 2011. Naar aanleiding van de in die beschikking gegeven bewijsopdracht heeft Hyatt vijf getuigen laten horen. In contra-enquête heeft [werknemer] zichzelf als getuige laten horen. Beide partijen hebben ver-volgens een conclusie na enquête genomen, waarna de beschikking is bepaald op heden.

2. De verdere beoordeling

2.1.1 Naar aanleiding van de door dit Hof bij voornoemde beschikking gegeven bewijsopdracht inhoudende dat Hyatt wordt toegelaten te bewijzen dat [werknemer] op 13 december 2009 de billen van zijn vrouwelijke collega [vrouwelijke collega] heeft aangeraakt en vervolgens heeft gezegd “next time I bite it”, heeft Hyatt laten horen [vrouwelijke collega], [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4].

2.1.2 De getuige[vrouwelijke collega] heeft verklaard, voor zover relevant en zakelijk weergegeven:

Ik stond die dag in de keuken voorovergebogen bij de tafel. [werknemer] kwam langs. Hij aaide met zijn hand over mijn billen. Hij raakte daarbij mijn gehele achterwerk. Ik zei dat ik het niet leuk vond en dat er de volgende keer consequenties aan zouden worden verbonden. Hij zei dat hij er de volgende keer in zou bijten. [P] stond toen aan de andere kant van de counter.

2.1.3 De getuige [getuige 2] heeft verklaard, voor zover relevant en zakelijk weergegeven:

Ik werd op 13 december 2009 door collega [getuige 4] benaderd. Hij zei dat hij [vrouwelijke collega] had gesproken en dat zij een beetje boos of overstuur was omdat [werknemer] haar had aangeraakt toen zij iets aan [P] vroeg. [getuige 4] zei dat hij dat van [vrouwelijke collega] had gehoord en toen naar [werknemer] was gegaan om hem dat te verbieden. Ik ben naar [vrouwelijke collega] gegaan die mij dat zelfde verhaal vertelde en dat [werknemer] had gezegd “next time I’ll bite it”. In het kantoor van de sous-chef hebben de restaurant-manager [getuige 3], [getuige 2], [P] (over wiens aanwezigheid ik niet zeker ben), [vrouwelijke collega] en ik gesproken met [werknemer], die zei dat het een grapje was. Ik heb diezelfde dag een verklaring opgesteld.

2.1.4 De getuige[getuige 3] heeft verklaard, voor zover relevant en zakelijk weergegeven:

Ik werd op een dag geroepen door [getuige 4]. Die vertelde mij dat er lichamelijk contact was geweest tussen [werknemer] en een andere medewerker genaamd [vrouwelijke col-lega]. Hij heeft haar achterwerk aangeraakt met zijn handen. Ik heb toen de directe chef [getuige 2] gevraagd om mij te vertellen wat er was gebeurd en ik heb [werknemer] ge-roepen. Hij bevestigde mij dat hij het achterwerk van [vrouwelijke collega] had aange-raakt met zijn handen. [getuige 2], [werknemer] en ik waren toen aanwezig.

2.1.5 De getuige [getuige 4] heeft verklaard, voor zover relevant en zakelijk weergege-ven:

Ik liep op een dag naar [getuige 2] restaurant toen ik [vrouwelijke collega] zag aankomen met een angstige en ongelukkige gezichtsuitdrukking. Toen ik haar vroeg wat er was zei zij na aandringen dat [werknemer] haar op haar achterwerk had geslagen toen zij voorovergebogen stond. Toen zij op die klap reageerde zei [werknemer] “I’ll bite next time”. Ik liep toen naar [werknemer] en vroeg hem of hij wist dat je bepaalde dingen niet kon doen. Hij had een schuldige en angstige uitdrukking op zijn gezicht en antwoordde mij “waarom is zij naar jou gekomen?”. Op de manier waarop hij dit zei en de wijze waarop hij zich gedroeg kon ik zien dat het verhaal van [vrouwelijke collega] waar was. Ik heb toen alles aan de MOD [getuige 2] verteld.

2.2 De in contra-enquête gehoorde partij [werknemer] heeft verklaard, voor zover relevant en zakelijk weergegeven:

Op de dag van het gebeuren heb ik [vrouwelijke collega], die voorovergebogen over een tafel stond, groetend op de rug geklopt. Ik groette haar daarbij en zij groette niet terug en reageerde helemaal niet en liep gewoon weg. Even later kwam [getuige 4] die mij zei dat wat ik had gedaan verkeerd was. Ik wist niet waar hij het over had. Na een poosje werd ik opgehaald door [getuige 1] die zei dat ik naar het kantoor van [getuige 2] moest gaan. Ik ben naar dat kantoor gegaan en heb verteld dat ik haar alleen had gegroet en, nadat [vrouwelijke collega] erbij kwam, heb ik de plek aangewezen waar ik haar had geraakt. Ik heb toen [vrouwelijke collega] gevraagd waarom zij de chef iets anders had verteld dan ik, waarop zij stil bleef. Ik ben toen naar huis gestuurd.

2.3 Naar het oordeel van het Hof vindt de verklaring van [vrouwelijke collega] voldoende steun in de verklaringen van [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4]. De verklaring van [werknemer] zelf staat daar zo haaks op dat daaraan voorbij moet worden gegaan onder meer omdat geen der verklaringen van de getuigen die aanwezig zijn geweest in het kan-toor de verklaring van [werknemer] wat de inhoud betreft ondersteunt.

2.4 Gelet op hetgeen het Hof in zijn tussenbeschikking onder 2.4 heeft geoordeeld, waar het Hof bij blijft, betekent dit dat thans vaststaat dat er sprake is geweest van gedrag dat zodanig onheus is geweest dat het het ontslag op staande voet kan dragen. Dit betekent dat de beschikking waarvan beroep moet worden vernietigd, onder afwijzing van het ver-zochte met veroordeling van [werknemer] in de aan de zijde van Hyatt gerezen proceskosten.

BESLISSING

Het Hof:

vernietigt de beschikking waarvan beroep;

wijst het door [werknemer] verzochte af;

veroordeelt [werknemer] in de aan de zijde van Hyatt gerezen proceskosten, in eerste aanleg begroot op Afl. 1.500,- voor gemachtigdensalaris en in hoger beroep begroot op Afl. 5.100,- voor gemachtigdensalaris.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.R. Sijmonsma, P.E. de Kort en A.J. Beuken-horst, leden van het Hof, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 13 maart 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.