Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2010:BO4542

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
12-01-2010
Datum publicatie
19-11-2010
Zaaknummer
KG 26/09 - HAR 89/09
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Betreft vordering dat het Hof de uitvoerbaarheid bij voorraad van vonnis opschort, althans voorwaarde daaraan verbindt dat zekerheid wordt gesteld. Hof oordeelt dat de incidenteel eiser aan zijn vordering feiten en omstandigheden ten grondslag moet leggen die bij de vorige rechter niet in aanmerking konden worden genomen. Hof oordeelt dat in het onderhavige geval niet voldaan is aan het vereiste van een novum. Vorderingen worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Registratienummer: KG 26/09 - HAR 89/09

Uitspraak: 12 januari 2010

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Vonnis ex art. 272 en 57 Rv in de zaak van:

1. de naamloze vennootschap

NOTARISPRAKTIJK [xxx],

gevestigd op Bonaire,

2. [notaris],

wonende op Bonaire,

oorspronkelijk gedaagden,

thans appellanten in de hoofdzaak,

verzoekers in het incident,

gemachtigde: mr. M.R. Hammoud,

- tegen -

de naamloze vennootschap

MAINSTREET N.V.,

met gekozen domicilie op Curaçao,

oorspronkelijk eiseres,

thans geïntimeerden in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

gemachtigde: mr. B.M. Nagelmakers.

Partijen worden hierna "[appellanten]" en "Mainstreet" genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Op 9 december 2009 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Bonaire (verder: GEA), tussen partijen vonnis in kort geding gewezen. Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en gevorderd, de procesgang aldaar en de overwegingen en beslissingen van het GEA wordt verwezen naar dat vonnis.

1.2 [appellanten] is in hoger beroep gekomen van voornoemd vonnis door op 10 december 2009 een akte van hoger beroep in te dienen.

1.3 Bij incidenteel verzoekschrift van 10 december 2009, met producties, hebben [appellanten] gevorderd dat het Hof de uitvoerbaarheid bij voorraad van het bestreden vonnis opschort, althans daaraan de voorwaarde verbindt dat zekerheid wordt gesteld.

Deze vordering is mondeling behandeld op 16 december 2009 ten overstaan van mr. Lewin. De gemachtigden aan beide zijden hebben de standpunten van hun cliënten toegelicht aan de hand van pleitnotities, die zij hebben overgelegd. Op verzoek van de rechter heeft mr. Nagelmakers nadien de gedingstukken in eerste aanleg van de zijde van haar cliënt toegezonden. Uitspraak is aangezegd tegen heden.

2. De beoordeling

2.1 Bij de beoordeling van incidentele vorderingen als de onderhavige moeten de belangen van partijen worden afgewogen in het licht van de omstandigheden van het geval. Daarbij moet worden nagegaan of op grond van die omstandigheden, bijvoorbeeld in verband met de spoedeisendheid van het voldoen aan de veroordeling, het belang van degene die de veroordeling verkreeg, zwaarder weegt dan dat van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand tot op het rechtsmiddel is beslist. De kans van slagen van het aangewende rechtsmiddel dient daarbij in de regel buiten beschouwing te blijven.

Bij de beoordeling van een incidentele vordering als hier bedoeld geldt ook dat in beginsel moet worden uitgegaan van de beslissing van de vorige rechter en de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen omtrent de tenuitvoerlegging. Daarom zal de incidenteel eiser aan zijn vordering feiten en omstandigheden ten grondslag moeten leggen die bij de door de vorige rechter gegeven beslissing niet in aanmerking konden worden genomen doordat zij zich eerst na de uitspraak van de vorige rechter hebben voorgedaan, en die kunnen rechtvaardigen dat van die eerdere beslissing wordt afgeweken (hierna te noemen: een novum; zie: HR 30 mei 2008, NJ 2008, 311, rov. 3.2.3 en 3.2.4).

2.2 In het onderhavige geval klemt het vereiste van een novum des te meer, omdat in het kort geding in eerste aanleg de spoedeisendheid en de afweging van de belangen van partijen deel uitmaakten van het partijdebat en het toetsingskader. Een dergelijk novum is niet gesteld.

2.3 Incidentele vorderingen als de onderhavige kunnen ook worden toegewezen, als executie bij voorraad misbruik van executiebevoegdheid zou opleveren, hetgeen het geval kan zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust. Dat geval doet zich echter hier niet voor.

2.4 De incidentele vorderingen dienen te worden afgewezen. [appellanten] zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van het incident.

BESLISSING:

Het Hof:

wijst de incidentele vorderingen af;

veroordeelt [appellanten] in de kosten van dit incident, aan de zijde van Mainstreet gevallen begroot op NAF. 3.400,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en H.L. Wattel, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao uitgesproken op 12 januari 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.