Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2010:BN7656

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
19-07-2010
Datum publicatie
20-09-2010
Zaaknummer
EJ 155/09 en E 24/09 – H 323/09 en H 90/10
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De man is voor een tweede keer in het huwelijk getreden. Het eerste huwelijk is nimmer door echtscheiding e.d. ontbonden en de betreffende echtgenote is nog in leven. Doordat het eerste huwelijk niet is ontbonden, is het in strijd met de openbare orde het huwelijk hier te lande te erkennen. Vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar echtscheidingsverzoek en zal eventueel opnieuw in eerste aanleg moeten verzoeken voor bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Registratienrs. EJ 155/09 en E 24/09 – H 323/09 en H 90/10

Uitspraak: 19 juli 2010

BESCHIKKING GEGEVEN DOOR HET GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

in de zaken van:

[De man],

wonende op Sint Maarten,

oorspronkelijk verzoeker in de zaak EJ 155/09 (H 323/09) en verweerder in de zaak E 24/09 (H 90/10), thans appellant in beide zaken,

hierna te noemen: de man,

gemachtigde: mr. V.C. Choenie,

tegen

[De vrouw],

wonende op Sint Maarten,

oorspronkelijk verweerster in de zaak EJ 155/09 (H 323/09) en verzoekster in de zaak E 24/09, thans geïntimeerde in beide zaken,

hierna te noemen: de vrouw,

gemachtigde: mr. M.M. Hofman-Ruigrok.

Het verloop van de procedure

1.1. Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en verzocht, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten, (GEA) wordt verwezen naar de tussen partijen in de zaak met EJ nummer 155 van 2009 gegeven en op 28 september 2009 uitgesproken beschikking en in de zaak met E nummer 24 van 2009 gegeven en op 7 december 2009 uitgesproken beschikking. De inhoud van die twee beschikkingen geldt als hier ingevoegd.

1.2. De man is bij verzoekschrift, met producties, ingekomen op 9 november 2009, in hoger beroep gekomen van voornoemde beschikking van 28 september 2009 (EJ 155/09). Hierin heeft hij zijn hoger beroep toegelicht en geconcludeerd dat het Hof de bestreden beschikking zal vernietigen en opnieuw een beschikking zal geven, met veroordeling van de vrouw in de kosten.

1.3. De vrouw heeft in een verweerschrift, met producties, het hoger beroep bestreden en geconcludeerd primair dat het Hof de man niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn verzoek, althans zijn verzoek tot nietigverklaring van het huwelijk zal afwijzen, hetgeen het Hof verstaat als de bestreden beschikking zal bevestigen, kosten rechtens, subsidiair de nietigverklaring zal uitspreken onder toepassing van artikel 1:77, tweede lid, BW, kosten rechtens.

1.4. Op 12 maart 2010 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Verschenen zijn de man, vergezeld van zijn gemachtigde en de vrouw, vergezeld van mr. G. Hatzmann, occuperend voor haar gemachtigde. De gemachtigde van de man heeft gepleit aan de hand van overgelegde pleitaantekeningen. Besloten is de behandeling aan te houden tot 25 juni 2010 opdat de behandeling wordt gecombineerd met die van de echtscheidingszaak E 24/09 (H 90/10).

1.5. Op 1 juni 2010 heeft de man een akte aanvulling c.q. wijziging van eis ingediend waarin hij verzoekt dat voor recht wordt verklaard dat zijn tweede huwelijk niet wordt erkend hier te lande en dat de bestreden beschikking wordt vernietigd en opnieuw een beschikking wordt gegeven, alles met veroordeling van de vrouw in de kosten.

1.6. Bij brief van 23 juni 2010 heeft de man een productie ingezonden.

1.7. In voornoemde echtscheidingszaak E 24/09 (H 90/10) is de man bij verzoekschrift, met producties, ingekomen op 18 januari 2010, in hoger beroep gekomen van voornoemde beschikking van 7 december 2009. Hierin heeft hij zijn hoger beroep toegelicht en geconcludeerd dat het Hof de bestreden beschikking zal vernietigen en opnieuw een beschikking zal geven, met veroordeling van de vrouw in de kosten.

1.8. De vrouw heeft in een verweerschrift het hoger beroep bestreden en geconcludeerd tot bevestiging van de bestreden beschikking.

1.9. Op 25 juni 2010 heeft de afgesproken gecombineerde mondelinge behandeling plaatsgevonden. Verschenen zijn de man, vergezeld van zijn gemachtigde en de vrouw, vergezeld van mrs. B.G. Hofman en G. Hatzmann, occuperend voor haar gemachtigde.

1.10. Partijen hebben in beide zaken om een beschikking gevraagd, waarvan de uitspraak ter zitting bepaald is op heden.

2. De gronden van de hoger beroepen

Voor de gronden van de hoger beroepen wordt verwezen naar de twee beroepschriften.

3. Beoordeling

3.1. Op basis van door de man overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting staat vast dat de man op 13 mei 1994 in de Verenigde Staten gehuwd is met [eerste vrouw] en op 11 september 1999 in de Verenigde Staten met de vrouw. Het eerste huwelijk is nimmer door echtscheiding e.d. ontbonden en [eerste vrouw] is nog in leven (de gemachtigde van de man heeft recentelijk met haar gesproken).

3.2. Doordat het eerste huwelijk niet is ontbonden, moet het in strijd met de openbare orde worden geacht om het huwelijk tussen de man en de vrouw hier te lande te erkennen. Irrelevant is of de vrouw door de man is misleid, hetgeen overigens, blijkens het verhandelde ter zitting van 12 maart 2010, niet het geval was.

3.3. Dit betekent dat de vrouw niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar echtscheidingsverzoek met nevenvoorzieningen, behoudens wat betreft haar verzoek tot veroordeling van de man in een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, welk verzoek in hoger beroep niet aan de orde is aangezien het GEA in de bestreden beschikking van 7 december 2009 aan een beslissing terzake niet is toegekomen. De man is niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot nietigverklaring van het huwelijk met de vrouw, zodat zijn verzoek terecht is afgewezen door het GEA. Wel toewijsbaar is het verzoek van de man om een verklaring voor recht, bij wijze van vermeerdering in hoger beroep gedaan, dat zijn huwelijk met de vrouw niet voor erkenning hier te lande in aanmerking komt.

3.4. Ter zitting zijn de artikelen 1:408b BW en artikel 3:110 BW aan de orde geweest. De vrouw zal terzake opnieuw in eerste aanleg verzoeken (een EJ- en een AR-verzoekschrift) moeten indienen, tenzij partijen tot overeenstemming kunnen komen.

3.5. Gelet op de verhouding tussen partijen worden de kosten gecompenseerd.

4. Beslissing

Het Hof:

in de zaak EJ 155/09 – H 323/09:

- bevestigt de bestreden beschikking van 28 september 2009, met dien verstande dat de man niet-ontvankelijk is in zijn verzoek tot nietigverklaring van zijn huwelijk met de vrouw;

- verklaart voor recht dat het huwelijk van de man met de vrouw niet kan worden erkend hier te lande;

- draagt de griffier op een afschrift van deze beschikking te doen toekomen aan het Hoofd van de basisregistratie persoonsgegevens van Sint Maarten;

- compenseert de kosten van het hoger beroep aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

in de zaak E 24/09 – H 90/10:

- vernietigt de bestreden beschikking van 7 december 2009, en opnieuw rechtdoende:

- wijst de verzoeken van de vrouw, voor zover in de bestreden beschikking toegewezen, af;

- compenseert de kosten van deze procedure in beide instanties aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J. de Boer, J.R. Sijmonsma en H. de Doelder, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juli 2010 op Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier.