Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2010:BN4796

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
22-06-2010
Datum publicatie
23-08-2010
Zaaknummer
HAR 14/10
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vraag is of de erkenning door getrouwde man erkend moet worden zodat verzoeker daardoor het Nederlanderschap had verkregen ingevolge art. 4 oud RwNed. Een absoluut verbod van erkenning kan in strijd komen met artikel 8 EVRM. In dit concrete geval doet die strijdigheid zich voor en erkenning kan niet worden geweigerd wegens strijd met de openbare orde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Registratienummer: HAR 14/10

Uitspraak: 22 juni 2010

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

1. [verzoeker],

wonende in Aruba,

verzoeker,

gemachtigde: mr. M.S. Cabenda,

belanghebbenden:

2. de Minister van Justitie van Aruba,

3. het Openbaar Ministerie van Aruba,

4. het Hoofd Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister van Aruba.

1. Het verloop van de procedure

Bij op 2 maart 2010 ingekomen verzoekschrift ingevolge artikel 17 <i>Rijkswet op het Nederlanderschap</i> (hierna ook: RwNed), met producties, heeft verzoeker het Hof verzocht vast te stellen dat hij sedert 7 januari 1992 de Nederlandse nationaliteit bezit.

Op 15 juni 2010 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Verschenen zijn verzoeker, vergezeld van zijn gemachtigde en zijn ouders, alsmede de Advocaat-Generaal.

De Advocaat-Generaal heeft ter zitting een schriftelijke conclusie voorgedragen en overgelegd, strekkende tot toewijzing van het verzoek.

2. De beoordeling

2.1 Uit de stukken, waaronder de beschikking van het Hof van 20 januari 2009 ten aanzien van verzoekers broer [broer] (HAR 38/08) alsmede uit hetgeen ter zitting is besproken, is het volgende gebleken. Verzoeker, die op 10 november 1991 geboren is in Venezuela en niet door geboorte de Nederlandse nationaliteit had, is op 7 januari 1992 in Venezuela erkend door een Nederlandse man, [man] (hierna: [man]), die evenwel op dat tijdstip gehuwd was met een andere vrouw dan de moeder. [man] is in 1978 in Venezuela in het huwelijk getreden, alwaar hij destijds zijn gewone verblijfplaats had. In 1983 kreeg hij in Venezuela een relatie met een andere Venezolaanse vrouw, uit welke relatie verzoeker in 1991 is geboren. Verzoeker is, zoals vermeld, in 1992 door [man] erkend in Venezuela. In 1999 is het gezin (onder wie verzoeker, diens moeder en [man]) verhuisd naar Aruba. In 2003 is het huwelijk van [man] ontbonden, waarna hij is hertrouwd met de moeder van verzoeker.

2.2 Bij het inleidend verzoekschrift is een rapport van Base Clear Group te Leiden, Nederland houdende de resultaten van een verwantschapsonderzoek gevoegd. Hieruit blijkt dat [man] met 99.99956237% waarschijnlijkheid de biologische vader is van verzoeker. Ter zitting heeft [man] de ontbrekende controleformulieren met daarop de handtekeningen van de persoon die te Aruba het DNA-materiaal heeft afgenomen ([R.W.]) en de daarbij aanwezige getuige ([D.W.]) overgelegd. Het Hof accepteert het rapport als betrouwbaar.

2.3 De vraag is of de erkenning door [man] in Venezuela hier te lande kan worden erkend zodat verzoeker daardoor het Nederlanderschap had verkregen ingevolge de Rijkswet op het Nederlanderschap zoals die destijds luidde (artikel 4 <i>oud</i> RwNed; vervallen per 1 april 2003). Het Burgerlijk Wetboek van Aruba bepaalde in 1992: ‘Een erkenning is nietig, indien zij is gedaan: (...) b. door een gehuwde man, wiens huwelijk meer dan 306 dagen voor de geboortedag van het kind is voltrokken’ (artikel 330 aanhef en onder b <i>oud</i> BW, vervallen per 1 januari 2002).

2.4 Door de Hoge Raad is op 10 november 1989, NJ 1990, 450 geoordeeld dat een absoluut verbod van erkenning door de gehuwde man in concreto in strijd kan komen met artikel 8 EVRM (recht op eerbiediging van ‘family life’). In het onderhavige concrete geval doet die strijdigheid zich voor, gelet op de hiervóór onder 2.1 en 2.2 gegeven omstandigheden. Daarom kan niet worden gezegd dat de Nederlander [man] naar Arubaans recht niet bevoegd zou zijn verzoeker te erkennen. Van een poging de Arubaanse adoptiewetgeving te omzeilen is niet gebleken.

2.5 Onder deze omstandigheden kan erkenning hier te lande van de Venezolaanse erkenning, die is neergelegd in een door een bevoegde instantie overeenkomstige de plaatselijke voorschriften opgemaakte akte, niet worden geweigerd wegens strijd met de openbare orde.

2.6 De slotsom is dat het verzoek moet worden toegewezen.

Beslissing

Het Hof:

stelt vast dat verzoeker Nederlander is geworden met ingang van 7 januari 1992.

Deze beschikking is gegeven door mrs. P.E. de Kort, H.L. Wattel en F.J.P. Lock, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao uitgesproken op 22 juni 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.