Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2010:BN4469

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
04-08-2010
Datum publicatie
19-08-2010
Zaaknummer
HAR 112/2010
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Betreft verzoek om voorwaardelijk in vrijheid te worden gesteld. Hof verklaart in eerste instantie verzoeker ontvankelijk, maar uit stukken in dossier blijkt dat hij in het verzoek niet ontvankelijk dient te worden verklaard. Kortingen op straf dienen in afzonderlijk gratietraject aan de orde te komen en de beslissingen hieromtrent kunnen niet in een strafvorderlijk kort geding aan de orde worden gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Datum beschikking: 4 augustus 2010

Nummer: HAR 112/2010

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Beschikking op het verzoek ex art. 43 Sv van:

[Verzoeker] (hierna verzoeker),

thans gedetineerd op Curaçao,

gemachtigde: mr. J.J. Oedjaghir.

1. Het procesverloop

Bij op 19 juli 2010 ter griffie van het Hof ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker het Hof verzocht om het Land de Nederlandse Antillen en/of de Minister van Justitie van het Land en/of het Openbaar Ministerie, meer speciaal de directeur van de gevangenis Bon Futuro op te dragen verzoeker binnen 2 x 24 uur alsnog voorwaardelijk in vrijheid te stellen (hierna VI) dan wel een beslissing te willen nemen op grond van redelijkheid en billijkheid op straffe van een dwangsom van NAF. 5.000,- voor elke dag dat verweerders dit nalaten, met een maximum van NAF. 100.000,-.

Het verzoek op Curaçao in raadkamer behandeld op 27 juli 2010 en 3 augustus 2010. Verschenen en gehoord zijn telkens de (fgd.) procureur-generaal mr. A.C. van der Schans, die stukken heeft overgelegd, verzoeker en zijn gemachtigde. Beschikking is aangezegd en bepaald op heden.

2. De beoordeling

2.1 Het verzoek heeft betrekking op (de modaliteiten van) vrijheidsbeneming door de overheid, zodat sprake is van een spoedeisend belang. Het Wetboek van Strafvordering bevat geen regeling die het mogelijk maakt in de executiefase VI-problematiek als de onderhavige aan te orde te stellen. Verzoeker kan wat dat betreft daarom op de voet van art. 43 lid 1 Sv thans worden ontvangen.

2.2 Op grond van de zich in het dossier bevindende stukken dient ervan te worden uitgegaan dat verzoeker voor VI in aanmerking kan komen met ingang van 3 november 2011, zodat hij, voor zover hij zijn verzoek tot VI heeft gebaseerd op feiten en/of rechten exclusief resocialisatiekorting en/of werkstrafkorting, in dat verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

2.3 Voor zover verzoeker stelt dat bij de berekening van zijn VI-datum ten onrechte geen rekening wordt gehouden met resocialisatiekorting en/of werkstrafkorting, kan hij in die stelling niet worden ontvangen omdat deze kortingen slechts in een afzonderlijk gratietraject aan de orde komen terwijl beslissingen in een gratietraject niet in een strafvorderlijk kort geding aan de orde gesteld kunnen worden. Ook wat dat betreft dient hij dus niet-ontvankelijk te worden verklaard.

3. De beslissing

Het Hof:

Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.R. Sijmonsma, H.A.C. Smid en M.T. Paulides, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en uitgesproken op Curaçao op 4 augustus 2010 in tegenwoordigheid van de griffier, zijnde mr. Van Veen buiten staat deze beschikking te ondertekenen.