Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2010:BM9554

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
03-06-2010
Datum publicatie
29-06-2010
Zaaknummer
H 73/2010
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Arubaanse zaak. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt met haar mededaders aan 2 inbraken en een poging daartoe. Zij is een recidivist. Hoewel het Hof minder feiten bewezen achtte dan de eerste rechter en het OM, acht het Hof de door eerste rechter opgelegde straf passend en geboden. Zij krijgt 14 maanden en moet aan benadeelde partij Afl 3.019,- betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 3 juni 2010

Zaaknummer: H 73/2010

Parketnummers: P-2008/08604, P-2009/01870, P-2009/02254 en P-2007/00268

Tegenspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

VONNIS

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 28 januari 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [datum] 1974 in Aruba,

thans gedetineerd in het Korrektie Instituut Aruba (KIA).

<u>Procesgang en onderzoek van de zaak </u>

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 28 januari 2010, zoals daarvan blijkt uit het proces-verbaal van die terechtzitting, alsmede van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 17 mei 2010 in Aruba.

Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de (waarnemend) procureur-generaal, mr. T.H.W. Stein, en van hetgeen door de verdachte en haar raadsman mr. A.S. Kock in de zaak met parketnummer P-2009/02254 en haar raadsman mr. C.R. Foy in de zaken met parketnummers P-2008/08604, P-2009/01870 en P-2007/00268 naar voren is gebracht.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en aan de verdachte ter zake van het subsidiair tenlastegelegde in de zaken met parketnummers P-2008/08604 en P-2009/01870, het primair tenlastegelegde in de zaak met parketnummer P-2009/02254 en het tenlastegelegde onder de feiten 1, 2 en 3 primair in de zaak met parketnummer P-2007/00268 een gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van veertien maanden met aftrek van voorarrest, onder toewijzing van de civiele vordering.

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde in de zaken met parketnummers P-2008/08604, P-2009/01870 en P-2009/02254 vrijgesproken en ter zake van het subsidiair tenlastegelegde in de zaken met parketnummers P-2008/08604, P-2009/01870 en P-2009/02254 en het tenlastegelegde onder de feiten 1, 2 en 3 primair in de zaak met parketnummer P-2007/00268 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van veertien maanden met aftrek van voorarrest. Tevens is in eerste aanleg de vordering van de benadeelde partij [R.F.]van Afl. 3.019,- toegewezen.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.

<u>Tenlastelegging</u>

Aan de verdachte is, met inachtneming van de in eerste aanleg gevorderde en toegewezen wijzigingen, ten laste gelegd:…….

<u>Vonnis waarvan beroep</u>

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het Hof tot andere beslissingen komt.

<u>Vrijspraak </u>

Het Hof acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair is ten laste gelegd in de zaken met parketnummers P-2008/08604 en P-2009/01870 en hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd in de zaak met parketnummer P-2009/02254, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Ter toelichting van de vrijspraak in de zaak met parketnummer P-2009/02254 dient het volgende.

De procureur-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat diefstal van de aan[E.T.] ev [C.] toebehorende gouden ketting bewezen dient te worden verklaard. Daartoe heeft hij aangevoerd dat uit de bewijsmiddelen kan worden geconcludeerd dat de verdachte deze ketting heeft gestolen uit de auto van [J.C.], die vermoedelijk – al dan niet met [D.K.] – zelf de bewuste inbraak in de woning heeft gepleegd.

Naar het oordeel van het Hof dient de verdachte te worden vrijgesproken van hetgeen aan haar primair ten laste is gelegd in de zaak met parketnummer P-2009/02254. Weliswaar heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat zij de ketting heeft gestolen uit de auto van [J.C.], maar het Hof legt de primaire tenlastelegging aldus uit dat deze betrekking heeft op de diefstal van de ketting uit de woning van [E.T.] ev [C.], en niet op de diefstal van de ketting uit de auto van [J.C.].

Voorts kan het Hof, nu het niet kan uitsluiten dat de verdachte de ketting uit de auto heeft gestolen, niet tot bewezenverklaring van de subsidiair tenlastegelegde heling in de zaak met parketnummer P-2009/02254 komen (vgl. HR 11 december 2007, LJN BB4849).

<u>Bewezenverklaring</u>

Het Hof acht bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaken met parketnummers P-2008/08604 subsidiair, P-2009/01870 subsidiair en P-2007/00268 onder de feiten 1, 2 en 3 primair is ten laste gelegd, met dien verstande:

<b>parketnummer P-2008/08604 subsidiair</b>

dat zij in de periode van 08 november 2008 tot en met 13 november 2008, in Aruba tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een auto (Toyota Yaris) door diefstal verkregen, uit winstbejag heeft vervoerd;

<b>parketnummer P-2009/01870 subsidiair</b>

dat zij in de periode van 2 maart 2009 tot en met 4 maart 2009 in Aruba, opzettelijk een auto, door diefstal, in elk geval door misdrijf verkregen, uit winstbejag heeft vervoerd;

<b>parketnummer P-2007/00268</b>

1. dat zij in de periode van 4 januari 2007 tot en met 5 januari 2007 in Aruba tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen te [adres] heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden en een computer en een mobiele telefoon en een scheermachine en een bedsprei en een koffer en flessen alcoholhoudende drank en een hoeveelheid levensmiddelen, toebehorende aan [R.F.] waarbij verdachte en verdachtes mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

2. dat zij op 10 januari 2007 in Aruba tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen te [adres] heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden en horloges, toebehorende aan [Z.L.] en [T.S.] en [M.L.] waarbij verdachte en verdachtes mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

3 primair: dat zij op 15 januari 2007 in Aruba ter uitvoering van verdachtes voornemen om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen te [adres] weg te nemen een (of meer) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [M.I.] en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen goederen onder hun bereik te brengen door middel van braak, zijnde de verdere uitvoering van dat voornemen niet voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd (<i>cursief</i>). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

<u>Bewijsmiddelen</u>

Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in geval van cassatie in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

<u>Bewijsoverwegingen</u>

De verdachte heeft ten aanzien van de in de zaken met parketnummers P-2008/08604 en P-2009/01870 tenlastegelegde heling van de auto’s naar voren gebracht dat zij niet wist dat deze van diefstal afkomstig waren.

Naar het oordeel van het Hof heeft de verdachte zich opzettelijk in gestolen auto’s vervoerd. Daarbij is van belang dat zij in beide gevallen bij de aanhouding door de politie samen met [D.K.] in de auto is aangetroffen. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat als[D.K.] de beschikking had over een auto zij ervan uit moest gaan dat deze gestolen was, omdat hij een drugsverslaafde is die auto’s steelt.

Het Hof hecht geen geloof aan de verklaring van de verdachte dat zij en [D.K.] een lift in de Chevrolet Spark hebben gehad van ene [C.] die uit de auto is gestapt voordat zij werden aangehouden. Deze verklaring vindt geen steun in het ambtsedig proces-verbaal van politie van 4 maart 2009 (mutatie no.: 209006887). Daaruit blijkt dat de verdachte en [D.K.] met zijn tweeën in de auto hebben gereden en dat toen de politie met groot licht op de auto scheen, de bestuurder van achter het stuur naar achteren is gesprongen.

Op grond van het voorgaande acht het Hof opzet op de tenlastegelegde heling van de auto’s aanwezig bij de verdachte.

<u>Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</u>

Het bewezenverklaarde levert op:

<b>parketnummer P-2008/08604</b>

subsidiair: medeplegen van heling,

strafbaar gesteld bij artikel 431 lid 1 in verbinding met artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba;

<b>parketnummer P-2009/01870</b>

subsidiair: heling,

strafbaar gesteld bij artikel 431 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba;

<b>parketnummer P-2007/00268</b>

1. diefstal van twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 324 lid 1 onder d en onder e in verbinding met artikel 323 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba;

2. diefstal van twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 324 lid 1 onder d en onder e in verbinding met artikel 323 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba;

3 primair: poging tot diefstal van twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 324 lid 1 onder d en onder e in verbinding met artikel 323 en artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

Het bewezenverklaarde is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

<u>Strafbaarheid van de verdachte</u>

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

<u>Oplegging van straf</u>

Bij de bepaling van de straf heeft het Hof rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Meer in het bijzonder heeft het Hof daarbij het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich met haar mededaders schuldig gemaakt aan twee inbraken in een woning en een poging daartoe in januari 2007. Daarmee heeft zij voor beperkt geldelijk gewin een inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Feiten als deze brengen gevoelens van angst en onveiligheid teweeg. Ook heeft zij zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van heling van een auto in november 2008 en het plegen van heling van een auto in maart 2009 door zich in deze auto’s te vervoeren. Daardoor heeft zij de diefstal van die auto’s profijtelijk gemaakt.

Aldus heeft de verdachte een reeks van strafwaardige feiten gepleegd, welke verband houden met haar drugsverslaving. In het nadeel van de verdachte houdt het Hof er rekening mee dat zij voor soortgelijke feiten reeds eerder strafrechtelijk is veroordeeld, laatstelijk in 2002 wegens gewelds- en vermogensdelicten tot een gevangenisstraf van drieënhalf jaar.

Op grond van het voorgaande acht het Hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Hoewel het Hof minder feiten bewezen acht dan de eerste rechter en het openbaar ministerie (in beide instanties), acht het Hof de door de eerste rechter opgelegde en door de procureur-generaal gevorderde straf niettemin passend en geboden. Door oplegging van een andere of lichtere straf zou de ernst van de feiten in samenhang bezien met het strafrechtelijk verleden van de verdachte worden miskend.

<u>Vordering benadeelde partij</u>

De verdediging heeft zich voor wat betreft de vordering van de benadeelde partij [R.F.] van Afl. 3.019,- in de zaak met parketnummer P-2007/00268 ter zake van feit 1 gerefereerd aan het oordeel van het Hof. Mede gelet op het bepaalde in artikel 374 lid 5 van het Wetboek van Strafvordering van Aruba acht het Hof deze vordering toewijsbaar.

<u>Toepasselijke wettelijke voorschriften</u>

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 31 en 59 van het Wetboek van Strafvordering van Aruba.

BESLISSING

Het Hof:

vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 28 januari 2010 en doet opnieuw recht;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaken met parketnummers P-2008/08604 primair en P-2009/01870 primair en in de zaak met parketnummer P-2009/02254 is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

verklaart bewezen dat verdachte de in de zaken met parketnummers P-2008/08604 subsidiair en P-2009/01870 subsidiair en in de zaak met parketnummer P-2007/00268 onder 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van veertien (14) maanden;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

veroordeelt de verdachte op de eis van de benadeelde partij [R.F.] om aan deze tegen kwijting te betalen een bedrag van Afl. 3.019,-.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J.P. de Haan, J. de Boer en G.C.C. Lewin, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, en in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao uitgesproken op 3 juni 2010.