Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2010:BM9536

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
22-06-2010
Datum publicatie
29-06-2010
Zaaknummer
HAR 17/10
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hof bevestigt de beschikking waarin curatoren ontslag worden verleend in hun hoedanigheid van curator in faillissement van MIDCC. Hof oordeelt dat het in het belang is van de schuldeisers dat het faillissement verder wordt afgewikkeld in een sfeer van open communicatie en vertrouwen tussen de rechter-commissaris en de curatoren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Registratienummer: HAR 17/10

Uitspraak: 22 juni 2010

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Beschikking in de zaak van:

1. [curator 1],

2. [curator 2],

wonende op Curaçao,

appellanten,

hierna ook te noemen: de curatoren,

gemachtigden: mrs. C.H.M. Fiévez en K. Frielink,

ter zake van het hun door de rechter-commissaris verleende ontslag als curatoren

in het faillissement van

MANSUR INTERNATIONAL DEVELOPMENT CAPITAL

CORPORATION N.V.,

hierna te noemen: MIDCC.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Bij beschikking van 4 juni 2010 heeft de rechter-commissaris van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, (verder: GEA) appellanten ontslag verleend in hun hoedanigheid van curatoren in het faillissement van MIDCC.

1.2 De curatoren zijn bij op 9 juni 2010 ingekomen memorie, met producties, in hoger beroep gekomen van die beschikking. Bij die memorie hebben zij de gronden van het hoger beroep aangevoerd en toegelicht. Hun conclusie strekt ertoe dat het Hof de beschikking zal vernietigen met handhaving van appellanten als curatoren in het faillissement van MIDCC en met veroordeling van de boedel in de kosten van het geding.

De rechter-commissaris heeft een schriftelijk bericht van 11 juni 2010 aan het Hof doen toekomen, waarbij voornoemde memorie van de curatoren en andere stukken zijn gevoegd. Haar conclusie strekt ertoe dat het ontslag in stand blijft.

Op 17 juni 2010 zijn producties van de curatoren en een brief van de rechter-commissaris met een productie ingekomen.

1.3 Het hoger beroep is op 18 juni 2010 behandeld. De curatoren zijn verschenen, vergezeld van hun gemachtigden. De rechter-commissaris heeft bericht verhinderd te zijn. De gemachtigden hebben een pleitnota overgelegd. De curatoren hebben het woord gevoerd.

1.4 Na afloop van de behandeling heeft het Hof beschikking bepaald op heden.

2. De beoordeling

2.1 In het midden kan blijven of de rechter-commissaris de curatoren voldoende gelegenheid heeft gegeven om te worden gehoord op het voornemen tot ontslag, nu de curatoren in elk geval in dit hoger beroep voldoende in de gelegenheid zijn gesteld om hun standpunt kenbaar te maken. Over dat laatste hebben zij ook niet geklaagd.

2.2 De beslissing om een curator al dan niet te ontslaan, is blijkens art. 69 lid 1 Faillissementsbesluit 1931 en naar de aard ervan een discretionaire bevoegdheid van de rechter-commissaris (vergelijk: HR 28 juni 1985, NJ 1985, 870). In hoger beroep is de beslissing daarover een discretionaire bevoegdheid van het Hof.

2.3 In dit faillissement heeft de rechter-commissaris de curatoren reeds eerder ontslagen. Op 13 april 2010 heeft het Hof die eerste ontslagbeschikking vernietigd. Vervolgens hebben de curatoren een wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris ingediend.

Dat verzoek heeft het Hof bij beschikking van 19 mei 2010 afgewezen. Zoals het Hof in die beschikking heeft overwogen, is duidelijk dat de curatoren en de rechter-commissaris tegenover elkaar zijn komen te staan.

Het is in het belang van de schuldeisers van de boedel en van een goede rechtsbedeling dat het faillissement verder wordt afgewikkeld in een sfeer van open communicatie en vertrouwen tussen de rechter-commissaris en de curator(en). Gelet op het verloop van de gebeurtenissen, en mede in aanmerking genomen dat de rechter-commissaris binnenkort haar werkzaamheden voor het GEA zal neerleggen, wordt dat doel gediend indien ook de curatoren worden vervangen. Op die grond dient de bestreden beschikking te worden bevestigd. Het is niet nodig dat het Hof treedt in de vraag aan wat of wie het ligt dat de curatoren en de rechter-commissaris tegenover elkaar zijn komen te staan. Evenmin is het nodig dat het Hof de deugdelijkheid beoordeelt van de gronden waarop de rechter-commissaris het ontslag heeft doen steunen.

2.4 Gelet op deze uitkomst zal het Hof bepalen dat de kosten van deze procedure niet voor rekening van de boedel komen.

BESLISSING:

Het Hof:

bevestigt de bestreden beschikking;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

verstaat dat de kosten van deze procedure niet voor rekening van de boedel komen.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.R. Sijmonsma, G.C.C. Lewin en F.J.P. Lock, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en ter openbare terechtzitting van het Hof uitgesproken op 22 juni 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.