Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2010:BM7556

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
21-05-2010
Datum publicatie
14-06-2010
Zaaknummer
H 35/2010
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bestuurster van een personenauto veroorzaakt een botsing. Het OM heeft een te hoog transactievoorstel gedaan. Artikel 28 Sr. betreft een rechterlijke bevoegdheid om een hogere boete op te leggen dan die op het feit is gesteld. Door het aanbieden van de te hoge transactie is verdachte in haar belangen geschaad. Dit wordt gecompenseerd door een lagere boete op te leggen van NAF 0,50 cent.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 21 mei 2010

Zaaknummer: H 35/2010

Parketnummer: 450.0084/09

Tegenspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

VONNIS

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Bonaire, van 12 januari 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren in Nederland op [datum] 1972,

wonend in Nederland,

[adres] Rotterdam,

<u>Procesgang en onderzoek van de zaak </u>

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 12 januari 2010, zoals daarvan blijkt uit het proces-verbaal van die terechtzitting, alsmede van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 20 mei 2010 op Bonaire.

De verdachte is verschenen.

Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de (waarnemend) procureur-generaal, mr. A.C. van der Schans, en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, aan de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde feit een geldboete zal opleggen van NAF. 1.200,-, bij niet tijdige betaling of verhaal te vervangen door 24 dagen hechtenis.

Zowel de verdachte als de officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld.

<u>Omvang hoger beroep</u>

Zowel de verdachte als de officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld. Het vonnis waarvan beroep is derhalve in zijn geheel aan beoordeling in hoger beroep onderworpen.

<u>Tenlastelegging</u>

Aan de verdachte is ten laste gelegd:

<b>primair:</b>

dat zij op of omstreeks 9 augustus 2009 in elk geval in of omstreeks de maand augustus 2009 op het eiland Bonaire als bestuurster van een motorrijtuig (personenauto, kenteken B-417), daarmee rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg de Kaya Korona (ter hoogte van de Mentor bar & restaurant), op onverantwoordelijke wijze en/of aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onachtzaam, heeft gereden, immers heeft/is zij toen en daar:

(rijdende in noordelijke richting) met dat door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig in een –gezien haar rijrichting- naar rechts omgaande/verlopende bocht rechtdoor gereden, althans die bocht niet of niet voldoende gevolgd en/of naar links uitgeweken, en/of (vervolgens) met dat door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig (gedeeltelijk) op de voor het tegemoetkomende verkeer bestemde rijbaan of rijstrook gaan rijden (nagenoeg) op het moment waarop een ander motorrijtuig (personenauto, kenteken B-2192) haar vanuit de tegenovergestelde richting op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weghelft/rijstrook op die Kaya Korona tegemoet reed,

ten gevolge waarvan een (nagenoeg frontale) botsing of aanrijding ontstond tussen het door haar,verdachte, bestuurde motorrijtuig en dat aldaar op de voor het haar, verdachte, tegemoetkomende verkeer bestemde rijbaan of rijstrook rijdende motorrijtuig, door welke gedraging van verdachte de veiligheid op genoemde weg in gevaar werd gebracht, althans redelijkerwijs was aan te nemen dat de veiligheid op genoemde weg in gevaar kon worden gebracht;

(artikel 5 van de Wegenverkeersverordening Bonaire)

<small>althans, indien het voorgaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, </small>

<b>subsidiair:</b>

dat zij op of omstreeks 9 augustus 2009 in elk geval in of omstreeks de maand augustus 2009 op het eiland Bonaire als bestuurster van een motorrijtuig (personenauto, kenteken B-417) daarmee rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg de Kaya Korona op de door haar, verdachte, te volgen rijbaan of rijstrook niet althans onvoldoende rechts heeft gehouden in elk geval niet (alleen) gebruik heeft gemaakt van de voor haar, verdachte, rechts gelegen baan danwel de –gezien haar rijrichting- voor haar bestemde of aangewezen rijstrook, door toen en daar:

(rijdende in noordelijke richting) met dat door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig in een –gezien haar rijrichting- naar rechts omgaande/verlopende bocht rechtdoor te rijden, althans die bocht niet of niet voldoende te volgen en/of naar links uit te wijken, en/of (vervolgens)

met dat door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig (gedeeltelijk) op de voor het tegemoetkomende verkeer bestemde rijbaan of rijstrook te gaan rijden;

(artikel 24 van de Wegenverkeersverordening Bonaire)

<u>Ontvankelijkheid openbaar ministerie</u>

Verdachte heeft een beroep op niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie gedaan op een aantal gronden vermeld in haar overgelegde pleitnota, welke gronden hierna achtereenvolgens worden besproken.

Dat de officier van justitie, die hoger beroep heeft ingesteld, geen appelschriftuur heeft ingediend, leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Het betreft een bevoegdheid (zie artikel 439 van het Wetboek van Strafvordering), geen verplichting, waarvan degene die beroep heeft ingesteld naar eigen goeddunken al dan niet gebruik kan maken.

Evenmin is sprake van handelen in strijd met de beginselen van een goede procesorde door het openbaar ministerie. Voor zover de publiciteit gezocht mocht zijn door het openbaar ministerie op de wijze zoals door de verdachte beschreven, levert dat niet op een zodanige strijd met de beginselen van een goede procesorde dat dit moet leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Het door de officier van justitie van Bonaire blijk geven van de overtuiging dat verdachte in strijd met artikel 6 van de Wegenverkeersverordening Bonaire (dronken rijden) zou hebben gehandeld, heeft – gelet op de inhoud van het dossier en de positie van de officier van justitie als vervolgende instantie – kunnen plaatshebben. Van strijd met de beginselen van een goede procesorde is ook op dit punt geen sprake. Ten aanzien van het ontijdig moeten inleveren van de sleutels van het gebouw van het parket te Bonaire en de aantekening op de “kennisgeving van definitief vertrek” (de zogenaamde uitreisbrief), geldt dat dit handelingen zijn die los staan van de vervolging in deze zaak en dus geen handelen in strijd met de beginselen van de goede procesorde door het openbaar ministerie opleveren. Een en ander leidt dus niet, afzonderlijk noch in samenhang, tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

Het openbaar ministerie heeft met het aanbieden van de transactie van NAF. 1.200,- inderdaad een te hoog transactievoorstel gedaan. Artikel 28 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen, waarop de procureur-generaal zich heeft beroepen, betreft een rechterlijke bevoegdheid om een hogere boete op te leggen dan die op het feit is gesteld. Deze bevoegdheid komt aan het openbaar ministerie niet toe. Het openbaar ministerie dient zich aan de begrenzing van artikel 76 lid 3 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen te houden, alwaar wordt aangeknoopt bij de maximum boete op het feit gesteld. In het onderhavige geval had dus een transactie van de in artikel 119 van de Wegenverkeersverordening Bonaire op het feit gestelde boete van NAF. 300,- aangeboden mogen worden. Door het aanbieden van de te hoge transactie is de verdachte in haar belangen geschaad. Dat leidt evenwel niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie nu het Hof het geschonden belang zal compenseren door een lagere boete op te leggen (vergelijk HR 8 oktober 2002, NJ 2003, 65 en HR 31 oktober 2006, JOL 2006, 656).

<u>Vonnis waarvan beroep</u>

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het Hof tot andere beslissingen komt.

<u>Bewezenverklaring</u>

Het Hof acht bewezen hetgeen aan de verdachte primair is ten laste gelegd, met dien verstande:

dat zij op 9 augustus 2009 op het eiland Bonaire als bestuurster van een motorrijtuig (personenauto, kenteken B-417), daarmee rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg de Kaya Korona (ter hoogte van de Mentor bar & restaurant), op onverantwoordelijke wijze en onvoorzichtig heeft gereden, immers heeft zij toen en daar:

(rijdende in noordelijke richting) met dat door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig in een –gezien haar rijrichting- naar rechts omgaande/verlopende bocht niet voldoende gevolgd en <i>is zij</i> (vervolgens) met dat door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig gedeeltelijk op de voor het tegemoetkomende verkeer bestemde rijbaan of rijstrook gaan rijden nagenoeg op het moment waarop een ander motorrijtuig (personenauto, kenteken B-2192) haar vanuit de tegenovergestelde richting op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weghelft/rijstrook op die Kaya Korona tegemoet reed,

ten gevolge waarvan een aanrijding ontstond tussen het door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig en dat aldaar op de voor het haar, verdachte, tegemoetkomende verkeer bestemde rijbaan of rijstrook rijdende motorrijtuig, door welke gedraging van verdachte de veiligheid op genoemde weg in gevaar werd gebracht, althans redelijkerwijs was aan te nemen dat de veiligheid op genoemde weg in gevaar kon worden gebracht.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd (<i>cursief</i>). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

<u>Bewijsmiddelen</u>

Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in geval van cassatie in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

<u>Bewijsoverwegingen</u>

Op grond van het onvoldoende rechts houden in een bocht in samenhang met de consumptie van vijf alcoholhoudende drankjes in een tijdspanne van ongeveer vijf uur, waardoor naar algemeen bekend is van enige invloed van alcohol sprake is, waarna een aanrijding is gevolgd, acht het Hof bewezen dat op aanmerkelijk onvoorzichtige en onverantwoordelijke wijze is gereden waardoor de veiligheid op de weg in gevaar is gebracht.

<u>Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</u>

Het bewezenverklaarde levert op:

Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeersverordening Bonaire,

strafbaar gesteld bij artikel 119 lid 2 van de Wegenverkeersverordening Bonaire.

Het bewezenverklaarde is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

<u>Strafbaarheid van de verdachte</u>

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

<u>Oplegging van straf en/of maatregel</u>

Bij de bepaling van de straf heeft het Hof rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt, en op de persoon van de verdachte en haar draagkracht, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Op grond van het voorgaande acht het Hof een geldboete van NAF. 300,- op zijn plaats. Ter compensatie van het geschonden belang van verdachte, mede in aanmerking genomen de kosten die verdachte als gevolg van die schending heeft gemaakt, zal het Hof echter strafvermindering toepassen en wel zodanig dat de minimale geldboete van vijftig cent (NAF. 0,50) zal worden opgelegd.

<u>Toepasselijke wettelijke voorschriften</u>

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 27 en 96 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen.

BESLISSING

Het Hof:

vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Bonaire, van 12 januari 2010 en doet opnieuw recht;

verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot betaling van een geldboete van NAF. 0,50, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van één dag;

Dit vonnis is gewezen door mrs. E.M. van der Bunt, J.R. Sijmonsma en F.J.P. Lock, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, en in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof op Bonaire uitgesproken op 21 mei 2010.