Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2010:BM7504

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
25-05-2010
Datum publicatie
14-06-2010
Zaaknummer
Adv. 14/09 – HAR 4/10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Het OM vraagt herroeping van de beschikking bij welke het Hof heeft bepaald dat [verweerder] op het advocatentableau wordt ingeschreven. Herziening wordt door de wet beperkt tot gevallen waarbij de beschikking berust op bedrog of op vals gebleken stukken of waarbij beslissende stukken voor de rechter en andere partij zijn achtergehouden. Hof oordeelt dat de aard van de beschikking zich tegen herroeping verzet. Herroeping zou mogelijk tot gecompliceerde vragen kunnen leiden naar de vertegenwoordigingsbevoegdheid van verweerder en naar de gebondenheid van de cliënten. Ook weegt het Hof mee dat de Advocatenlandsverordening een eenvoudige regeling kent om eenmaal toegelaten advocaten weer af te laten voeren. Het OM wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om herroeping.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Registratienummer: Adv. 14/09 – HAR 4/10

Uitspraak: 25 mei 2010

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

HET OPENBAAR MINISTERIE VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN,

zetelend op Curaçao,

verzoeker,

vertegenwoordigd door advocaat-generaal mr. A.C. van der Schans,

tegen

mr. [verweerder],

wonende op Sint Maarten,

verweerder,

verschenen in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als het OM en mr. [verweerder].

1. Het verloop van de procedure

Het OM heeft een op 19 februari 2010 ter griffie ingekomen verzoekschrift ingediend. De zaak is ter zitting van het Hof van 4 mei 2010 te Sint Maarten behandeld, in aanwezigheid van mr. Van der Schans en mr. [verweerder]. Mr. [verweerder] heeft daarbij pleitnotities overgelegd. Beschikking is bepaald op heden.

2. De beoordeling

2.1 Het onderhavige verzoek betreft een verzoek tot herroeping als bedoeld in artikel 382 jo. 429r van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv).

2.2 Het OM vraagt herroeping van de beschikking van het Hof van 11 november 2009, Adv. 14/09, bij welke beschikking het Hof heeft bepaald dat mr. [verweerder], na de in artikel 3 van de Advocatenlandsverordening 1959 vermelde eed of belofte te hebben afgelegd, op het advocatentableau zal worden ingeschreven.

2.3 Volgens het OM dient de beschikking van 11 november 2009 te worden herroepen omdat mr. [verweerder] het Hof niet heeft ingelicht over – het OM onbekende – nadere incidenten die aan zijn toelating als advocaat in de weg zouden hebben moeten staan. Deze incidenten betreffen volgens het OM de omstandigheid dat mr. [verweerder] toen hij nog geen advocaat was op zijn website (in de daarin opgenomen algemene voorwaarden) de suggestie wekte dat hij advocaat was, en het onoorbaar handelen van mr. [verweerder] terzake een aan hem door een cliënt toevertrouwd bedrag van USD 50.000,-. Volgens het OM had mr. [verweerder] deze nadere incidenten niet voor het Hof mogen verzwijgen en heeft hij het Hof onjuist voorgelicht door te stellen dat hij “overeenkomstig de stand en eer der advocaten” praktijk voerde. Dit alles dient volgens het OM te worden aangemerkt als bedrog in de zin van artikel 382 aanhef en sub a Rv.

2.4 Mr. [verweerder] heeft het verzoek gemotiveerd bestreden.

2.5 Herziening wordt door de wet beperkt tot gevallen waarbij - kort gezegd - een vonnis of beschikking berust op bedrog of op vals gebleken stukken, of waarbij beslissende stukken voor de rechter en de andere partij zijn achtergehouden. Herroeping van een beschikking kan ingevolge artikel 429r Rv plaatsvinden op verzoek van de oorspronkelijke verzoeker of een belanghebbende, tenzij de aard van de beschikking zich tegen herroeping verzet. Indien de voor de herroeping aangevoerde gronden juist worden bevonden, volgt heropening van het geding.

2.6 Naar het oordeel van het Hof verzet de aard van de beschikking van 11 november 2009 zich tegen herroeping daarvan, waarbij mede van belang is dat mr. [verweerder] na die beschikking ter zitting van 17 december 2009 als advocaat is beëdigd en vanaf die datum staat ingeschreven als advocaat. In die hoedanigheid heeft hij vervolgens in en buiten rechte cliënten vertegenwoordigd. Herroeping van de beschikking hem als advocaat toe te laten, zou mogelijk tot gecompliceerde vragen kunnen leiden naar de vertegenwoordigingsbevoegdheid van mr. [verweerder] en naar de gebondenheid van zijn cliënten aan hetgeen hij namens hen heeft verricht. De rechtszekerheid en behoeften van het rechtsverkeer zouden daarmee in het gedrang komen. Bij deze uitleg weegt mee dat de Advocatenlandsverordening een eenvoudige regeling kent om eenmaal toegelaten advocaten van het tableau te laten afvoeren. Ingevolge die landsverordening kan het Hof onder meer tot een dergelijke afvoering beslissen op verzoek van de procureur-generaal indien blijkt, dat een advocaat is ingeschreven terwijl hij niet voldeed aan de wettelijke eisen (artikel 4, lid 2 sub e.) of wanneer de advocaat bij onherroepelijke uitspraak als zodanig van het tableau is geschrapt (artikel 4, lid 2 sub f.).

2.7 Gelet op het voorgaande dient het OM niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn verzoek om herroeping.

2.8 Voor zover het verzoek mede dient te worden opgevat als een verzoek om afvoering als bedoeld in artikel 4 lid 2 sub e., overweegt het Hof dat het daartoe onvoldoende grond ziet. De kwestie van het gebruik van de aanduiding “advocaat” op de website van mr. [verweerder] voorafgaand aan diens toelating als zodanig was het Hof reeds uit de stukken bekend bij zijn beslissing van 11 november 2009. De omstandigheid dat mr. [verweerder] nadat hij door de Deken hierop was aangesproken het woord “advocaat” niet tevens uit de op de website opgenomen algemene voorwaarden heeft verwijderd, bewust of onbewust en daargelaten de door mr. [verweerder] ter zitting geven uitleg van deze voorwaarden, acht het Hof van ondergeschikte betekenis. De kwestie van het voorschot, die volgens mr. [verweerder] een “normaal” declaratiegeschil betrof en inmiddels naar genoegen van partijen is opgelost, acht het Hof, op zichzelf beschouwd maar ook in samenhang met hetgeen mr. [verweerder] overigens door het OM wordt verweten, evenmin voldoende zwaarwegend om zijn afvoering te rechtvaardigen.

2.9 Het OM zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Aangezien mr. [verweerder] in persoon heeft geprocedeerd, worden zijn kosten op nihil gesteld.

Beslissing:

Het Hof:

verklaart het OM niet-ontvankelijk in zijn verzoek;

veroordeelt het OM in de aan de zijde van mr. [verweerder] gerezen kosten van het geding, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Deze beschikking is gegeven door mrs. P.E. de Kort, J.R. Sijmonsma en H.L. Wattel, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao uitgesproken op 25 mei 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.