Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2010:BM5567

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
04-02-2010
Datum publicatie
26-05-2010
Zaaknummer
H 167/09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hof stelt bedrag vast waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

H 167/09

Parketnummer: 900.198/07

Uitspraak: 4 februari 2010

Tegenspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

O N T N E M I N G S V O N N I S

in het hoger beroep tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao (hierna: GEA), van 16 september 2009 in de ontnemingszaak tegen:

[veroordeelde],

geboren op Curaçao op [datum] 1969,

wonende op Curaçao, [adres].

<u>Het onderzoek van de zaak</u>

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 5 augustus 2009, zoals daarvan blijkt uit het proces-verbaal van die terechtzitting, alsmede naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 14 januari 2010 op Curaçao.

Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de (waarnemend) procureur-generaal, mr. A.C. van der Schans, en van hetgeen de veroordeelde en zijn raadsman

mr. S.J. Fontein naar voren hebben gebracht. De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep vernietigt, het wederrechtelijk verkregen voordeel schat op NAF. 500.000,- en aan de veroordeelde de verplichting oplegt dat bedrag te betalen.

Het GEA heeft het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vastgesteld op NAF. 27.250,-, de veroordeelde de verplichting opgelegd dat bedrag te betalen, en bepaald dat bij gebrek aan betaling en verhaal vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van 172 dagen.

<u>Het vonnis waarvan beroep</u>

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het Hof zich daarmee niet verenigt.

<u>De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel</u>

Aan de veroordeelde was primair ten laste gelegd:

dat hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2005 op het eiland Curacao, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, een gewoonte heeft gemaakt van het opzettelijk witwassen van geld en/of geldswaardige papieren en/of vorderingen en/of op geld waardeerbare goederen, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) in de genoemde periode in totaal ongeveer Nafl. 486.653,= (door middel van 86, althans meerdere door hem/hen, verdachte en/of zijn mededader(s), verzonden en/of ontvangen moneytransfers via Western Union en/of Maduro & Curiels Bank), althans enig geldbedrag, verworven en/of (uit winstbejag) voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van voornoemde geldbedragen wist(en), althans moest(en) weten dat deze geldbedragen door misdrijf waren verkregen.

Bij strafvonnis van het GEA van 16 augustus 2007 is ten aanzien van de veroordeelde bewezen verklaard:

dat hij de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2005 op het eiland Curacao, een gewoonte heeft gemaakt van het opzettelijk witwassen van geld, immers heeft hij, verdachte in de genoemde periode in totaal ongeveer Nafl. 486.653,= (door middel van meerdere door hem, verdachte, verzonden en ontvangen moneytransfers via Western Union (uit winstbejag) voorhanden gehad, terwijl hij, verdachte, ten tijde van het voorhanden krijgen van voornoemde geldbedragen wist dat deze geldbedragen door misdrijf waren verkregen.

Ter zake hiervan is de veroordeelde bij dat vonnis veroordeeld tot straf.

De veroordeelde heeft voordeel verkregen:

(i) door middel van het feit waarvoor hij is veroordeeld, doordat een deel van het witgewassen geld hem ten goede is gekomen;

(ii) uit de baten van het feit waarvoor hij is veroordeeld, doordat hij voor een aantal van de bewezenverklaarde gedragingen vergoedingen heeft gekregen: en

(iii) uit de baten van soortgelijke feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan, doordat hij voor soortgelijke gedragingen als bewezenverklaard vergoedingen heeft gekregen.

Dit wordt hieronder nader toegelicht onder de rubrieken A tot en met C.

<u>A. Verzonden geldbedragen naar [D.R.] (ad i)</u>

Blijkens bewijsmiddel 1 van het strafvonnis heeft de veroordeelde in totaal

NAF. 250.507,26 vanuit Nederland naar Curaçao verzonden. Hiervan maken de bedragen deel uit die de veroordeelde aan [D.R.] heeft verzonden.

Volgens het proces-verbaal, opgemaakt op ambtseed en gesloten op Curaçao op 10 september 2007 door L.P. Antenbrink, buitengewoon agent van politie, werkzaam bij het Korps Politie Curaçao, nr. 060520070815.FIN (dossier 12, sub 2, onder 2, deelonderzoek 1, p. 4) en bijlage 2 daarbij, zijn de aan [D.R.] verzonden bedragen (uitgedrukt in NAF.):

tabel

De getuige [D.R.] heeft verklaard (voornoemd proces-verbaal, p. 12):

<small>Met het geld dat [veroordeelde] op mijn naam van Nederland naar Curaçao heeft verstuurd, heb ik de ruwbouw van zijn huis op [adres] gedaan. Ik heb al dit geld gebruikt voor de bouw van dat huis. Ik heb thuis de bonnen nog liggen van het bouwmateriaal dat ik voor de bouw van die woning heb aangeschaft. Ook het geld dat ik in april 2003 van [veroordeelde] uit Nederland heb ontvangen, heb ik ontvangen voor de bouw van de woning. Ik was toen bezig met de afronding van de bouw.</small>

De veroordeelde heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard:

<small>Het geld dat ik op naam van [D.R.] vanuit Nederland naar Curaçao heb verstuurd, heeft hij gebruikt voor bouwwerkzaamheden aan mijn huis.</small>

Op grond van het voorgaande is aannemelijk dat de veroordeelde in elk geval tot een bedrag van NAF. 31.085,81 voordeel heeft verkregen door middel van het feit waarvoor hij is veroordeeld.

<u>B. Andere door de veroordeelde verzonden en ontvangen bedragen (ad ii)</u>

Blijkens bewijsmiddel 1 van het strafvonnis heeft de veroordeelde in totaal

NAF. 250.507,26 vanuit Nederland naar Curaçao verzonden en in totaal

NAF. 236.145,77 ontvangen van verzenders uit Nederland.

Volgens het proces-verbaal, opgemaakt op ambtseed en gesloten op Curaçao op

10 september 2007 door L.P. Antenbrink, buitengewoon agent van politie, werkzaam bij het Korps Politie Curaçao, nr. 060520070815.FIN (dossier 12, sub 2, onder 2, deelonderzoek 1) en bijlagen 1 en 2 daarbij, heeft de veroordeelde in totaal

NAF. 261.478,98 vanuit Nederland naar Curaçao verzonden en in totaal

NAF. 254.145,77 ontvangen van verzenders uit Nederland.

Het verschil in verzonden bedragen is:

NAF. 261.478,98 - NAF. 250.507,26 = NAF. 10.971,72.

Het verschil in ontvangen bedragen is:

NAF. 254.145,77 - NAF. 236.145,77 = NAF. 18.000,00.

Het Hof gaat ervan uit dat zowel bij de ontvangen bedragen als bij de verzonden bedragen het overzicht in het proces-verbaal twee transacties meer vermeldt dan in bewijsmiddel 1 zijn gebruikt, in totaal een verschil van vier transacties dus.

Bijlage 1 bij het proces-verbaal betreft de ontvangen bedragen en vermeldt 40 transacties. Bijlage 2 bij het proces-verbaal betreft de verzonden bedragen en vermeldt 49 transacties.

Het totaal is 40 + 49 = 89 transacties. Indien rekening wordt gehouden met het verschil van vier transacties, resteren 85 transacties. Indien ook de 7 transacties waarbij de veroordeelde geldbedragen aan [D.R.] heeft verzonden, worden afgetrokken, resteren 78 transacties.

De veroordeelde heeft verklaard (voornoemd proces-verbaal, p. 9):

<small>Voor elke Nfl. 20.000,- kreeg ik Nfl. 500,-. Als het minder dan Nfl. 10.000,- was, verdiende ik de helft van die

Nfl. 500,-, dus Nfl. 250,-. Ik heb veel transacties via Western Union gedaan.</small>

Uit de overzich¬ten blijkt niet dat veroordeelde bedragen van meer dan Nfl. 10.000,00 per keer ter be¬schik¬king heeft gehad, zodat ervan wordt uitgegaan dat hij Nfl. 250,00 per handeling heeft verdiend.

Indien wordt uitgegaan van 78 transacties, heeft hij in totaal 78 x Nfl. 250,00 =

Nfl. 19.500,00 verdiend. Dit komt overeen met 19.500 / 2.20371 = € 8.848,71.

Op grond van het voorgaande is aannemelijk dat de veroordeelde, naast het hiervoor onder A vermelde bedrag, tot een bedrag van € 8.848,71 voordeel heeft verkregen uit de baten van het feit waarvoor hij is veroordeeld.

<u>C. Andere transacties waarbij de veroordeelde betrokken is (ad iii)</u>

Volgens het proces-verbaal, opgemaakt op ambtseed en gesloten op Curaçao op

10 september 2007 door L.P. Antenbrink, buitengewoon agent van politie, werkzaam bij het Korps Politie Curaçao, nr. 060520070815.FIN (dossier 12, sub 2, onder 2, deelonderzoek 1) en bijlage 8 daarbij, heeft de veroordeelde in 2002 achtmaal geldbedragen via Moneygram verzonden of ontvangen tot een totaalbedrag van

$ 15.552,77.

Volgens het proces-verbaal, opgemaakt op ambtseed en gesloten op Curaçao op

10 september 2007 door L.P. Antenbrink, buitengewoon agent van politie, werkzaam bij het Korps Politie Curaçao, nr. 060520070815.FIN (dossier 12, sub 2, onder 2, deelonderzoek 1) en bijlage 10 daarbij, heeft de veroordeelde in 2002-2004 twaalf maal geldbedragen gewisseld.

Het Hof verenigt zich met het door het GEA gehanteerde uitgangspunt dat de veroordeelde met deze transacties hetzelfde bedrag per transactie heeft verdiend als met de transacties die ten grondslag liggen aan de veroordeling. In totaal betreft dit:

(8 + 12) x Nfl. 250,00 = Nfl. 5.000,00, hetgeen overeenkomt met

5.000 / 2.20371 = € 2.268,90.

Op grond van het voorgaande is aannemelijk dat de veroordeelde tot een bedrag van

€ 2.268,90 voordeel heeft verkregen uit soortgelijke feiten als waarvoor hij is veroordeeld. Voldoende aanwijzingen bestaan dat de veroordeelde die soortgelijke feiten heeft begaan.

<u>D. Verdere overwegingen</u>

Het Openbaar Ministerie heeft het standpunt ingenomen dat gebleken is dat de veroordeelde als eigenaar over het gehele bedrag van de moneytransfers kon beschikken. Dit is echter, behalve met betrekking tot de hiervoor onder A bedoelde verzendingen aan [D.R.], niet voldoende aannemelijk geworden om als uitgangspunt te kunnen dienen bij de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Weliswaar is aannemelijk dat de veroordeelde meer heeft verdiend dan hij zelf heeft verklaard, maar er zijn onvoldoende concrete aanknopingspunten om te kunnen vaststellen hoeveel meer dat is, zodat die aannemelijkheid niet tot een hogere vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan leiden. Daar staat tegenover dat er ook onvoldoende concrete aanknopingspunten zijn om ten aanzien van de verzendingen aan [D.R.] een aftrek toe te passen voor noodzakelijk gemaakte kosten.

Ook voor het overige zal geen aftrek worden toegepast voor noodzakelijk gemaakte kosten. De veroordeelde heeft ten aanzien van de onder B en C bedoelde transacties niet aangevoerd dat hij kosten heeft moeten maken en dat is ook niet aannemelijk geworden.

Bij de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal geen verhoging worden toegepast wegens besparing van kosten. Hiervoor onder A is reeds rekening ermee gehouden dat de daar bedoelde verzendingen ten goede zijn gekomen aan de veroordeelde. Het zou een dubbeltelling opleveren als daarnaast rekening zou worden gehouden met besparing van huur- of hypotheeklasten, zoals in de berekening van de politie is gedaan.

De veroordeelde heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de geldbedragen die hij naar D. [D.R.] heeft verzonden, niet door misdrijf waren verkregen. Dit verweer kan niet slagen, omdat bij het strafvonnis het tegendeel bewezen is verklaard.

De veroordeelde heeft aangevoerd dat sprake is van 89 transacties. De bespreking hiervan ligt besloten in de hiervoor onder A, B en C weergegeven overwegingen.

De veroordeelde heeft aangevoerd dat zijn vergoeding niet NAF. 250,- per transactie bedroeg, maar Nfl. 250,- per transactie. Hiermee is rekening gehouden.

De door de veroordeelde veronderstelde tegenspraak op 3 en 4 van het meergenoemde proces-verbaal kan onbesproken blijven, aangezien het Hof de daar gepresenteerde berekening niet volgt.

<u>E. Totaal</u>

Op grond van het voorgaande wordt het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op NAF. 31.085,81, vermeerderd met (€ 8.848,71 + € 2.268,90 = ) € 11.117,61.

<u>De verplichting tot betaling aan het Land</u>

Het is niet aannemelijk geworden dat veroordeelde onvoldoende verhaal biedt voor de ontneming van het vastgestelde bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel. Ook overigens ziet het Hof geen aanleiding het ontnemingsbedrag lager vast te stellen dan het voordeelsbedrag.

<u>De bewijsmiddelen</u>

Het Hof ontleent de schatting van het op geld waardeerbare voordeel aan de inhoud van wettige bewijsmiddelen, zoals hierboven telkens weergegeven.

<u>De toepasselijke wettelijke voorschriften</u>

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 38e en 27a van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen.

RECHTDOENDE IN HOGER BEROEP

Het Hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

stelt het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voor¬deel wordt geschat vast op NAF. 31.085,81, vermeerderd met € 11.117,61;

legt aan veroordeelde de verplichting op tot betaling aan het Land van NAF. 31.085,81 en € 11.117,61, of de tegenwaarde daarvan in Nederlands-Antilliaanse valuta, ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel;

bepaalt dat voor het geval dat noch volledige betaling noch volledig verhaal van de verschuldigde bedragen volgt, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 180 dagen;

verstaat dat de duur van deze vervangende hechtenis niet wordt verminderd door het voldoen van slechts een gedeelte van de verschuldigde bedragen.

Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, E.M. van der Bunt en M. Schoemaker, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao uitgesproken op 4 februari 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.