Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2010:BM4510

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
08-04-2010
Datum publicatie
18-05-2010
Zaaknummer
H-279/09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een beroving van een toerist op Bonaire. Betreft recidivist. Hij krijgt 30 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak: 8 april 2010

Zaaknummer: H-279/09

Parketnummer: 400.00122/09

Tegenspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

S T R A F V O N N I S

gewezen in het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Bonaire, van 9 september 2009

in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [datum] 1988 te Bonaire,

wonende te Bonaire en thans gedetineerd te Bonaire.

<u>Het onderzoek ter terechtzitting</u>

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 19 augustus 2009, zoals daarvan blijkt uit het proces-verbaal van de terechtzitting, alsmede van dat in hoger beroep van 18 maart 2010 op Curaçao.

Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de (waarnemend) procureur-generaal, mr. A.C. van der Schans, en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw mr. A.F. van Toll naar voren hebben gebracht. De procureur-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep wordt vernietigd en dat aan verdachte ter zake van feit 1 primair en feit 2 een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden wordt opgelegd met aftrek van voorarrest.

In eerste aanleg is verdachte ter zake van feit 1 primair en feit 2 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest.

<u>De tenlastelegging</u>

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de dagvaarding in eerste aanleg: …

<u>Het vonnis waarvan beroep</u>

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het Hof zich daarmee niet verenigt.

<u>Bewezenverklaring</u>

Het Hof acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 1 primair en feit 2 is ten laste gelegd, met dien verstande:

<b>feit 1</b>

dat hij in de nacht van 24 april op 25 april 2009 op het eiland Bonaire tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke <i>toe-eigening</i> heeft weggenomen:

een tas (donkerbruin leder) inhoudende,

-een roodkleurige portefeuille (inhoudende bankpasjes en creditcards (KLM en ING Bank) en een kaartje van een kapperszaak en een bedrag aan Euro’s) en

-een zwartkleurige portefeuille (inhoudende een identiteitsbewijs en een biljet van NAF 100,-- en een bonnetje van City Cafe) en

-een donkerblauwe portefeuille (inhoudende een rijbewijs) en

-een mobiele telefoon (Nokia, grijs/beige) en

-een paspoort en

-een creditcard (ING Bank) en

-een bril en

-een agenda en

-een usb-stick en

-een aantal sleutels en

-een schrijfboek (blauw),

toebehorende aan [A.T.] w.v. [K.], welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [A.T.], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, bestaande dat geweld uit het opzettelijk gewelddadig onder het hoofd van die [A.T.] (die met haar hoofd op die tas lag) weg- en tevens uit een hand van die [A.T.] van die tas met inhoud;

<b>feit 2</b>

dat hij in de periode van 24 april 2009 tot en met 25 april 2009 op het eiland Bonaire tezamen en in vereniging met anderen voorhanden heeft gehad een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de zin van de Vuurwapenverordening 1930;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd (<i>cursief</i>). Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

<u>Bewijsoverwegingen</u>

Door de verdediging is onder meer aangevoerd dat de belastende verklaringen van [T.B.] (nader te noemen “[T.B.]”) niet betrouwbaar zijn, omdat [T.B.] een psychiatrische patiënt is en uit de rapportages is gebleken dat [T.B.] zwakzinnig en verminderd toerekeningsvatbaar is. [T.B.] heeft tegenstrijdig verklaard. Daarnaast heeft [T.B.] de belastende verklaringen bij de rechter-commissaris ingetrokken en heeft hij ter zitting in eerste aanleg verklaard dat zijn verklaringen niet juist zijn opgetekend.

Het verweer van de verdediging wordt verworpen op de navolgende gronden.

Het Hof acht de verklaring van [T.B.] dat hij de naam van verdachte heeft verzonnen niet geloofwaardig. [T.B.] heeft geheel spontaan op 28 april 2009 de naam van verdachte als mededader genoemd. Hij heeft dit ook meerdere verklaringen volgehouden en heeft daarbij zulke gedetailleerde en met de verklaringen van de slachtoffers overwegend consistente verklaringen afgelegd, dat het ervoor gehouden moet worden, mede gelet op zijn beperkte verstandelijke capaciteiten, dat [T.B.] heeft verklaard over feiten waar hijzelf en verdachte bij betrokken zijn geweest. Voorts weegt bij dit alles mee dat [T.B.] pas na de aanhouding van verdachte op 13 mei 2009, waarbij verdachte werd opgesloten op “roepafstand” van [T.B.], heeft verklaard dat hij de naam van verdachte ten onrechte heeft genoemd. Het Hof weegt hier ook mee de op 26 mei 2009, omstreeks 15.50 uur ten overstaan van de politie afgelegde verklaring van [T.B.] inhoudende, zakelijk weergegeven, dat de jongens [verdachte] (noot Hof: verdachte), [D.] en [F.] boos op hem zijn omdat hij, [T.B.], naar waarheid heeft gezegd dat zij ook bij de overvallen betrokken waren en deze jongens hem, [T.B.], hebben gezegd dat [T.B.] zijn verklaring moest gaan veranderen, zodat ze naar huis konden gaan.

<u>De bewijsmiddelen</u>

Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

<b><u>Feiten 1 en 2</u></b>

1. een proces-verbaal van politie d.d. 25 april 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de opsporingsambtenaar R.H. Abdul, brigadier bij het Korps Politie Bonaire, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van de aangeefster [A.T.] w.v. [K.]:

Ik ben zojuist beroofd. Ik ben omstreeks half vier in de ochtend aan de Malecon ter hoogte van het Regatta huis op een bankje gaan zitten. Ik had mijn tas in mijn hand en besloot om even te gaan liggen. Ik legde mijn tas op het bankje en plaatste mijn hoofd op mijn tas. Ik verzekerde me er wel van dat ik de tas met een hand toch vasthield. Hierna ben ik waarschijnlijk even weggedoezeld. Plotseling voelde ik met kracht mijn arm omhoog gaan en in een fractie van minder dan enkele seconden was mijn tas weg. Mijn tas werd met kracht van mijn arm weggerukt. Ik zag toen drie mannen hard wegrennen.

Omschrijving weggenomen goederen:

donkerbruin lederen tas inhoudende:

een roodkleurige portefeuille met hierin 2 bankpasjes van de RABO bank en de ING bank, 2 creditcards van de KLM en de ING bank, 1 kaartje van een kapperszaak en een onbekend klein bedrag Euro’s;

een zwartkleurige portefeuille met hierin een identiteitsbewijs, een biljet van NAF. 100,00 en een bonnetje van City Café;

een donkerblauwe portefeuille met hierin een rijbewijs;

een grijs/beige mobiele telefoon van het merk Nokia;

een paspoort;

een creditcard van de ING bank;

een bril;

een agenda;

een aantal sleutels;

een blauw schrijfboek.

2. een proces-verbaal van politie d.d. 25 april 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de opsporingsambtenaar D. Hassanein, aspirant agent bij het Korps Politie Bonaire, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van bevindingen van de verbalisant:

Op 25 april 2009 heb ik omstreeks 5:25 uur op heterdaad aangehouden de man genaamd [T.B.], geboren op [datum] 1986 te Curaçao. Op 25 april 2009 te 5:00 uur werd ik door de meldpost gedirigeerd naar de Kaya Neerlandia voor een beroving. Wij werden aangesproken door een beveiligingsmedewerker die verklaarde dat hij zojuist getuige was geweest van een beroving. Hij verklaarde dat drie voor hem onbekende mannen een vrouw van haar tas hadden beroofd en dat de daders richting de wijk Bario Den Tera waren gevlucht. Op de Kaya Sirena gekomen zag ik dat twee mannen bij het zien van de politiewagen de benen namen. Ik stelde een achtervolging in en zag dat ze enkele bosschages in renden. Ik stelde een onderzoek in in en om de bosschages en zag dat een man zich daarin schuil hield. Deze man maakte aanstalten om de benen te nemen. Deze man is aangehouden. Bij onderzoek aan de kleding trof ik een luchtdruk pistool aan, gelijkend op een revolver. Dit pistool zat tussen de broekriem en het lichaam van de verdachte.

3. een proces-verbaal van politie d.d. 28 april 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de opsporingsambtenaar R.H. Abdul, brigadier bij het Korps Politie Bonaire, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van [T.B.]:

Over de overval op de Nederlandse vrouw van afgelopen zaterdag verklaar ik in antwoord op de vraag van de verbalisant wat zich heeft afgespeeld en wie wat heeft gedaan het volgende:

[G.] is mijn neef en zijn achternaam is ook [B.]. Hij is slank en ongeveer 18 jaar. Die avond zijn [G] en ik samen te voet naar de stad gelopen. In de Kaya Korsow zijn we [verdachte] tegen gekomen. [verdachte] vroeg aan mij en [G.] of we die avond een overval zouden plegen. [G.] en ik vonden dat een goed idee. [verdachte] zei toen dat we die nacht over de Malecon zouden gaan lopen om te kijken wie we konden overvallen. Meteen nadat hij dat zei gaf hij mij een pistool. Ik nam het pistool aan en verborg het tussen mijn broekriem en mijn lichaam. We liepen met zijn drieën over de Malecon richting Harbour Village. Nabij Kas die Regatta zagen we een vrouw op een bankje slapen. Wij zagen dat ze met haar hoofd op de tas lag. [G.] zei toen ‘awor’ en liep op de slapende vrouw af. Bij de vrouw aangekomen zag ik dat [G.] de tas onder het hoofd van de vrouw wegrukte. De vrouw had haar tas kennelijk met een hand vast want [G.] moest echt kracht zetten om de tas van haar weg te rukken. Meteen hierna begon [G.] hard weg te rennen. [verdachte] en ik begonnen ook hard weg te rennen. Bij de wijk Den Tera ben ik in een mondi gaan schuilen. Enkele minuten hierna zag ik dat de politie ter plaatse was. Ik wilde het wapen weggooien, maar de politie hoorde mijn bewegingen waarop ik ben aangehouden. Die avond hebben [G.], [verdachte] en ik de overval op de Nederlandse vrouw gepleegd. [G.] heeft de tas weggerukt en ik had het pistool maar die heb ik niet gebruikt terwijl [verdachte] met het idee is gekomen.

4. een proces-verbaal van politie d.d. 18 mei 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de opsporingsambtenaar R.H. Abdul, brigadier bij het Korps Politie Bonaire, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van verdachte:

De verbalisant houdt mij voor dat bij mijn aanhouding een aantal goederen is aangetroffen. Ik weet nog dat ik inderdaad een aantal spullen bij me had, waaronder een bruin tasje. In dat tasje zat onder meer een USB-stick.

5. een proces-verbaal van bevinding en onderzoek goederen verdachte d.d. 18 mei 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de opsporingsambtenaar R.H. Abdul, brigadier bij het Korps Politie Bonaire, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van bevindingen van de verbalisant:

Bij de aanhouding van [verdachte] werd een USB-stick aangetroffen. Bij onderzoek van de USB-stick is gebleken dat er verschillende documenten op staan die erop duiden dat deze USB-stick toebehoort aan de vrouw genaamd [A.T.] w.v. [K.]. De politie heeft een bestand van deze stick afgehaald en uit de inhoud van het Word-document blijkt dat het Word-document is opgemaakt door [A.T.] voornoemd.

6. een proces-verbaal van onderzoek van een gasdruk revolver d.d. 27 april 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de opsporingsambtenaar M.C. Abdul, inspecteur bij het Korps Politie Bonaire, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van bevindingen van de verbalisant:

De gasdruk revolver die op 25 april 2009 bij verdachte werd aangetroffen kan geschikt geacht worden voor afschrikken, bedreigen en afdreigen.

<u>Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten</u>

Het bewezen verklaarde levert op:

<b>feit 1 primair</b>

medeplegen van diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken,

strafbaar gesteld bij artikel 325 juncto 323 en 49 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen;

<b>feit 2</b>

medeplegen van overtreding van het verbod, gesteld bij artikel 3 lid 1 van de Vuurwapenverordening 1930,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van die Landsverordening juncto artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen;

Het bewezen verklaarde is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

<u>Strafbaarheid van de verdachte</u>

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

<u>De op te leggen straf of maatregel</u>

Bij de bepaling van de straf heeft het Hof gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het tezamen en in vereniging met anderen plegen van een beroving van een toerist die van haar vakantie aan het genieten was. Dit is een zeer ernstig strafbaar feit. Verdachte heeft het slachtoffer hiermee veel nadeel berokkend en tevens inbreuk gemaakt op de algemene gevoelens van veiligheid. Mede door toedoen van verdachte is het imago van Bonaire als veilige vakantiebestemming in gevaar gebracht. Daarbij komt ook nog eens dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verboden wapenbezit.

Ten nadele van verdachte houdt het Hof rekening met het feit dat verdachte eerder is veroordeeld voor ter zake van diefstal. Dit heeft verdachte er niet van weerhouden om wederom een ernstig strafbaar feit te plegen.

In dit geval wordt een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk geacht, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel moeten leiden, worden niet aanwezig geacht.

<u>In beslag genomen voorwerpen</u>

De teruggave zal worden gelast van de in beslag genomen goederen aan verdachte, nu gevorderd noch gebleken is dat deze goederen dienen te worden verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer.

<u>De toepasselijke wettelijke voorschriften</u>

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 31, 59 en 96 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen.

RECHTDOENDE IN NAAM DER KONINGIN

Het Hof:

Vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Bonaire van 9 september 2009 en doet opnieuw recht.

Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Kwalificeert het bewezen verklaarde als voren omschreven.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig (30) maanden.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Gelast de teruggave van de in beslag genomen goederen aan verdachte.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J.R. Sijmonsma, F.J.P. Lock en M. Schoemaker, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, en ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao uitgesproken op 8 april 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.