Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2010:BM1403

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
08-04-2010
Datum publicatie
16-04-2010
Zaaknummer
H 168/09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een drietal berovingen met geweld. Betreft een recidivist. Het OM vraagt op grond van art. 438b Sr. 12 jaar, de minimumstraf. Het Hof oordeelt dat de minimumstraf in dit geval evident onevenredig is als bedoeld in artikel 11 lid 3 Sr. Verdachte krijgt vijf jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

H 168/09

Parketnummer: 500.00457/09

Uitspraak: 8 april 2010

Tegenspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in het hoger beroep tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de

Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao (hierna: GEA), van 4 september 2009 in de strafzaak tegen:

[Verdachte],

geboren op Curaçao op [datum] 1988,

wonende op Curaçao,

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring op Curaçao.

<u>Het onderzoek van de zaak</u>

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 14 augustus 2009, zoals daarvan blijkt uit het proces-verbaal van die terechtzitting, alsmede naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 18 maart 2010 op Curaçao.

Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de (waarnemend) procureur-generaal, mr. A.C. van der Schans, en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman mr. M.A. Koendjbiharie naar voren hebben gebracht. De procureur-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep wordt vernietigd en dat aan de verdachte ter zake van de onder 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde feiten een gevangenisstraf voor de duur van twaalf jaar wordt opgelegd, met aftrek van voorarrest.

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van de onder 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar met aftrek van voorarrest.

<u>De tenlastelegging</u>

Aan de verdachte is ten laste gelegd:

feit 1 (Kaya Berom)

dat hij op of omstreeks 20 april 2009, althans in de maand april 2009, op het eiland Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

twee (2) mobiele telefoons,

althans enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [R.K.], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [R.K.] en/of [A.B.], gepleegd door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s),met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zich en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit:

het vermanend toespreken van die [R.K.] door tegen hem , [R.K.], te vertellen dat hij uit zijn auto moest stappen;

(en vervolgens) het geven van twee klappen in het gezicht van die [R.K.] en/of;

het voorhouden en/of tonen van een revolver, althans een vuurwapen, aan die [R.K.] en/of die [A.B.].

feit 2 ([W.Y.] Minimarket)

dat hij op of omstreeks 24 april 2009, althans in de maand april 2009, op het eiland Curaçao, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

twee (2) mobiele telefoons en/of

een aantal telefoonopwaardeerkaarten ter waarde van NAF. 700,- en/of

een geldbedrag van om en nabij NAF. 900,-;

althans enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [J.K.], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan hem, verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [J.K.], gepleegd door hem, verdachte, met het heterdaad aan zich hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of;

met het oogmerk om zichzelf en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [J.K.] heeft gedwongen tot de afgifte van:

twee (2) mobiele telefoons en/of

een aantal telefoonopwaardeerkaarten ter waarde van NAF. 700,- en/of

een geldbedrag van om en nabij NAF. 900,-;

bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit:

die [J.K.] opdragen en/of aanmanen om het geld en/of het geldkistje aan hem, verdachte af te geven en/of;

het geven van een klap op het hoofd van die [J.K.] en/of

het voorhouden en/of tonen van een vuurwapen aan die [J.K.];

(artikel 325 en/of 330 van het Wetboek van Strafrecht)

feit 3 (Roodeweg)

primair

dat hij op of omstreeks 20 februari 2009, althans in de maand februari 2009, op het eiland Curaçao,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen; met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen: een (1) mobiele telefoon althans enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [A.V.], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan hem, verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [A.V.], gepleegd door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zich en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of;

met het oogmerk om zichzelf en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld die [A.V.] heeft gedwongen tot de afgifte van een (1) mobiele telefoon althans enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [A.V.], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan hem, verdachte, en/of aan zijn mededader(s)

bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit:

het door verdachte en/of zijn mededader tegen die [A.V.] met dreigende toon zeggen om geld aan hem, verdachte, en/of zijn mededader af te geven, en/of

het door verdachte en/of zijn mededader vasthouden van die [A.V.]’s arm(en) in een greep.

(artikel 325 en/of 330 jo 49 van het Wetboek van Strafrecht)

subsidiair

dat ene [H.] op of omstreeks 20 februari 2009, althans in de maand februari 2009, op het eiland Curaçao, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen: een (1) mobiele telefoon

althans enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [A.V.], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan die [H.] en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [A.V.], gepleegd door die [H.] en/of zijn mededader(s) met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zich, die [H.], en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, en/of;

met het oogmerk om zichzelf en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld die [A.V.] heeft gedwongen tot de afgifte van: een (1) mobiele telefoon althans enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [A.V.], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan die [H.] en/of aan zijn mededader(s)

bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit:

door die [H.] en/of zijn mededader(s) tegen die [A.V.] met dreigende toon zeggen om geld aan hem, die [H.], af te geven,

tot of bij het plegen van welk(e) misdrij(f)(ven) hij, verdachte, op of omstreeks 20 februari 2009 op het eiland Curaçao, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of behulpzaam is geweest, hierin bestaande dat hij, verdachte, (met het oog op het plegen van voormeld(e) misdrij(f)(ven):

[A.V.]’s arm(en) in een greep heeft vastgehouden, waarna, terwijl of nadat die [H.] de mobiele telefoon uit de broekzak van die [A.V.] wegnam.

(artikel 325 en/of 330 jo 50 van het Wetboek van Strafrecht)

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de procureur-generaal de in artikel 438b van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen (hierna: Sr) bedoelde strafverzwarende omstandigheid alsnog op de voet van artikel 354 van het Wetboek van Strafvordering van de Nederlandse Antillen mondeling ten laste gelegd.

<u>Het vonnis waarvan beroep</u>

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het Hof zich daarmee niet verenigt.

<u>De bewezenverklaring</u>

Het Hof acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, met dien verstande:

feit 1

dat hij op 20 april 2009 op het eiland Curaçao tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee (2) mobiele telefoons, toebehoren¬de aan [R.K.], welke diefstal werd voorafgegaan en ver¬gezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [R.K.] en/of [A.B.], gepleegd door hem, verdachte, of zijn mededaders, met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit:

- het vermanend toespreken van die [R.K.] door tegen hem, [R.K.], te vertellen dat hij uit zijn auto moest stappen

- het geven van twee klappen in het gezicht van die [R.K.] en

- het tonen van een revolver aan die [R.K.] en die [A.B.],

terwijl tijdens het begaan van het misdrijf nog geen twee jaren waren verlopen sedert de verdachte een tegen hem op grond van het in artikel 325 genoemde misdrijf uitgesproken gevangenisstraf geheel of ten dele had ondergaan;

feit 2

dat hij op 24 april 2009 op het eiland Curaçao met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee (2) mobiele telefoons en een aantal telefoon opwaardeerkaarten ter waarde van NAF. 700,- toebehorende aan (een) ander(en) dan aan hem, verdachte, welke diefstal werd voor¬afgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [J.K.], ge¬pleegd door hem, verdachte, en met het oogmerk om zichzelf wederrechtelijk te bevoor¬delen door geweld en bedreiging met geweld [J.K.] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van om en nabij NAF. 900,- bestaande dat geweld en/of die be¬dreiging met geweld uit:

- die [J.K.] opdragen om geld aan hem, verdachte, te geven en

- het geven van een klap op het hoofd van die [J.K.] en

- het tonen van een vuurwapen aan die [J.K.],

terwijl tijdens het begaan van het misdrijf nog geen twee jaren waren verlopen sedert de verdachte een tegen hem op grond van het in artikel 325 genoemde misdrijf uitgesproken gevangenisstraf geheel of ten dele had ondergaan;

feit 3 primair

dat hij op 20 februari 2009 op het eiland Curaçao tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (1) mobiele telefoon, toebehorende aan [A.V.], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [A.V.], gepleegd door hem, verdachte, en zijn mededader met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit:

- het door zijn mededader tegen die [A.V.] met dreigende toon zeggen om geld aan zijn mededader af te geven, en

- het door verdachte vasthouden van die [A.V.]’s armen in een greep,

terwijl tijdens het begaan van het misdrijf nog geen twee jaren waren verlopen sedert de verdachte een tegen hem op grond van het in artikel 325 genoemde misdrijf uitgesproken gevangenisstraf geheel of ten dele had ondergaan.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd, is naar het oordeel van het Hof niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

<u>De bewijsmiddelen</u>

Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezene heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. De bewijsmiddelen zijn in een aan dit vonnis gehechte bijlage opgenomen.

<u>Bewijsoverweging</u>

Het verweer van de verdachte dat hij voor feit 2 een alibi heeft, vindt zijn weerlegging in de bewijsmiddelen. Ook de overige verweren ten betoge dat hij het bewezene niet heeft begaan, vinden daar hun weerlegging.

<u>De strafbaarheid van de feiten</u>

Het bewezene levert op:

feit 1

medeplegen van diefstal, voorafgaande en vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

terwijl tijdens het begaan van het misdrijf nog geen twee jaren zijn verlopen sedert de schuldigverklaarde een tegen hem op grond van het in artikel 325 genoemde misdrijf uitgesproken gevangenisstraf geheel of ten dele heeft ondergaan,

strafbaar gesteld bij artikel 325 junctis 323, 438a, 438b en 49 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen;

feit 2

diefstal, voorafgaande en vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

terwijl tijdens het begaan van het misdrijf nog geen twee jaren zijn verlopen sedert de schuldigverklaarde een tegen hem op grond van het in artikel 325 genoemde misdrijf uitgesproken gevangenisstraf geheel of ten dele heeft ondergaan,

strafbaar gesteld bij artikel 325 junctis 323, 438a en 438b van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen

en

afpersing,

terwijl tijdens het begaan van het misdrijf nog geen twee jaren zijn verlopen sedert de schuldigverklaarde een tegen hem op grond van het in artikel 325 genoemde misdrijf uitgesproken gevangenisstraf geheel of ten dele heeft ondergaan,

strafbaar gesteld bij artikel 330, 438a, 438b en 49 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen;

feit 3 primair

medeplegen van diefstal, voorafgaande en vergezeld van geweld of be¬dreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te be¬reiden en gemakkelijk te maken,

terwijl tijdens het begaan van het misdrijf nog geen twee jaren zijn verlopen sedert de schuldigverklaarde een tegen hem op grond van het in artikel 325 genoemde misdrijf uitgesproken gevangenisstraf geheel of ten dele heeft ondergaan,

strafbaar gesteld bij artikel 325 junctis 323, 438a, 438b en 49 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen.

Het bewezene is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die deze strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

<u>De strafbaarheid van de verdachte</u>

De verdachte is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die deze strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

<u>De op te leggen straf</u>

Bij de bepaling van de straf heeft het Hof gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Meer in het bijzonder overweegt het Hof het volgende.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie berovingen. Hierbij is in twee gevallen een vuurwapen gebruikt en in alledrie de gevallen fysiek geweld. Dit zijn ernstige feiten, die voor de slachtoffers bijzonder beangstigend moeten zijn geweest en bijdragen aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

Ten nadele van de verdachte weegt mee dat hij in het recente verleden is veroordeeld voor een soortgelijk feit, alsmede dat in het vroeghulpbericht van de Stichting Reclassering Curaçao is gerapporteerd dat hij zich heeft onttrokken aan begeleiding van die stichting. Zorgelijk is ook dat de verdachte ter terechtzitting heeft bevestigd verslaafd te zijn aan marihuana en ook een combinatie van marihuana met base te gebruiken. De door de raadsman aangevoerde omstandigheden ten aanzien van de lichamelijke toestand van de verdachte hebben geen invloed op de hoogte van de straf. De jeugdige leeftijd van de verdachte weegt het Hof echter wel in zijn voordeel mee.

Op grond van al het voorgaande is een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren passend en geboden. Er kan dus niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf en ook niet met de straf die het GEA heeft opgelegd.

De minimumstraf als bedoeld in artikel 438b Sr, gevangenisstraf voor de duur van twaalf jaren, is zo veel hoger dan de als passend en geboden aangemerkte straf, dat sprake is van evidente onevenredigheid als bedoeld in artikel 11 lid 3 Sr.

<u>De toepasselijke wettelijke voorschriften</u>

De oplegging van de straf is, behalve op de reeds aangehaalde artikelen, gegrond op de artikelen 31 en 59 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen.

BESLISSING

Het Hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

en opnieuw rechtdoende:

verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezenverklaarde als vorenomschreven;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren;

bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, H.L. Wattel en J.P. de Haan, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao uitgesproken op 8 april 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.