Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2010:BL9104

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
02-03-2010
Datum publicatie
26-03-2010
Zaaknummer
E 365/08 - H 109/09
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vader wenst naleving van omgangsregeling met zijn zoon, is met voorstel betreffende de begeleide omgang met zijn dochter wel akkoord. Het Hof vreest dat bij naleving van de rechterlijke omgangsregeling - welke regeling door partijen zelf is geschorst - voor escalatie van het conflict. Het Hof acht een voorzichtig begin van het wederzijds contact met begeleide omgang aangewezen. Het Hof schorst daarom, overeenkomstig het verlangen van moeder, de omgangsregeling en acht een voorlopige omgangsregeling zoals door de Raad is voorgesteld, in het belang van de kinderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Registratienummer: E 365/08 - H 109/09

Uitspraak: 2 maart 2010

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Beschikking in de zaak van:

[moeder],

wonend op Curaçao,

oorspronkelijk verzoekster, thans appellante,

gemachtigde: mr. M.D. Bennett,

- en -

[vader],

wonend op Curaçao,

oorspronkelijk verweerder, thans geïntimeerde,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna wederom de moeder en de vader genoemd.

Verder verloop van de procedure

1.1. Het Hof verwijst naar zijn tussenbeschikking van 3 november 2009.

1.2. Op 23 februari 2009 is het door het Hof in de tussenbeschikking verlangde rapport van de Voogdijraad (Raad voor het Welzijn van het Kind) ingekomen.

1.3. Op 2 maart 2010 is, zoals bepaald in de tussenbeschikking, het kind [dochter], geboren [datum] 1996, door het Hof gehoord.

1.4. Nadat het kind gehoord is, is de mondelinge behandeling voortgezet. Verschenen zijn de moeder, vergezeld van haar gemachtigde, en de vader.

1.5. Het Hof heeft ter zitting van 2 maart 2010 mondeling een beschikking uitgesproken die heden op schrift gesteld is.

2. Beoordeling

2.1. Na de tussenbeschikking heeft de moeder een kort geding aangespannen. Dit heeft niet geresulteerd in een vonnis aangezien partijen zijn overeengekomen dat de omgangsregeling betreffende het kind [zoon], geboren [datum] 2001, wordt geschorst. De vader heeft sedertdien (ca. drie maanden) geen omgang meer met Brian gehad.

2.2. De Voogdijraad (rapport 23 februari 2010, p. 7-8) acht omgang van de vader met de beide kinderen in het belang der kinderen en heeft voorgesteld dat begonnen wordt met vier keer een uur (op vrijdag van 15.00 tot 16.00 uur) begeleide omgang met beide kinderen gelijktijdig, op het kantoor van de Raad. Daarna zal er weer een Multi Disciplinair Overleg plaatsvinden, met de verschillende psychologen, waarbij onder meer kan worden nagegaan of uitbreiding en wijziging van de locatie mogelijk is.

2.3. De moeder gaat akkoord met dit voorstel, met dien verstande dat, in verband met een proefwerkweek van [dochter], pas op vrijdag 19 maart 2010 begonnen wordt. Volgens haar gemachtigde staat inmiddels ook de Raad achter dit beginpunt.

2.4. [dochter] heeft verklaard met het voorstel in beginsel in te stemmen. Zij vreest voor hyperventilatie, maar is bereid het te proberen.

2.5. De vader gaat ten aanzien van [dochter] akkoord met het voorstel. Ten aanzien van [zoon] wenst hij echter naleving van de in de tussenbeschikking van het Hof neergelegde omgangsregeling.

2.6. Het Hof vreest bij naleving van de rechterlijke omgangsregeling ten aanzien van [zoon] – welke regeling door partijen zelf is geschorst – voor escalatie van het conflict. De vader heeft geruime tijd al geen omgang met beide kinderen en een voorzichtig begin van het wederzijds contact is aangewezen. Partijen maken, zo is gebleken, elkaar ernstige verwijten en zulks heeft gemakkelijk ten opzichte van de kinderen een negatieve weerslag (‘When elephants fight, it is the grass that suffers’).

2.7. Het Hof schorst daarom, overeenkomstig het verlangen van de moeder, wegens wijziging van omstandigheden de omgangsregeling ten aanzien van Brian.

2.8. Het Hof acht een voorlopige omgangsregeling ten aanzien van beide kinderen, zoals door de Raad voorgesteld, in het belang van de kinderen. Na de vier keren omgang moeten partijen in samenspraak met de Voogdijraad afspraken maken ten aanzien van de voortgang van de voorlopige omgang.

2.9. De mondelinge behandeling voor het Hof zal worden aangehouden. De Voogdijraad zal worden verzocht alsdan wederom te rapporteren.

2.10. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3. Beslissing

Het Hof:

- schorst de in de tussenbeschikking van 3 november 2009 ten aanzien van Brian getroffen omgangsregeling;

- bepaalt dat de vader met [zoon en dochter] gelijktijdig voorlopig omgang zal hebben op de vrijdagen 19 maart, 26 maart, 2 april en 9 april 2010, van 15.00 tot 16.00 uur, op het kantoor van de Voogdijraad onder begeleiding van de Voogdijraad;

- bepaalt dat de mondelinge behandeling zal worden voortgezet op dinsdag 8 juni 2010, om 9.00 uur;

- verzoekt de Voogdijraad uiterlijk twee weken voorafgaand aan die zitting nader advies betreffende de omgang tussen vader en beide kinderen aan het Hof en partijen te doen toekomen;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is mondeling uitgesproken door mrs. J. de Boer, H.L. Wattel en M. Schoenmaker, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, ter openbare terechtzitting van 2 maart 2010 op Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier, en op schrift gesteld op 9 maart 2010.