Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2010:BL8131

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
18-03-2010
Datum publicatie
19-03-2010
Zaaknummer
HAR 26/2010
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Betreft verzoek om schadevergoeding. Hof overweegt dat voor wat betreft indiening van een verzoek ex artikel 178 Sv vertegenwoordiging niet is toegelaten. Nergens blijk uit dat appellant zelf de verzochte schadevergoeding wenst. Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 18 maart 2010 JH

Zaaknummer: HAR 26/2010

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

B E S C H I K K I N G

gegeven op het hoger beroep, ingesteld tegen de beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten (hierna: GEA) van 27 januari 2010 op het verzoek ex artikel 178 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van:

[appellant],

geboren op [datum] 1941 in Saint Kitts en Nevis,

wonende op Sint Maarten, [adres],

appellant,

gemachtigde: de advocaat mr. R.M. Stomp.

1. Procesgang en onderzoek van de zaak

1.1 Op 16 november 2009 is ter griffie van het GEA een verzoekschrift ingekomen strekkende tot vergoeding van door appellant geleden schade tengevolge van ten onrechte ondergane detentie tot een bedrag van NAF. 15.150,-, subsidiair NAF. 5.100,-. Voorts is een vergoeding verzocht van NAF. 1.500,- voor gemaakte advocaatkosten.

1.2 Bij de bestreden beschikking heeft het GEA het verzoek afgewezen.

1.3 Namens appellant is hoger beroep ingesteld bij op 9 februari 2010 ter griffie van het GEA ingediend beroepschrift, ingekomen op 26 februari 2010 ter griffie van het Hof.

1.4 Het hoger beroep is door het Hof behandeld in raadkamer van 11 maart 2010 op Sint Maarten. Verschenen en gehoord zijn de gemachtigde van appellant en de waarnemend procureur-generaal mr. A.C. van der Schans.

1.5 Beschikking is bepaald op heden.

2. De beoordeling

2.1 In overeenstemming met jurisprudentie van de Hoge Raad ten aanzien van het verzoek om schadevergoeding ex artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering van Nederland (zie HR 1 september 1987, NJ 1988, 194) en zoals het Hof eerder heeft overwogen – bijvoorbeeld in zijn uitspraak van 28 juni 2007 (HAR 138/2007) – overweegt het Hof dat voor wat betreft de indiening van een verzoek ex artikel 178 Sv vertegenwoordiging niet is toegelaten.

2.2 Het Hof stelt vast dat het verzoekschrift niet is ondertekend door appellant zelf. Voorts is er geen grond voor het oordeel dat dit verzuim voor gedekt moet worden gehouden (vgl. HR 5 november 1991, NJ 1992, 482 en HR 2 februari 1993, NJ 1993, 553). Appellant is noch in eerste aanleg noch in hoger beroep in persoon in raadkamer verschenen. Hij heeft derhalve niet middels zijn aanwezigheid te kennen gegeven achter het verzoek te staan. Het beroepschrift heeft appellant evenmin (mede)ondertekend. Nergens blijkt dan ook uit dat hij zelf de verzochte schadevergoeding wenst.

2.3 Uit het vorenoverwoge volgt dat het GEA appellant niet-ontvankelijk had dienen te verklaren in zijn verzoek ex artikel 178 Sv in plaats van dit af te wijzen. Het Hof zal daarom de bestreden beschikking vernietigen en opnieuw recht doen.

BESLISSING

Het Hof:

vernietigt de bestreden beschikking;

verklaart appellant niet-ontvankelijk in zijn verzoek ex artikel 178 Sv.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.P. de Haan, J. de Boer en G.C.C. Lewin, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, en in tegenwoordigheid van de griffier op Curaçao uitgesproken op 18 maart 2010.