Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2010:BL6549

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
19-01-2010
Datum publicatie
05-03-2010
Zaaknummer
AR 3486/07 - H 53/09
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Arubaanse zaak. Betreft verzoek om oproeping in vrijwaring van een derde. Voor het inwilligen van een verzoek om de oproeping in vrijwaring van een derde te bevelen als bedoeld in art. 71 lid 1 Rv, is voldoende dat de verzoeker (voldoende) stelt dat de derde krachtens zijn rechtsverhouding tot de verzoeker verplicht is de nadelige gevolgen te dragen die voortvloeien uit een veroordeling van de verzoeker als gedaagde in de hoofdzaak. Het Hof oordeelt dat aan dit vereiste is voldaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Registratienummer: AR 3486/07 - H 53/09

Uitspraak: 19 januari 2010

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Vonnis in de zaak van:

de naamloze vennootschap

OPTIMA HOTEL EXPLOITATIE MAATSCHAPPIJ (OHEM) N.V.,

gevestigd in Aruba,

oorspronkelijk gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident,

thans appellante,

gemachtigde: mr. G. de Hoogd,

- tegen -

de naamloze vennootschap

COMPUTER CITY ARUBA N.V.,

gevestigd in Aruba,

oorspronkelijk eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident,

thans geïntimeerde,

gemachtigden: mrs. C.B.A. Coffie en A.C.G. Bikker.

Partijen worden hierna "OHEM" en "CCA" genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Op 11 juli 2008 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: GEA) tussen partijen vonnis gewezen. Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en gevorderd, de procesgang aldaar en de overwegingen en beslissingen van het GEA wordt verwezen naar dat vonnis.

1.2 OHEM is - met bij beschikking van 30 september 2008 door het Hof verleende vergunning - in hoger beroep gekomen van voornoemd vonnis door op 2 oktober 2008 een akte van hoger beroep in te dienen. Bij op 24 oktober 2008 ingekomen memorie van grieven, met een productie, heeft zij één grief tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof, uitvoerbaar bij voorraad, het vonnis zal vernietigen en haar vordering tot vrijwaring alsnog zal toewijzen, met veroordeling van CCA in de proceskosten in beide instanties.

1.3 CCA heeft bij memorie van antwoord de grief bestreden. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof de vordering van OHEM zal afwijzen, met veroordeling van OHEM in de kosten van beide instanties.

1.4 Op 18 augustus 2009 hebben de gemachtigden van partijen pleitnotities overgelegd. Aan de pleitnotities van OHEM is een productie gehecht. CCA heeft zich daarover uitgelaten bij akte van 17 november 2009. Vonnis is nader bepaald op heden.

2. De grief

Voor de grief wordt verwezen naar de memorie van grieven.

3. De beoordeling

3.1 Voor het inwilligen van een verzoek om de oproeping in vrijwaring van een derde te bevelen als bedoeld in art. 71 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), is voldoende dat de verzoeker (voldoende) stelt dat de derde krachtens zijn rechtsverhouding tot de verzoeker verplicht is de nadelige gevolgen te dragen die voortvloeien uit een veroordeling van de verzoeker als gedaagde in de hoofdzaak. Aan dit vereiste is voldaan.

3.2 Van toewijzing van het verzoek is geen onredelijke of onnodige vertraging van het geding te verwachten. Indien nodig kan het GEA met toepassing van art. 76 Rv de hoofdzaak afzonderlijk beslissen. Niet is gesteld of gebleken dat CCA door toewijzing van het verzoek in enig ander belang zou worden geschaad.

3.3 Het bestreden vonnis dient te worden vernietigd. Het Hof zal de oproeping alsnog bevelen met toepassing van art. 71 lid 3 Rv. CCA zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep. De beslissing over de kosten van het incident in eerste aanleg zal worden gereserveerd tot de einduitspraak in eerste aanleg.

BESLISSING:

Het Hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

bepaalt dat het rechtsgeding bij het GEA zal worden voortgezet op 17 februari 2010;

gelast de oproeping van de coöperatieve vereniging Casa Grande Resort I, gevestigd aan de J.E. Irausquin Boulevard 250 in Aruba, met gelijktijdige uitreiking van een afschrift van de door OHEM ingediende incidentele conclusie tot vrijwaring van 13 februari 2008;

veroordeelt CCA in de kosten van dit hoger beroep, aan de zijde van OHEM gevallen en tot op heden begroot op Afl. 4.910,- aan verschotten en Afl. 5.100,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat over de kosten van het vrijwaringsincident in eerste aanleg zal worden beslist bij eindvonnis in eerste aanleg.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en E.M. van der Bunt, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 19 januari 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.