Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2010:BL4103

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
29-01-2010
Datum publicatie
17-02-2010
Zaaknummer
EJ-182/08-H-169/09
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In beginsel is tegen een beschikking ontbinding arbeidsovereenkomst appel niet mogelijk. Het Hof begrijpt dat appellante van mening is dat het GEA buiten het toepassingbereik van het artikel is getreden, kennelijk omdat het ten onrechte heeft geconcludeerd dat er tussen partijen nog een arbeidsovereenkomst bestaat. Daarom kan zij toch in haar appel worden ontvangen. Hof oordeelt dat GEA niet buiten bereik van het ontbindingsartikel is getreden. Beroep wordt verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0177

Uitspraak

UITSPRAAK: 29 januari 2010

ZAAKNR. EJ-182/08-H-169/09

HET GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN DE

NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Beschikking in de zaak van:

de naamloze vennootschap ANTILLEAN PAINT (SINT MAARTEN) N.V. (hierna Antillean Paint),

gevestigd op Sint Maarten,

voorheen verweerster en verzoekster, thans appellante,

gemachtigde: mr. H.W. Braam,

tegen

[werknemer],

wonend op Sint Maarten,

voorheen verzoeker en verweerder, thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. R.G.R. Bergman.

1 Het verloop van de procedure

Verwezen wordt naar de op 13 mei 2009 onder EJ no. 182/08 tussen partijen uitgesproken beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten (hierna: GEA). Bij die beschikking is het door elke partij ingediende voorwaardelijk verzoek tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst, voorwaardelijk toegewezen.

Op 24 juni 2009 heeft Antillean Paint een stuk genaamd “hoger beroep arbeidszaak” ingediend waarin zij drie grieven heeft geformuleerd en waarin zij heeft geconcludeerd tot vernietiging van de in eerste aanleg gewezen uitspraak en tot niet-ontvankelijkverklaring van [werknemer] althans tot afwijzing van zijn verzoek, met veroordeling van hem in de kosten van beide instanties.

Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen afgesproken dat Antillean Paint terstond haar pleitnotities zal overleggen en dat [werknemer] een week later zijn verweerschrift/pleidooi zal overleggen. Een en ander is zo geschied, waarna partijen is aangezegd dat heden uitspraak zal worden gedaan.

2 De ontvankelijkheid

2.1 Het beroep is tijdig ingediend.

2.2 Het appel is ingesteld tegen een beschikking ontbinding arbeidsovereenkomst, waartegen in beginsel appel niet mogelijk is. Dit beginsel wordt opzijgezet indien een appellant stelt dat de rechter buiten het toepassingsbereik van het ontbindingsartikel is getreden, het artikel ten onrechte buiten toepassing heeft gelaten of fundamentele rechtsbeginselen heeft geschonden.

Het Hof begrijpt dat Antillean Paint van mening is dat het GEA buiten het toepassingbereik van het artikel is getreden, kennelijk omdat het ten onrechte heeft geconcludeerd dat tussen partijen nog een arbeidsovereenkomst bestaat. Met die aldus gelezen stelling kan Antillean Paint in haar appel worden ontvangen.

2.3 Het in deze zaak ingestelde verzoek betreft een verzoek tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst onder de voorwaarde dat a) de Hoge Raad de uitspraak van het Hof van 9 mei 2008 bevestigt én b) in rechte onherroepelijk zal komen vast te staan dat het door Antillean Paint aan [werknemer] gegeven ontslag op staande voet nietig is (zie onder 25 van het dit geding inleidend verzoekschrift). Vast staat dat partijen een arbeidsovereenkomst hebben gesloten. Gelet op de inhoud van het verzoek wordt het onderhavige verzoek gedaan onder de voorwaarde dat die overeenkomst nog bestaat. De vraag of die overeenkomst nog bestaat, een vraag die door Antillean Paint in eerste aanleg is opgeworpen, hoeft daarmee niet te worden beantwoord. Door die vraag in het lichaam van de beschikking wel te beantwoorden, daargelaten de juistheid van dat antwoord en de gebondenheid daaraan in een andere procedure, is het GEA, gelet op de inhoud van het dictum, echter niet buiten het bereik van het ontbindingsartikel getreden, zodat het beroep moet worden verworpen.

2.4 Antillean Paint dient als de in het ongelijk gestelde partij de kosten van het hoger beroep gerezen aan de zijde van [werknemer] te betalen.

BESLISSING:

Het Hof:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Antillean Paint in de aan de zijde van [werknemer] gerezen kosten van dit hoger beroep, tot op heden begroot op NAF. 5.100,-.

Aldus gegeven door mrs. J.R. Sijmonsma, G.C.C. Lewin en H.L. Wattel, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, en ter openbare terechtzitting van het Hof op Sint Maarten uitgesproken op 29 januari 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.