Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2010:BK9371

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
08-01-2010
Datum publicatie
15-01-2010
Zaaknummer
HAR 165/2009
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Verzoek om in aanmerking te komen voor elektronisch toezicht is afgewezen. Hof oordeelt dat verzoeker in zijn verzoek op grond van art. 43 Sv kan worden ontvangen. Een beschikking op het onderhavige verzoek dient behoorlijk gemotiveerd te zijn, die steun vindt in het recht. Dat is hier niet het geval. Hof gebiedt de Minister om opnieuw te beschikken en wijst de gevorderde dwangsom af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

UITSPRAAK: 8 januari 2010

HAR nummer 165 van 2009

HET GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN DE

NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Beschikking ex art. 43 Sv in de zaak van:

[Verzoeker] (hierna verzoeker),

geboren op [datum] 1967 op Curaçao,

thans gedetineerd in de Bon Futuro gevangenis alhier.

1 Het verloop van de procedure

Verzoeker heeft op 17 december 2009 een verzoek ex artikel 43 Sv ingediend waarin hij heeft verzocht om het land de Nederlandse Antillen te bevelen om een beslissing te nemen conform de Hofbeschikking (zoals het Hof leest) van 13 oktober 2009 op straffe van een nader omschreven dwangsom. Het verzoek is op 5 januari 2010 in raadkamer behandeld in tegenwoordigheid van verzoeker, zijn raadslieden mrs. J.J. Oedjaghir en S. Bhulai en van de (waarnemend) procureur-generaal, mr. A.C. van der Schans. Verzoeker heeft bij monde van zijn raadslieden zijn standpunt weergegeven zoals vermeld in de overgelegde pleitaantekeningen. Hij heeft daarbij zijn verzoek gewijzigd zoals vermeld in zijn akte vermeerdering van eis in kort geding.

De procureur-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat verzoeker niet-ontvankelijk verklaard moet worden en dat overigens het verzoek moet worden afgewezen omdat inmiddels is beschikt.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De feiten

In deze zaak zijn de volgende feiten van belang. Bij vonnis van het Hof van 27 maart 2007 is verzoeker wegens – kort gezegd – gewoontewitwassen en cocaïneuitvoer- en handel veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar. Bij arrest van 9 december 2008 heeft de Hoge Raad dit vonnis vernietigd voor wat betreft de duur van de opgelegde straf en deze verminderd tot zeven jaar en zeven maanden. Op 15 oktober 2008 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao (hierna het GEA), in de ontnemingszaak tegen verzoeker aan hem een betalingsverplichting opgelegd van NAF. 500.000,- ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, te vervangen door twee jaar hechtenis bij niet volledige betaling of verhaal. In het kader van de ontnemingszaak ligt er conservatoir beslag op een aantal goederen van verzoeker. Op 5 augustus 2009 is het traject ter voorbereiding op het elektronisch toezicht, dat voor wat betreft de aanvangsdatum op 27 november 2009 had kunnen ingaan, stopgezet onder de mededeling dat de vervangende hechtenis ingevolge het ontnemingsvonnis direct na ommekomst van de gevangenisstraf geëxecuteerd zal worden.

Bij een op de voet van art. 43 Sv op 13 oktober 2009 uitgesproken beschikking heeft het Hof het openbaar ministerie bevolen om de gebruikelijke procedure ter beoordeling van de vraag of verzoeker in aanmerking komt voor elektronisch toezicht (hierna ET), te hervatten, met inachtneming van deze uitspraak. Bij Ministeriële Beschikking van 21 december 2009, No. 2030/BF is het verzoek afgewezen.

3 De beoordeling

3.1.1 Volgens de procureur-generaal dient verzoeker niet-ontvankelijk verklaard te worden omdat geen sprake is van een geval waarin het belang van een goede strafrechtsbedeling een voorziening dringend noodzakelijk maakt en omdat het verzoek betrekking heeft op de wijze van executie, een onderwerp waarop Strafvordering geen plaats heeft in de zin van art. 9 Sv.

3.1.2.1 Een verzoeker kan in een op art. 43 Sv gegrond verzoek worden ontvangen indien het Wetboek van Strafvordering geen regeling bevat omtrent het aan de orde gestelde geval, terwijl het belang van een goede strafrechtsbedeling een voorziening dringend noodzakelijk maakt. Het stadium van de executie valt binnen het bereik van genoemde strafrechtsbedeling.

3.1.2.2 Het Wetboek van Strafvordering bevat geen regeling omtrent de vraag of iemand al dan niet in aanmerking komt voor ET.

3.1.2.3 Gelet op de inhoud van de Beschikking elektronisch toezicht (hierna Beschikking ET) van 10 augustus 2005 valt de vraag of iemand in aanmerking komt voor ET binnen het bereik van de executie van een gevangenisstraf. In de Beschikking ET is geen rechtsmiddel opgenomen dat kan worden ingesteld indien op een verzoek afwijzend wordt beschikt, zodat het belang van een goede strafrechtsbedeling met zich brengt dat een verzoek als het onderhavige aan de rechter kan worden gedaan. Gelet op het belang van elektronisch toezicht voor verzoeker is een voorziening ook dringend noodzakelijk. Aldus kan verzoeker in zijn verzoek worden ontvangen.

3.2 Voor zover het verzoek inhoudt dat het Land moet worden bevolen om een beschikking te nemen conform het Hofvonnis van 13 oktober 2009, moet het worden afgewezen omdat inmiddels is beschikt en wel op 21 december 2009.

3.3.1 Het Hof leest het onder 2 en 3 in de akte vermeerdering van eis in kort geding verzochte, gelezen in onderling verband en samenhang en gelet op de inhoud van het ter zitting door verzoeker aangevoerde, als een verzoek tot vernietiging van de beschikking van 21 december 2009 en de minister vervolgens te gebieden een behoorlijk gemotiveerde beslissing te nemen op zijn verzoek om voorafgaande aan zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling, met verlof de gevangenis te verlaten onder elektronisch toezicht.

3.3.2 Een beschikking op een verzoek om ET als het onderhavige dient behoorlijk gemotiveerd te zijn, waaronder mede wordt verstaan dat de motivering steun behoort te vinden in het recht. In deze zaak is het verzoek om ET afgewezen omdat het openbaar ministerie heeft bevolen, dan wel op korte termijn zal bevelen de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis opgelegd bij het ontnemingvonnis van het GEA van 15 oktober 2008. Deze motivering, waarbij vervangende hechtenis terzake van een ontnemingsvonnis aan (VI en) ET in de weg wordt gelegd, vindt geen steun in het recht en moet dus als ondeugdelijk worden beschouwd. Het Hof zal daarom de beschikking van 21 december 2009 vernietigen en de minister gebieden opnieuw te beschikken. Het Hof gaat er van uit dat de minister dit voortvarend zal doen, zodat de gevorderde dwangsom zal worden afgewezen.

BESLISSING:

Het Hof:

vernietigt de ministeriële beschikking van 21 december 2009 No. 2030/BF waarbij is besloten om verzoeker niet te vergunnen de gevangenis te verlaten voorafgaande aan diens voorwaardelijke invrijheidstelling en gebiedt de Minister om opnieuw te beschikken;

wijst af het meer of anders verzochte.

Aldus gegeven in raadkamer door mrs. J.R. Sijmonsma, F.J.P. Lock en E.M. van der Bunt, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba 8 januari 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.