Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BN9229

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
18-12-2009
Datum publicatie
04-10-2010
Zaaknummer
HLAR 079/08
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Arubaanse zaak. De Centrale Bank heeft Metacorp en Boulevard Casino deviezenprovisie in rekening gebracht. Metacorp en Boulevard Casino doen een beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat sommige ingezeten geen deviezenprovisie betalen. Hof oordeelt dat het betoog faalt en de uitspraak wordt bevestigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HLAR 079/08

Datum uitspraak: 18 december 2009

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Uitspraak op het hoger beroep van:

de naamloze vennootschappen Metacorp N.V. en Boulevard Casino N.V., beide gevestigd in Aruba,

appellanten,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 24 september 2008 in zaak nr. 3401 van 2006 in het geding tussen:

appellanten

en

de Centrale Bank van Aruba.

1. Procesverloop

Bij onderscheiden beschikkingen van 26 februari 2006 heeft de Centrale Bank van Aruba (hierna: de Bank) aan de naamloze vennootschappen Metacorp N.V. (hierna: Metacorp) en Boulevard Casino N.V. (hierna: Boulevard Casino) deviezenprovisie over de eerste drie kwartalen van 2005 in rekening gebracht.

Bij beschikking van 1 november 2006 heeft de Bank de daartegen door Metacorp en Boulevard Casino gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 12 maart 2007 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) het daartegen door Metacorp en Boulevard Casino ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 19 oktober 2007 heeft het Hof het daartegen door Metacorp en Boulevard Casino ingestelde hoger beroep gegrond verklaard, die uitspraak vernietigd en de zaak naar het Gerecht terugverwezen.

Bij uitspraak van 24 september 2008 heeft het Gerecht het tegen de beschikking op bezwaar van 1 november 2006 ingestelde beroep van Metacorp en Boulevard Casino opnieuw ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben Metacorp en Boulevard Casino bij brief van 3 november 2008, bij het Gerecht ingekomen op 4 november 2008, hoger beroep ingesteld bij het Hof. De gronden zijn aangevuld bij brief van 19 januari 2009.

De Bank heeft een verweerschrift ingediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 november 2009, waar Metacorp en Boulevard Casino, vertegenwoordigd door mr. E.H.J. Martis, advocaat, en mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk, en de Bank, vertegenwoordigd door mr. J.P. Sjiem Fat, advocaat, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Metacorp en Boulevard Casino betogen dat het Gerecht, door te overwegen dat de omstandigheid dat sommige ingezetenen in strijd met de Landsverordening deviezenprovisie geen deviezenprovisie betalen, niet afdoet aan de betalingsverplichting van Metacorp en Boulevard Casino en van gelijke gevallen of vergelijkbare gevallen, die ten onrechte verschillend behandeld worden, geen sprake is, heeft miskend dat de Bank, door de afdracht van deviezenprovisie door ingezetenen die hun overboekingen naar niet-aangemelde bankrekeningen in het buitenland verrichten, niet te controleren en de verschuldigde deviezenprovisie niet bij hen door middel van een aanslag in rekening te brengen, ten opzichte van deze ingezetenen een beleid voert, waarvan zij met de beschikkingen van 26 februari 2006, in strijd met het gelijkheidsbeginsel, ten nadele van hen is afgeweken.

2.1.1. De ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Landsverordening deviezenprovisie (hierna: de Ldp) verschuldigde deviezenprovisie bij overboekingen van ingezetenen naar een niet-aangemelde rekening in het buitenland wordt door de krachtens artikel 4, eerste lid, van de Ldp aangewezen instellingen direct in rekening gebracht en afgedragen aan de Bank. Overboekingen van rechtspersonen naar een niet-aangemelde rekening in het buitenland worden aangehouden, totdat de desbetreffende rekening is aangemeld. Aangezien bij overboekingen naar aangemelde rekeningen in het buitenland, de verschuldigde deviezenprovisie niet direct in rekening wordt gebracht maar op aangifte door de ingezetene rechtspersoon rechtstreeks aan de Bank wordt afgedragen, is het controlebeleid volgens de Bank op deze overboekingen gericht.

2.1.2. Het Hof heeft eerder (uitspraken van 5 juni en 27 november 2006 in de zaken nrs. 107 HLAR 27/05 en 134 HLAR 08/06; www.rechtspraak.nl) overwogen dat aan de verplichting tot het betalen van verschuldigde deviezenprovisie niet afdoet dat sommige ingezetenen, als gesteld, als gevolg van het door de Bank gevoerde controlebeleid in strijd met de Ldp geen deviezenprovisie betalen. Voorts heeft het overwogen dat de omstandigheid dat het controlebeleid van de Bank met name op overboekingen naar aangemelde rekeningen in het buitenland is gericht, als gevolg waarvan in voorkomende gevallen mogelijk niet wordt vastgesteld dat ingezetenen houder zijn van een niet-aangemelde rekening, niet aan hun betalingsverplichting hebben voldaan, niet betekent dat de heffing van deviezenprovisie door middel van een aanslag om die reden in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. In hetgeen Metacorp en Boulevard Casino hebben betoogd, is geen grond gelegen om daar thans anders over te oordelen. Het betoog faalt.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H.L. Wattel, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.

w.g. Wattel

Voorzitter

w.g. Martinez

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2009

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

voor deze,