Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BN6680

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
18-12-2009
Datum publicatie
13-09-2010
Zaaknummer
HLAR 047/09
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Arubaanse zaak. Betreft afwijzing verzoek om vergunning tot tijdelijk verblijf. Vreemdeling heeft betoogd dat de minister ten onrechte het bezwaarschrift niet in handen van de bezwaaradviescommissie heeft gesteld. Hof oordeelt dat nu minister het bezwaarschrift niet niet-ontvankelijk heeft verklaard, het bezwaarschrift in strijd met artikel 15 Lar niet in handen van de bezwaaradviescommissie is gesteld. Het beroep is gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HLAR 047/09

Datum uitspraak: 18 december 2009

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Uitspraak op het hoger beroep van:

[…],

appellante,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 11 maart 2009 in zaak nr. 2772 van 2008 in het geding tussen:

appellante

en

de minister van Vreemdelingenzaken.

1. Procesverloop

Bij beschikking van 30 november 2007 heeft de minister van Vreemdelingenzaken (hierna: de minister) een verzoek van appellante (hierna: de vreemdeling) om haar een vergunning tot tijdelijk verblijf te verlenen afgewezen.

Bij beschikking van 11 juli 2008 heeft de minister het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 11 maart 2009 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling bij brief, bij het Hof ingekomen op 22 april 2009, hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 november 2009, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. A.A. Henriquez, werkzaam in dienst van het land, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De vreemdeling betoogt dat het Gerecht, door het door haar ingestelde beroep niet-ontvankelijk te verklaren, heeft miskend dat zij daarbij belang heeft.

2.1.1. De vreemdeling kon tegen de beschikking van 11 juli 2008 beroep instellen bij het Gerecht. Dat de vreemdeling, zoals het Gerecht heeft overwogen, drie jaren krachtens een vergunning tot tijdelijk verblijf hier te lande heeft verbleven, brengt niet met zich dat zij geen belang had bij het door haar ingestelde beroep. Nu ook anderszins geen grond bestond om dat te doen, heeft het Gerecht het beroep ten onrechte niet ontvankelijk verklaard. Het betoog slaagt.

2.2. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Het Hof zal de zaak evenwel niet naar het Gerecht terugverwijzen, nu het bij het Gerecht door de vreemdeling ingestelde beroep kennelijk gegrond is. Daartoe wordt als volgt overwogen.

2.3. In beroep heeft de vreemdeling betoogd dat de minister het bezwaarschrift ten onrechte niet in handen van de bezwaaradviescommissie heeft gesteld.

2.3.1. De minister heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij het bezwaarschrift in handen van de bezwaaradviescommissie heeft gesteld. Weliswaar heeft de minister ter zitting gesteld dat de bezwaaradviescommissie de ontvangst van het bezwaarschrift bij brief van 3 april 2009 heeft bevestigd, maar die brief heeft geen betrekking op het in deze zaak ingediende bezwaarschrift. Nu de minister het bezwaarschrift niet niet-ontvankelijk heeft verklaard, is het bezwaarschrift in strijd met artikel 15 van de Landsverordening administratieve rechtspraak niet in handen van de bezwaaradviescommissie gesteld.

2.4. Het beroep is gegrond. De beschikking van 11 juli 2008 komt voor vernietiging in aanmerking. De minister dient het bezwaarschrift alsnog in handen te stellen van de bezwaaradviescommissie en na van haar advies te hebben ontvangen te beslissen op het door de vreemdeling gemaakte bezwaar.

2.5. De minister dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden verwezen. Het Hof ziet aanleiding om daarbij een wegingsfactor van 0,25 toe te passen.

3. Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 11 maart 2009 in zaak nr. 2772 van 2008;

III. verklaart het bij het Gerecht in die zaak tegen de beschikking van de minister van Vreemdelingenzaken van 11 juli 2008, kenmerk crv-[crv-nummer], ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt die beschikking;

V. draagt de minister van Vreemdelingenzaken op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak het bezwaarschrift in handen te stellen van de bezwaaradviescommissie;

VI. veroordeelt de minister van Vreemdelingenzaken tot vergoeding van de bij [appellante] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van Afl. 350,00 (zegge: driehonderd vijftig gulden), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de minister van Vreemdelingenzaken aan [appellante] te worden betaald;

VII. gelast dat het land Aruba aan [appellante] het door haar voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van Afl. 100,00 (zegge: honderd gulden) teruggeeft.

Aldus vastgesteld door mr. H.L. Wattel, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.

w.g. Wattel

Voorzitter w.g. Martinez

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2009

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

voor deze,