Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BN0555

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
18-12-2009
Datum publicatie
07-07-2010
Zaaknummer
HLAR 029/09
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geschil betreft beslissing over aanspraak op ziekengeld. Hof oordeelt dat, nu de bewoordingen van artikel 5, eerste lid, van de LvZv duidelijk zijn, het Gerecht terecht geen ruimte heeft gezien voor een van die bewoordingen afwijkende uitleg, als door appellante voorgestaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HLAR 029/09

Datum uitspraak: 18 december 2009

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Uitspraak op het hoger beroep van:

[...], wonend op Curaçao,

appellante,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 27 januari 2009 in zaak nr. 2007/84 in het geding tussen:

appellante

en

de Sociale Verzekeringsbank.

1. Procesverloop

Bij beschikking van 23 mei 2006 heeft de Sociale Verzekeringsbank (hierna: de SVB) geweigerd appellante (hierna: […]) met ingang van 27 april 2006 ziekengeld voor de onder ziektemeldingsformulier 205.542 vermelde ziekteoorzaak uit te keren.

Bij beschikking van 28 juni 2007 heeft de SVB het door […] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 27 januari 2009 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, (hierna: het Gerecht) het door […] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft […] bij brief, ingekomen bij het Hof op 16 maart 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 5 juni 2009.

De SVB heeft een verweerschrift ingediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 november 2009, waar […], bijgestaan door mr. N.C. Pietersz, advocaat op Curaçao, en de SVB, vertegenwoordigd door mr. M. Bonafasia, werkzaam in haar dienst, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De SVB betoogt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is, omdat […], hoewel zij wist dat het Gerecht de uitspraak op de dag daarvan openbaar zou maken en zij op die dag een afschrift daarvan bij de griffier zou hebben kunnen ophalen, niet binnen zes weken na die openbaarmaking hoger beroep heeft ingesteld.

2.1.1. Ingevolge artikel 51, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: de Lar), voor zover thans van belang, wordt de uitspraak van het Gerecht zo spoedig mogelijk openbaar gemaakt door mededeling daarvan in een openbare zitting van het Gerecht.

Ingevolge het tweede lid zendt de griffier van de uitspraak van het Gerecht onverwijld na de openbaarmaking daarvan kosteloos een door hem getekend afschrift aan partijen.

Ingevolge artikel 76, voor zover thans van belang, wordt het hoger beroep binnen zes weken na de datum waarop van de uitspraak van het Gerecht kennis is gegeven op de wijze, bedoeld in voormelde bepaling, aanhangig gemaakt middels een aan het Hof gericht beroepschrift, dat ingediend wordt ter griffie van het Gerecht, waarvan de uitspraak wordt aangevochten.

2.1.2. Voor zover […] op 27 januari 2009, als gesteld, een afschrift van de uitspraak van het Gerecht zou hebben kunnen ophalen, heeft dat, gelet op artikel 76 van de Lar, niet de betekenis voor de aanvang van de termijn voor het instellen van hoger beroep die de SVB daaraan gehecht wil zien. Nu de griffier van het Gerecht geen afschrift van de uitspraak aan […] heeft gezonden en op 3 februari 2009 een zodanig afschrift aan haar is uitgereikt, is de termijn voor het instellen van het hoger beroep op de daaropvolgende dag aangevangen en op 17 maart 2009 geëindigd en heeft […] het beroepschrift tijdig ingediend.

Het betoog faalt.

2.2. […] betoogt dat het Gerecht, door te overwegen dat de SVB terecht het standpunt heeft ingenomen dat meer dan twee jaar sinds de dag van de eerste ziekmelding zijn verstreken en zij derhalve ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Landsverordening Ziekteverzekering (hierna: de LvZv) geen aanspraak op ziekengeld heeft, heeft miskend dat redelijke uitleg van die bepaling met zich brengt dat aanspraak op ziekengeld pas vervalt, wanneer de betrokken werknemer ten minste twee jaar in totaal door dezelfde ziekteoorzaak arbeidsongeschikt is geweest.

2.2.1. Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de LvZv, voor zover thans van belang, heeft de werknemer die als gevolg van ziekte arbeidsongeschikt is, aanspraak op ziekengeld met ingang van de derde dag na die van de ziekmelding. Ter zake van eenzelfde ziekteoorzaak vervalt die aanspraak twee jaar nadien, ongeacht het voortduren van de arbeidsovereenkomst, aldus de bepaling.

2.2.2. Niet in geschil is dat […] vanaf 21 oktober 1992 aanspraak op ziekengeld voor de onder ziektemeldingsformulier 205.542 vermelde ziekteoorzaak had. Derhalve had zij vanaf 21 oktober 1994 geen aanspraak meer op ziekengeld ter zake van die ziekteoorzaak. Nu de bewoordingen van artikel 5, eerste lid, van de LvZv duidelijk zijn, heeft het Gerecht voor een van die bewoordingen afwijkende uitleg, als door […] voorgestaan, terecht geen ruimte gezien.

Het betoog faalt.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H.L. Wattel, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. P. van Dijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.

w.g. Wattel

voorzitter

w.g. Martinez

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2009

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

voor deze,