Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BK9383

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
29-12-2009
Datum publicatie
15-01-2010
Zaaknummer
H123/2009
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt schuldig bevonden aan het plegen van ontuchtige handelingen met minderjarige van 9 jaar. Verweer dat de tapverslagen te laat aan de verdediging ter beschikking zijn gesteld, en dat niet gebleken is dat er een deugdelijke grondslag was voor het toestaan van tapverslagen worden niet besproken nu zij niet voor het bewijs gebezigd zijn. Verweer dat verklaringen van slachtoffer onbetrouwbaar zijn wordt eveneens verworpen, volgens deskundigen is de informatie uit het verhoor betrouwbaar en vinden die verklaringen bovendien steun in het overige bewijsmateriaal. Verdachte krijgt 4 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak: 29 december 2009

Zaaknummer: H123/2009

Parketnummer: 500.01181/08

Tegenspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

S T R A F V O N N I S

gewezen in het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 13 mei 2009

in de strafzaak tegen:

[Verdachte],

geboren in Nederland op [datum] mei 1946,

wonende op Curaçao, thans alhier gedetineerd.

<u>Het onderzoek ter terechtzitting</u>

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 6 en 25 maart 2009 en 22 april 2009, zoals daarvan telkens blijkt uit de processen-verbaal van de terechtzitting, alsmede van dat in hoger beroep van 10 september 2009 en 8 december 2009 op Curaçao.

De verdachte is verschenen.

Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de (waarnemend) procureur-generaal, mr. A.C. van der Schans, en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. M.L.M. van den Bosch naar voren is gebracht.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw recht doende, verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

In eerste aanleg is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren met aftrek van voorarrest.

<u>De tenlastelegging</u>

Aan de verdachte is ten laste gelegd:

1. (tezamen en in vereniging met [moeder])

dat hij op een of meer tijdstippen in om omstreeks de periode vanaf 1 juli 2008 tot en met 3 oktober 2008, in elk geval in het jaar 2008, op het eiland Curaçao, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen (telkens) opzettelijk handelingen heeft gepleegd die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [kind], geboren op [datum] 1999, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt;

hebbende hij verdachte, en/of zijn mededader in genoemde periode een /of meer malen [kind] de penis van hem, verdachte, laten likken en/of zuigen, waarbij de penis van verdachte bij [kind] oraal is binnengedrongen en/of [kind] een of meer malen een tongzoen gegeven;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht leiden,

dat hij op een of meer tijdstippen in om omstreeks de periode vanaf 1 juli 2008 tot en met 3 oktober 2008, in elk geval in het jaar 2008 , op het eiland Curaçao, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen met [kind], geboren op 6 mei 1999, die toen de leeftijd van vijftien jaren nog niet had bereikt, (telkens) buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande die ontuchtige handelingen uit het (telkens) opzettelijk die [kind] een of meer malen op/in de mond kussen en/of laten kussen en/of het een of meer malen die [kind] zijn penis laten likken en/of zuigen;

2. (in afwezigheid van [moeder])

dat hij op een of meer tijdstippen in om omstreeks de periode vanaf 1 juli 2008 tot en met 3 oktober 2008, in elk geval in het jaar 2008, op het eiland Curaçao, (telkens) opzettelijk handelingen heeft gepleegd die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [kind], geboren op [datum] 1999, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt,

bestaande die (ontuchtige) handelingen uit het (telkens) opzettelijk het plaatsen/duwen van een vinger in de anus van [kind] en/of het likken van de buitenkant van de vagina van [kind] en/of het laten likken en/of zuigen van zijn penis door [kind] en/of die [kind] op/in haar mond kussen en/of haar rug en/of billen strelen/aanraken;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht leiden,

dat op een of meer tijdstippen in om omstreeks de periode vanaf 1 juli 2008 tot en met 3 oktober 2008, in elk geval in het jaar 2008, op het eiland Curaçao, met een aan zijn waakzaamheid toevertrouwd minderjarig kind, [kind], geboren op 6 mei 1999, een of meer malen ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande die ontuchtige handelingen uit het (telkens) opzettelijk het plaatsen/duwen van een vinger in de anus van [kind] en/of het likken van de buitenkant van de vagina van [kind] en/of het laten likken en/of zuigen van zijn penis door [kind] en/of die [kind] op/in haar mond kussen en/of haar rug en/of billen strelen/aanraken;

meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht leiden,

dat hij op een of meer tijdstippen in om omstreeks de periode vanaf 1 juli 2008 tot en met 3 oktober 2008, in elk geval in het jaar 2008, op het eiland Curaçao, met [kind], geboren op [datum] 1999, die toen de leeftijd van vijftien jaren nog niet had bereikt, (telkens) buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande die ontuchtige handelingen uit het (telkens) opzettelijk het plaatsen/duwen van een vinger in de anus van [kind] en/of het likken van de buitenkant van de vagina van [kind] en/of het laten likken en/of zuigen van zijn penis door [kind] en/of die [kind] op/in haar mond kussen en/of haar rug en/of billen strelen/aanraken;

3. dat hij op of omstreeks 8 november 2008, in elk geval op een tijdstip in of omstreeks de maand november 2008, op het eiland Curaçao en/of in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen met [kind], geboren op [datum] 1999, die toen de leeftijd van vijftien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd en/of laatstgenoemde tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen buiten echt met een derde heeft verleid,

hebbende hij, verdachte, en/of [moeder] in een (telefoon-)gesprek met videobeelden (via Skype) tussen hem, verdachte, en [moeder], [kind] verleid om voor de camera (webcam) haar billen te ontbloten, althans door haar moeder te laten ontbloten;

<u>Het vonnis waarvan beroep</u>

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het Hof zich daarmee niet verenigt.

<u>Formele verweren</u>

Hoewel verdachte navolgende verweren niet met name als ontvankelijkheidsverweren heeft benoemd, geeft het Hof er de voorkeur aan de verweren hier te behandelen.

De verdediging heeft ter zitting aangevoerd dat de door het Openbaar Ministerie toegezonden tapverslagen over de periode van 28 januari 2009 tot en met 25 mei 2009 te laat aan de verdediging ter beschikking zijn gesteld en dat dit in strijd is met de beginselen van een goede procesorde. Voorts is volgens de verdediging niet gebleken van een deugdelijke grondslag voor het toestaan van de tapverslagen. Aangezien de raadsman geen conclusie heeft verbonden aan zijn stelling en het Hof de betreffende tapverslagen niet voor het bewijs bezigt, behoeft dit verweer geen verdere bespreking.

De verdediging heeft voorafgaande aan de behandeling van 10 september 2009 voorts diverse vragen gesteld over de CID documentatie die zich in het dossier bevindt. Het Hof heeft de procureur-generaal verzocht om die vragen te beantwoorden. Dit is gebeurd middels een schrijven van de procureur-generaal van 25 november 2009, waarbij hij processen-verbaal heeft toegezonden, waarin de vragen van de raadsman zijn beantwoord. De raadsman heeft tijdens de behandeling van 8 december 2009 aangegeven dat die vragen onvoldoende zijn beantwoord door de procureur-generaal. De raadsman heeft in dit verband ter zitting evenwel geen verder verweer gevoerd dan dat hij niet kan beoordelen of er gebruik is gemaakt van onrechtmatige opsporingsmethoden. Uit de aanvullende CID stukken blijken naar het oordeel van het Hof geen aanknopingspunten voor de stelling dat er mogelijk sprake is geweest van onrechtmatige opsporingsmethoden, zodat het niet nader onderbouwde verweer van de verdediging ter zake wordt verworpen.

<u>Bewezenverklaring</u>

Het Hof acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder feiten 1 t/m 3 is ten laste gelegd, met dien verstande dat:

1. <u>Primair:</u>

hij op meer tijdstippen in de periode vanaf 1 juli 2008 tot en met 3 oktober 2008, op het eiland Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander telkens opzettelijk handelingen heeft gepleegd, die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [kind], geboren op[datum] 1999, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt,

hebbende hij verdachte, en <i>[moeder]</i> in genoemde periode [kind] de penis van hem, verdachte, laten likken en/of zuigen, waarbij de penis van verdachte bij [kind] oraal is binnengedrongen en [kind] een tongzoen gegeven;

2. <u>Primair:</u>

hij op meer tijdstippen in de periode vanaf 1 juli 2008 tot en met 3 oktober 2008, op het eiland Curaçao, telkens opzettelijk handelingen heeft gepleegd die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [kind], geboren op [datum] 1999, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt,

bestaande die (ontuchtige) handelingen uit het telkens opzettelijk likken van de buitenkant van de vagina van [kind] en/of het laten likken en/of zuigen van zijn penis door [kind] en/of die [kind] in haar mond kussen en/of <i>haar</i> billen aanraken;

3. hij op of omstreeks 8 november 2008, op het eiland Curaçao en in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander met [kind], geboren op [datum] 1999, die toen de leeftijd van vijftien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd

hebbende hij, verdachte, en [moeder] in een (telefoon-)gesprek met videobeelden (via Skype) tussen hem, verdachte, en [moeder], [kind] voor de camera (webcam) haar billen <i>laten</i> ontbloten

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd (<i>cursief</i>). Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

<u>Bewijsoverwegingen</u>

Ten aanzien van feit 1 heeft [moeder] op 15 november 2008 een verklaring afgelegd, waarin zij verklaart dat zij en [kind] bij een gelegenheid samen aan de penis van verdachte hebben gezogen. [kind] heeft verklaard dat ze twee keer samen met haar moeder aan de penis van verdachte heeft gelikt. Daarnaast heeft ze verklaard dat de penis van verdachte in haar mond is gekomen. Verdachte heeft verklaard dat [kind] bij één gelegenheid met haar mond zijn penis heeft aangeraakt. Uit een telefoongesprek van 8 november 2008 tussen [moeder] en verdachte blijkt eveneens dat [kind] de penis van verdachte in haar mond heeft genomen. Voorts heeft [kind] verklaard dat verdachte meerdere keren zijn tong in haar mond heeft gedaan. Dit laatste wordt bevestigd door een sms van [moeder] aan verdachte, waarin zij aangeeft dat zij heeft toegestaan dat verdachte [kind] in de mond zoende. Het Hof acht het dan ook wettig en overtuigend bewezen dat er sprake is geweest van meermalen seksueel binnendringen in het lichaam van [kind].

Het Hof acht ook het tweede primair tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen. [moeder] heeft verklaard dat zij [kind] meermalen alleen bij/met verdachte liet overnachten. Uit de tapverslagen blijkt bovendien dat [moeder] [kind] ter beschikking van verdachte heeft gesteld voor het plegen van ontuchtige handelingen.

Ook [kind] heeft verklaard dat zij meerdere keren alleen de nacht bij/met verdachte heeft doorgebracht. [kind] heeft voorts verklaard over diverse seksuele handelingen die bij die gelegenheden hebben plaatsgevonden en waarbij tevens sprake was van seksueel binnendringen door verdachte.

Ten aanzien van feit 3 is er video-materiaal voorhanden waaruit blijkt dat verdachte en [moeder] ontuchtige handelingen hebben gepleegd met [kind] door haar met blote billen voor de camera te laten verschijnen. Dit vond plaats nadat verdachte in meerdere sms-berichten hierom had verzocht. De handeling is ontuchtig in het licht van de eerdere seksuele contacten van verdachte met [kind].

[moeder] is op haar bij de politie afgelegde belastende verklaringen achteraf teruggekomen. Het Hof acht de stelling van [moeder] en verdachte dat [moeder] door de politie onder druk is gezet om belastende verklaringen af te leggen en dat zij daarom aanvankelijk valse verklaringen heeft afgelegd, niet aannemelijk. De op 15 november 2008 tijdens het vierde verhoor door [moeder] afgelegde verklaring is gedetailleerd en komt op diverse punten overeen met hetgeen [kind] heeft verklaard en hetgeen uit de tapverslagen naar voren is gekomen. Bovendien genoot [moeder] rechtskundige bijstand op het moment dat zij op 16 november 2008 nog verklaarde dat haar eerdere verklaringen op waarheid berustten en dat zij volhardde bij die eerdere verklaringen. Daarnaast heeft zij tijdens het achtste verhoor op 18 november 2009 ook verklaard [kind] aan de ontuchtige handelingen te hebben blootgesteld.

De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaringen van [kind] onbetrouwbaar zijn en daarom niet voor het bewijs mogen worden gebezigd.

Het Hof verwerpt dit verweer, omdat uit de bewijsmiddelen niet is gebleken dat de door [kind] afgelegde verklaringen onbetrouwbaar zijn.

Zo volgt uit het rapport van prof. dr. H.E.M. Baartman, die in opdracht van de rechter-commissaris een betrouwbaarheidsonderzoek heeft verricht naar de verklaringen van [kind], dat deze heeft gerapporteerd dat:

- niets erop wijst dat [kind] redenen zou hebben om [verdachte] ten onrechte ergens van te beschuldigen, en

- de gedragingen en emoties van [kind] tijdens het verhoor zich het best laten verklaren door de veronderstelling dat ze de seksuele handelingen waarover ze vertelt daadwerkelijk heeft meegemaakt.

Deze gevolgtrekkingen vinden steun in de rapportage van de klinisch psychologe die heeft gerapporteerd dat de informatie die is verkregen uit het verhoor van [kind] betrouwbaar is en dat de antwoorden van [kind] coherentie hadden met haar non-verbale gedrag.

De verklaringen van [kind] vinden bovendien steun in het overige bewijsmateriaal.

<u>De bewijsmiddelen</u>

De overtuiging dat de verdachte de hiervoor omschreven feiten heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de volgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat en waarbij ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts wordt gebezigd voor het bewijs van het feit of de feiten waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Daarbij wordt opgemerkt dat de bewijsmiddelen zoveel mogelijk per feit gegroepeerd zijn, maar dat zij niet tot dat feit beperkt zijn. Waar de bewijsmiddelen blijkens hun inhoud ook voor andere feiten van toepassing zijn, dienen zij mede als bewijs voor die andere feiten.

<b>Feit 1</b>

1.

Een proces-verbaal met nummer 28009422, op 15 november 2008 opgemaakt en op ambtseed ondertekend door verbalisanten 260026 en 260045, werkzaam bij het Recherche Samenwerking Team, voor zover inhoudende de vierde verklaring van [moeder] (pagina 0429 persoonsdossier), zakelijk weergegeven:

Op een dag moesten [kind] en ik de penis van [verdachte] zuigen. Op een andere dag moesten [kind] en ik elkaar in de mond zoenen. Ik wou dit niet doen maar [kind] heeft het wel gedaan.

2.

Een proces-verbaal met nummer 28008563.v01/01, in wettelijke vorm gesloten en op 19 november 2009 opgemaakt en op ambtseed ondertekend door verbalisanten 260007 en 260020, werkzaam bij het Recherche Samenwerking Team, voor zover inhoudende de verklaring van [verdachte] (pagina 0366 persoonsdossier), zakelijk weergegeven:

Op enig moment lag ik met [moeder] in bed. Wij waren bezig met seksuele handelingen. Toen kwam [kind] binnen. Zij bleef naar ons kijken terwijl [moeder] mij aan het pijpen was. [kind] hield mijn penis vast met haar handen en zat met haar mond aan mijn penis.

3.

Een proces-verbaal met nummer 151120081520, opgemaakt en op ambtseed ondertekend door verbalisanten 260030 en 260050, werkzaam bij het Recherche Samenwerking Team, voor zover inhoudende het studioverhoor met [kind], geboren op [datum] 1999, d.d. 15 november 2008 (pagina 0946 e.v. persoonsdossier), zakelijk weergegeven:

V: Hoe word je door [verdachte] genoemd? A: [kind] of “Pequena”.

(...)

V: Heb je aan de pin-pi-lintji van [verdachte] geraakt? A: unghh …

V: Veel keren of weinig keren? A: weinig keren.

V: Waarmee had je het aangeraakt, met je handen of je mond? A: mijn handen.

V: Heb je het ooit ook met je mond geraakt? A: schudde haar hoofd van ja.

(...)

V: Moest je kussen, likken of in je mond stoppen? A: likken.

(...)

V: Wie waren er nog meer thuis? A: mijn moeder.

(...)

V: Moest mama ook zijn pin-pi-lintji likken? A: schudde haar hoofd van ja.

V: Moesten jullie tweeën het gezamenlijk doen? A: schudde haar hoofd van ja.

(...)

4.

Een proces-verbaal met nummer 271120081410, opgemaakt en op ambtseed ondertekend door verbalisanten 260030 en 260050, werkzaam bij het Recherche Samenwerking Team, voor zover inhoudende het studioverhoor met [kind], geboren op [datum] 1999, d.d. 17 november 2008 (pagina 0968 e.v. persoonsdossier), zakelijk weergegeven:

V: Je bent me dus aan het zeggen dat jouw moeder en jij de pin-pi-lintji van [verdachte] ooit hebben gelikt? A: schudde van ja.

V: Hoeveel keren heeft dat plaatsgevonden? (…) A: twee keren.

(..)

V: Zonet had je het met tio dat het tweemaal was gebeurd, wat was eigenlijk twee keren gebeurd? A: het ding dat mijn moeder en ik de pin-pi-lintji van [verdachte] likten.

(...)

V: Waar kuste hij jou? A: wees haar lippen aan.

V: Op je mond? A: schudde van ja.

(...)

V: Stak hij zijn tong in je mond? A: schudde haar hoofd van ja.

(...)

V: Meer dan een keer? A: schudde van ja.

(...)

V: Zijn tong, heeft hij [verdache] ook zijn tong in jouw plasding gevoerd? A: schudde van nee.

V: Hij heeft het wel in je mond gestoken? A: schudde van ja.

(...)

5.

Een proces-verbaal op 11 maart 2009 opgemaakt en op ambtseed ondertekend door verbalisant 260002, werkzaam bij het Recherche Samenwerking Team, voor zover inhoudende een tapgesprek met nummer 28 0249362 van 5 september 2008 (pagina 0764 persoonsdossier), zakelijk weergegeven:

[moeder] stuurt een sms aan verdachte met als inhoud:

Wat een afkeer. Ik stemde toe dat je mijn dochter in haar mond kust en jij kust hoeren.

6.

Een proces-verbaal op 11 maart 2009 opgemaakt en op ambtseed ondertekend door verbalisant 260002, werkzaam bij het Recherche Samenwerking Team, voor zover inhoudende een tapgesprek met nummer 28 0325455 van 8 november 2008 (pagina 0780 persoonsdossier), zakelijk weergegeven:

Verdachte (R) en [moeder] (J) bellen met elkaar en zeggen:

(...)

J: De billen van [kind].

R: Aayy, wat lekker. Bijvoorbeeld; ik wil dat zij jou een kus geeft, bijna op haar knieën en ik sta achter haar en lik dan haar kut en kont.

R: Ay, wat lekker, zij vindt het leuk, ik weet het zeker.

(...)

R: Maar de laatste keer toen ik haar kont masseerde. En jij stond te kijken, had jij ook veel zin toen jij keek maar niet zag. Weet je?

(...)

R: Ik zag het aan je gezicht, dat ayy [verdachte]. Doe haar billen open en zet jouw penis een beetje tussen haar lippen. Je doet haar lippen open met veel olie en een beetje wrijven tussen haar lippen.

(...)

J: Weet je wat ik me nu herinner, dat wij met jou aan het spelen waren en dat wij met ons tweeën jou aan het zuigen waren en dat jij niet wist wie wie was.

R: Ja

J: Zij zoog jou en daarna ik en jij moest raden wie van de twee het was.

J: Ang, jij vond het lekker toen zij jou heel zachtjes aan het zuigen was en daarna deed het met mijn tong en jij wist niet welke van de twee tongen het was.

R: Ja.

J: Dit boeide mij.

R: Ja, zeg mij.

J: Vooral toen zij begon met het zuigen van jou van beneden naar boven met haar hand.

(...)

J: Dat zij met haar hand jou streelde en daarna de mijne.

R: Ja.

J: … met de penis in haar mond.

<b>Feit 2</b>

1.

Een proces-verbaal met nummer 28009422, op 15 november 2008 opgemaakt en op ambtseed ondertekend door verbalisanten 260026 en 260045, werkzaam bij het Recherche Samenwerking Team, voor zover inhoudende de vierde verklaring van [moeder] (pagina 0429 persoonsdossier), zakelijk weergegeven:

In de maand juli van dit jaar merkte ik dat [verdachte] heel geïnteresseerd was in [kind]. Geïnteresseerd in de zin dat hij seksuele relaties met haar wou hebben. [verdachte] uitte soms dat hij de billen van [kind] mooi vond.

Ik heb slechte dingen gedaan. Al wetende dat [verdachte] seksueel geïnteresseerd was in [kind], liet ik haar enkele keren bij hem thuis blijven. Dus zowel [verdachte] bij ons thuis als [kind] bij de woning van [verdachte]. Ik vermoedde wel dat [verdachte] seksuele relaties met [kind] hield.

Mijn vermoedens werden nog sterker toen ik op een bewuste dag [kind] bij haar vagina ging controleren. Ik merkte dat zij een witachtig vloeistof op haar ondergoed had. Ik vermoedde dat zij een infectie had.

[verdachete] zei telkens tegen mij dat hij seksuele fantasieën had met [kind]. Hij zei dat hij droomde dat hij seksuele relaties met [kind] hield. Ik concludeerde dat zijn fantasieën niet alleen maart fantasieën waren maar dat het al echt gebeurd was.

2.

Een proces-verbaal met nummer 271120081410, opgemaakt en op ambtseed ondertekend door verbalisanten 260030 en 260050, werkzaam bij het Recherche Samenwerking Team, voor zover inhoudende het studioverhoor met [kind] , geboren op [datum] 1999 d.d. 17 november 2008 (pagina 0968 e.v. persoonsdossier), zakelijk weergegeven:

(...)

V: Zijn er personen die aan jouw plasding zijn gekomen? A: schudde haar hoofd van ja.

V: Wie? A: [verdachte].

(...)

V: Wat bedoel je met het beetje, dat je het wel herinner? A: Dat ik bij hem moest blijven slapen.

(...)

V: Jawel, je kunt toch herinneren dat hij jouw plasding betast heeft, waarmee heeft hij jou betast?

V: Met zijn hand, zijn benen, zijn hoofd? A: met zijn hand.

(...)

V: Met zijn hoofd ook? A: schudde van nee.

V: Met wat van zijn hoofd? A: met zijn mond.

V: Met zijn mond? A: schudde van ja.

V: Dus met zijn lippen of met zijn tong? A: met zijn tong.

V: Wat deed hij met zijn tong? A: hij likte het.

(...)

V: Dus hij betastte jou aan je plasding met zijn vinger, met zijn tong, wat nog meer? A: met zijn hand.

(...)

V: Waar kuste hij jou? A: wees haar lippen aan.

V: Op je mond? A: schudde van ja.

(...)

V: Stak hij zijn tong in je mond? A: schudde haar hoofd van ja.

(...)

V: Meer dan een keer? A: schudde van ja.

V: Gebeurde die dingen als hij thuis met jou was? A: ja.

(...)

V: Heeft hij jouw billen ook betast terwijl je geen kleren aan had? A: ja.

(...)

V: Wat wist je moeder dat er gaande was? Je hebt drie dingen aan Tio gezegd, namelijk dat [verdachte] met zijn vinger jouw plasding betastte? A: schudde van ja.

V: Dat [verdachte] met zijn tong jouw plasding betastte? A: schudde van ja.

V: En dat [verdachte] jou op de mond kuste en dat hij zijn tong in je mond voerde? A: schudde van ja.

(...)

V: Je had Tio zojuist gezegd dat mama op de hoogte was dat [verdachte] jou in de mond zoende? A: schudde van ja.

V: Wist moeder ook dat hij aan jouw plasding likte? A: schudde van ja.

V: Wist moeder ook dat hij graag met jouw billen speelde? A: ja want hij speelde met die van mijn moeder ook.

(...)

V: En wat van toen jullie tweeën alleen thuis waren en dat hij aan jouw plasding likte? A: 1 keer alleen.

V: Stak hij daarbij zijn tong erin? A: unghh

V: Zeker? A: ja.

V: Kuste hij jou ook aan je billen? A: schudde haar hoofd van ja.

V: Kuste hij met zijn lippen of met zijn tong? A: zijn lippen.

(…) A: Moeder was er niet.

V: Zijn tong, tong, heeft hij zijn tong in jouw plasding gevoerd? A: jaa, ik het toch zonet aan Tio gezegd.

V: Waar waren zijn handen dan, hoe deed hij het dan? A: bij mijn benen.

V: Waar bij je benen? A: zij klapte aan haar dijen, net iets boven knieën.

V: Maakte hij ze dicht of wat deed hij met jouw benen? A: zij spreidde haar benen met haar handen open.

V: Ging zijn tong naar binnen?

(…)

V: Hoe dan?

Opm: het was duidelijk dat haar vingers door de spleet van haar gebogen arm naar binnen gingen en niet aan de buitenkant over de arm die de schaamlippen voorstelde.

V: Dus haar tong ging ook naar binnen? A: schudde van ja.

(…)

V: En als jij bij hem ging blijven, was hem en jij dan alleen thuis? A: schudde van ja.

(..)

V: Thuis bij hem, moest je op het bed naast hem slapen? A: ik slaap samen met hem in bed.

3.

Een proces-verbaal op 11 maart 2009 opgemaakt en op ambtseed ondertekend door verbalisant 260002, werkzaam bij het Recherche Samenwerking Team, voor zover inhoudende een tapgesprek met nummer 28 0247124 van 5 september 2008 (pagina 0763 persoonsdossier), zakelijk weergegeven:

[moeder] belt met verdachte en zegt dat zij hem haar dochter heeft aangeboden en het vertrouwen in haar huis.

4.

De verklaring van de getuige [moeder] ter zitting van 8 december 2009, zakelijk weergegeven:

[kind] is eind 2008 twee keer alleen bij [verdachte] blijven slapen.

<b>Feiten 1 en 2 voorts</b>

1.

De verklaring van verdachte ter zitting van 8 december 2009, zakelijk weergegeven:

Ik sliep wel eens met [kind] in één bed, zowel bij mij thuis als bij [moeder].

2.

Een proces-verbaal met nummer 28-009426, op 16 november 2008 opgemaakt en op ambtseed ondertekend door verbalisanten 260026 en 260045, werkzaam bij het Recherche Samenwerking Team, voor zover inhoudende de vijfde verklaring van [moeder] (pagina 0437 persoonsdossier), zakelijk weergegeven:

Alles wat ik tot nu toe verklaard heb, berust op waarheid.

3.

Een rapport van de klinish psycholoog R. Faries (pagina 0918 persoonsdossier), zakelijk weergegeven:

Dit rapport is het resultaat van de observatie tijdens het verhoor van [kind]. De informatie verkregen uit het verhoor van [kind] is betrouwbaar. Haar antwoorden hadden coherentie met haar non-verbaal verdrag.

4.

Een rapport van prof. dr. H.E.M. Baartman, beëdigd deskundige, zakelijk weergegeven:

Pagina 22:

In datgene wat er bekend is over de relatie tussen [kind] en [verdachte] wijst niets erop dat [kind] redenen zou hebben om [verdachte] ten onrechte ergens van te beschuldigen. Ze beleefde haar relatie met hem als positief en profiteerde er ook van. Haar grote weerstand om verklaringen af te leggen wijst eerder op de afwezigheid van een dergelijke intentie. Zou ze met opzet valse verklaringen hebben afgelegd voortkomend uit negatieve gevoelens jegens de verdachte, dan had het voor de hand gelegen dat ze zich meer had ingespannen dat de verbalisanten zouden geloven dat er werkelijk iets gebeurd was. Ze deed het omgekeerde: ze was er eerder op uit dat ze zouden geloven dat er niets gebeurd was. Ze vertelde pas iets als ze er naar het haar leek niet meer onderuit kon.

Pagina 24:

Samengevat, haar gedragingen en emoties tijdens het verhoor laten zich het best verklaren door de veronderstelling, dat ze de seksuele handelingen waarover ze vertelt daadwerkelijk heeft meegemaakt. Het feit dat er pressie is uitgeoefend, doet daar niet aan af. Ook de uitgesproken seksuele interesse die [verdachte] voor haar aan de dag heeft gelegd pleit voor de betrouwbaarheid van haar verklaringen. Voor de betrouwbaarheid van haar verklaringen pleit voorts het voorkomen van een aantal criteria uit de CBCA die men meer aantreft in verklaringen over zelf meegemaakte gebeurtenissen dan in verklaringen die niet op eigen ervaring berusten.

(…)

[kind] heeft verklaard dat er twee maal sprake is geweest van fellatio samen met haar moeder. Dat zich dit heeft voorgedaan wordt door de andere betrokkenen bevestigd, zij het dat dat volgens hen een keer is gebeurd.

(…)

[kind] heeft verklaard dat [verdachte] aan haar vagina heeft gelikt. Dit zou 1 keer zijn gebeurd. De manier waarop deze verklaring tot stand is gekomen roept geen vragen op over de betrouwbaarheid. Ditzelfde geldt ook voor wat ze verklaard heeft over het likken aan haar billen.

<b>Feit 3</b>

1.

Een proces-verbaal op 11 maart 2009 opgemaakt en op ambtseed ondertekend door verbalisant 260002, werkzaam bij het Recherche Samenwerking Team, voor zover inhoudende drie tapgesprekken met nummers 28 032850, 28 032870, 28 0323956 van 6 november 2008 (pagina 0778 en 0779 persoonsdossier), zakelijk weergegeven:

- Verdachte stuurt een sms aan [moeder], waarin staat:

Ik ben thuis. En dan roep me met Skype of msn. Ik wil je naakt zien en de kont van de kleine ook naakt uuuhhhhqq xxx

- [moeder] stuurt een sms aan verdachte, waarin staat:

Zoals je zegt, mijn lieverd en [kind] heeft een kusje voor jou gestuurd.

- Verdachte stuurt een sms aan [moeder], waarin staat:

En waarom jij (en de kleine) spelen niet een beetje voor de camera, zoals ik in mijn bericht heb geschreven? xxx

2.

Een proces-verbaal met nummer 29000812, in wettelijke vorm gesloten en op 5 februari 2009 opgemaakt en op ambsteed ondertekend door verbalisant 260005 en 260030, werkzaam bij het Recherche Samenwerking Team, voor zover inhoudende bevindingen vastgelegd beeld- en geluidsmateriaal (pagina 0899 persoonsdossier), zakelijk weergegeven:

Op vrijdag 14 november 2008 werd tijdens een huiszoeking door de rechter-commissaris in perceel Singel 136 te Bussum (Nederland) in de hal van genoemd perceel een digitale camera merk Sony in beslag genomen. Na onderzoek bleek er onder meer een filmpje op de memory card te staan. Op woensdag 7 januari 2009 werd het filmpje door mij bekeken. Het bleek dat het filmpje op 8 november 2009 was opgenomen. Ik zag dat in het filmpje een man in beeld kwam die ik qua uiterlijk herkende als [verdachte]. Voorts kwam er een vrouw in beeld die ik qua uiterlijk herkende als zijnde [moeder]. Tevens zag ik dat een mij onbekend meisje in beeld kwam. Alle betrokkenen spraken in de Spaanse taal. Aan het einde van het filmpje zag ik dat het meisje in beeld kwam lopen.

Ik meende op te merken dat zij haar onderbroek naar beneden deed. Ik zag dat het meisje naar de vrouw [moeder] liep en dat die haar vastpakte. Ik zag toen dat het meisje met haar rug naar de camera ging staan en dat haar billen bloot waren. Vervolgens zag ik dat zij zich voorover boog en nadrukkelijk haar blote billen in beeld bracht.

De in de Spaanse taal gesproken woorden zijn door mij, tolk 1 vertaald en luiden als volgt (R=[verdachte], J=[moeder], S=[kind]):

S: Wanneer kom je terug a.u.b.

R: Het hangt ervan af, als ik een kontje kan zien, ga ik vanavond nog.

J: (gelach) dat hij gelijk hier naar toe zal komen als hij jouw kontje ziet; kom.

R: Waar? Iets meer naar achteren, want er is een camera, iets meer naar achteren.

3.

Een proces-verbaal met nummer 29002181, op 18 november 2008 opgemaakt en op ambtseed ondertekend door verbalisanten 260026 en 260045, werkzaam bij het Recherche Samenwerking Team, voor zover inhoudende de negende verklaring van verdachte (pagina 0469 persoonsdossier), zakelijk weergegeven:

[verdachte] heeft [kind] een keer gevraagd of zij haar kont wilde laten zien en zij ([kind]) heeft het hem via de webcam laten zien.

<u>Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten</u>

Het bewezen verklaarde levert op:

<b>Feit 1 primair</b>

medeplegen van met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 250 jo. 49 en 59 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen;

<b>Feit 2 primair</b>

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 250 jo. 59 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen;

<b>Feit 3 primair</b>

medeplegen van met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen,

strafbaar gesteld bij artikel 253 jo. 49 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen;

Het bewezen verklaarde is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

<u>Strafbaarheid van de verdachte</u>

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

<u>De op te leggen straf of maatregel</u>

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken, wordt de na te noemen straf passend geacht. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft alleen en samen met [moeder] ontuchtige handelingen gepleegd met [kind] die toen pas negen jaar oud was. Uit de feiten volgt een beeld van een moeder die haar minderjarige dochter heeft opgeofferd om verdachte in seksuele zin tevreden te houden. Verdachte heeft daarbij misbruik gemaakt van zijn overwicht op [moeder] en het vertrouwen van [kind] in verdachte. Met voornoemde feiten heeft verdachte [kind] ernstig belemmerd in haar natuurlijke groei naar volwassenheid en heeft haar de kans op een normale seksuele ontwikkeling ontnomen. Voornoemde feiten zijn zeer ernstig en schokken de samenleving.

Het voorgaande in onderling verband bezien maakt een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur onontkoombaar.

<u>De toepasselijke wettelijke voorschriften</u>

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op artikel 31 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen.

RECHTDOENDE IN NAAM DER KONINGIN

Het Hof:

Vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats op Curaçao van 13 mei 2009 en doet opnieuw recht.

Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Kwalificeert het bewezen verklaarde als voren omschreven.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) JAREN.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mrs. F.J.P. Lock, E.M. van der Bunt en H. de Doelder, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, en uitgesproken op 29 december 2009 ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao in tegenwoordigheid van de griffier. Bij afwezigheid van mrs. Van der Bunt en De Doelder is dit vonnis alleen door de voorzitter ondertekend.