Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BK9374

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
12-11-2009
Datum publicatie
15-01-2010
Zaaknummer
HAR 187/2009
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Gedetineerde verzoekt om voorafgaande diens voorwaardelijke invrijheidstelling de gevangenis te mogen verlaten onder elektronisch toezicht. Hof oordeelt dat gelet op de inhoud van de Beschikking ET de vraag of iemand in aanmerking komt voor ET binnen het bereik van de executie valt. Het stadium van de executie valt binnen het bereik van art. 43 Sv. In de Beschikking ET is geen rechtsmiddel opgenomen dat kan worden ingesteld indien op een verzoek afwijzend wordt beschikt. Verzoeker wordt ontvankelijk verklaard. De opsomming onder gedachtestreepje 1 tot en met 10 van de afwijzende Ministeriele Beschikking bevat geen redengevende feiten of omstandigheden voor de afwijzing zodat aan die opsomming voorbij gegaan moet worden. Het verzoek wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

UITSPRAAK: 12 november 2009

HAR nummer 187 van 2009

HET GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN DE

NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Beschikking ex art. 43 Sv in de zaak van:

[Verzoeker](hierna verzoeker),

geboren op [datum] 1967 op Curaçao,

thans gedetineerd in de Bon Futuro gevangenis alhier.

1 Het verloop van de procedure

Verzoeker heeft op 3 november 2009 een verzoek ex artikel 43 Sv ingediend waarin hij heeft verzocht om het land de Nederlandse Antillen althans de Minister van Justitie van de Nederlandse Antillen te bevelen om verzoeker te vergunnen, de gevangenis waarin hij zijn gevangenisstraf ondergaat, voorafgaande aan diens voorwaardelijke invrijheidsstelling, met verlof te verlaten onder elektronisch toezicht.

Het verzoek is op 10 november 2009 in raadkamer behandeld in tegenwoordigheid van verzoeker, zijn raadsman mr. E.F. Sulvaran en van de (waarnemend) procureur-generaal, mr. A.C. van der Schans. Verzoeker heeft bij monde van zijn raadsman zijn standpunt weergegeven zoals vermeld in de overgelegde pleitaantekeningen. De procureur-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat verzoeker niet-ontvankelijk verklaard moet worden.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De feiten

Verzoeker is bij vonnis van dit Hof van 27 mei 2008 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf (5) jaar. Het tegen dit vonnis ingesteld cassatieberoep is door de Hoge Raad verworpen bij arrest van 29 september 2009.

Verzoeker heeft een verzoek ingediend om in aanmerking te komen voor elektronisch toezicht zoals geregeld in de Ministeriële Beschikking van 10 augustus 2005 houdende regels voor het toepassen van elektronisch toezicht (P.B. 2005, 76, hierna Beschikking ET). Dit verzoek is afgewezen bij Ministeriële Beschikking van 27 oktober 2009.

3 De beoordeling

3.1.1 Volgens de procureur-generaal dient verzoeker niet-ontvankelijk verklaard te worden omdat geen sprake is van een geval waarin het belang van een goede strafrechtsbedeling een voorziening dringend noodzakelijk maakt en omdat het verzoek betrekking heeft op de wijze van executie, een onderwerp waarop Strafvordering geen plaats heeft in de zin van art. 9 Sv.

3.1.2.1 Een verzoeker kan in een op art. 43 Sv gegrond verzoek worden ontvangen indien het Wetboek van Strafvordering geen regeling bevat omtrent het aan de orde gestelde geval, terwijl het belang van een goede strafrechtsbedeling een voorziening dringend noodzakelijk maakt. Het stadium van de executie valt binnen het bereik van genoemde strafrechtsbedeling.

3.1.2.2 Het Wetboek van Strafvordering bevat geen regeling omtrent de vraag of iemand al dan niet in aanmerking komt voor ET.

3.1.2.3 Gelet op de inhoud van de Beschikking ET valt de vraag of iemand in aanmerking komt voor ET binnen het bereik van de executie van een gevangenisstraf. In de Beschikking ET is geen rechtsmiddel opgenomen dat kan worden ingesteld indien op een verzoek afwijzend wordt beschikt, zodat het belang van een goede strafrechtsbedeling met zich brengt dat een verzoek als het onderhavige aan de rechter kan worden gedaan. Gelet op het belang van elektronisch toezicht voor verzoeker is een voorziening ook dringend noodzakelijk. Aldus kan verzoeker in zijn verzoek worden ontvangen.

3.2 Inhoudelijk heeft de procureur-generaal zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek. Het Hof wijst ambtshalve op het volgende. De opsomming onder gedachtestreepje 1 tot en met 10 van de afwijzende Ministeriële Beschikking van 27 oktober 2009 bevat geen redengevende feiten of omstandigheden voor de afwijzing, zodat aan die opsomming voorbij gegaan moet worden. Het bij het elfde gedachtestreepje vermelde feit dat de instanties belast met de preadvisering nog geen onherroepelijk strafvonnis in bezit hebben, mag niet ten koste gaan van verzoeker. Hetgeen is vermeld onder de laatste zeven gedachtestreepjes zijn speculaties, vermoedens en mogelijkheden die geen van alle zijn te brengen onder de in art. 6 en art. 7 Beschikking ET opgesomde weigeringsgronden.

3.3 Het verzoek zal dus worden toegewezen.

BESLISSING:

Het Hof:

beveelt het land de Nederlandse Antillen om verzoeker te vergunnen, de gevangenis waarin hij zijn gevangenisstraf ondergaat, voorafgaande aan diens voorwaardelijke invrijheidsstelling, met verlof te verlaten onder elektronisch toezicht.

Aldus gegeven in raadkamer door mrs. J.R. Sijmonsma, G.C.C. Lewin en E.M. van der Bunt, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba 12 november 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.