Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BK8438

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
20-10-2009
Datum publicatie
06-01-2010
Zaaknummer
EJ-3995/08-H-177/09
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Arubaanse zaak. Betreft heffingen die grondslag vinden in art. 8 van de Lv Servicio di Limpiesa di Aruba. ATC wil te weten komen of Serlimar betaald wordt voor alle ophaalpunten of slechts voor die waar zij daadwerkelijk huisvuil ophaalt. Zij verzoekt daarom om een voorlopig getuigenverhoor. Het Hof oordeelt dat het verzoek uitsluitend betrekking heeft op feiten die van belang zijn voor het antwoord op de vraag of de door ATC aangevochten heffingen moeten worden vernietigd of gewijzigd, maar die, wanneer de administratieve rechter zich heeft uitgesproken, geen onderwerp van debat meer kunnen zijn in een geding voor de burgerlijke rechter. Verzoek wordt afgewezen. Hof bevestigt de beschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

UITSPRAAK: 20 oktober 2009

ZAAKNR: EJ-3995/08-H-177/09

HET GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN DE

NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Beschikking in de zaak van:

de naamloze vennootschap ASSOCIATED TRANSPORT CO. (ARUBA) N.V. (hierna ATC),

gevestigd in Aruba,

appellante,

gemachtigden: mrs. R.T.J.M. Oomen en H.U. Thieman,

tegen

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon HET LAND ARUBA,

zetelend in Aruba,

gemachtigde: mr. A.A.D.A. Carlo,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon SERVICIO DI LIMPIESA ARUBA (hierna Serlimar),

gevestigd in Aruba,

gemachtigde: mr. P.A.P.J. van der Sloot,

geïntimeerden.

1. Het verloop van de procedure

Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en verzocht, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna het GEA), wordt verwezen naar de tussen partijen op 7 mei 2009 gewezen beschikking.

ATC is van deze beschikking in hoger beroep gekomen door op 10 juni 2009, dus tijdig, een beroepschrift ter griffie van het GEA in te dienen. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof de bestreden beschikking zal vernietigen, alsnog een voorlopig getuigenverhoor zal bevelen en geïntimeerden zal veroordelen in de kosten van de procedure.

Geïntimeerden hebben gezamenlijk één verweerschrift ingediend waarin zij hebben geconcludeerd, kort gezegd, tot bevestiging van de bestreden beschikking, met veroordeling van ATC in de kosten van de procedure.

Bij de mondelinge behandeling hebben partijen volstaan met het overleggen van pleitaantekeningen, ATC onder het overleggen van op voorhand toegezonden producties.

Partijen hebben hierna een beschikking gevraagd, waarvan de uitspraak is bepaald op heden.

2. De beoordeling

2.1 ATC wenst te worden toegelaten tot een voorlopig getuigenverhoor om bewijs te verkrijgen omtrent feiten en omstandigheden aangaande de feitelijke uitvoering van de heffing en de vergoeding zijdens het Land voor het ophalen en verwerken en/of ter verwerking aanbieden van huishoudelijk afval. Van belang, aldus ATC, is het antwoord op de vraag of Serlimar niet betaald wordt voor alle ophaalpunten doch slechts voor die ophaalpunten waar zij daadwerkelijk huisvuil ophaalt.

2.2 Genoemde heffingen en vergoedingen vinden hun grondslag in art. 8 van de Landsverordening instelling Servicio di Limpiesa di Aruba. De vaststelling daarvan is een publiekrechtelijke taak en beide verweerders zijn publiekrechtelijke rechtspersonen. Omtrent de vaststelling is tussen partijen geprocedeerd en uitspraak gedaan door de Lar-rechter op 9 januari 2008 (LAR nr. 3324 van 2006).

ATC stelt dat de burgerlijke rechter hier toch een taak heeft of kan hebben omdat het aan het licht brengen van de juiste toedracht betekent dat vast komt te staan dat verweerder(s) onrechtmatig hebben gehandeld, wanprestatie hebben gepleegd en/of dat verweerder(s) ongerechtvaardigd zijn verrijkt.

Al deze gestelde grondslagen laten echter onverlet dat het verzoek uitsluitend betrekking heeft op feiten die van belang (kunnen) zijn voor het antwoord op de vraag of de door ATC aangevochten heffingen en vergoedingen moeten worden vernietigd en/of gewijzigd, maar die, wanneer de administratieve rechter zich heeft uitgesproken, geen onderwerp van debat meer kunnen zijn in een geding voor de burgerlijke rechter, waarin in vervolg op die uitspraak een vordering op grond van onrechtmatige daad, wanprestatie en/of ongerechtvaardigde verrijking wordt ingesteld (vergelijk HR 20 april 1990, NJ 1990, 825).

Het feit dat eerder een civiele feitenrechter zich bij vonnis in kort geding wel inhoudelijk over deze problematiek heeft uitgelaten, maakt dit niet anders, alleen al omdat civiele vonnissen andere rechterlijke instanties ter zake van rechtskwesties niet binden en een kort gedingvonnis geen gezag van gewijsde kent..

2.3 De bestreden beschikking zal derhalve worden bevestigd. ATC zal, als de in het ongelijk gestelde partij, de kosten van het hoger beroep dienen te dragen. Nu geïntimeerden hetzelfde verweerschrift hebben ingediend en dezelfde pleitnotities hebben overgelegd, zal het Hof hen gezamenlijk één bedrag aan proceskosten toekennen.

BESLISSING:

Het Hof:

bevestigt de beschikking waarvan beroep;

veroordeelt ATC in de kosten van het hoger beroep aan de zijde van het Land en Serlimar gevallen en begroot op in totaal NAF. 5.100,-.

Deze beschikking is gewezen door mrs. J.R. Sijmonsma, F.J.P. Lock en E.M. van der Bunt, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 20 oktober 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.