Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BK3876

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
27-10-2009
Datum publicatie
20-11-2009
Zaaknummer
EJ 4167/07 - H 79/09
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Arubaanse zaak. De beschikking voor wat betreft bijdrage in levensonderhoud is tussenbeschikking, nu definitieve beslissing uitdrukkelijk afhankelijk is gesteld van de uitkomst van een onderzoek naar de draagkracht. Het afzonderlijk hoger beroep tegen de tussenbeschikking is te laat ingediend en daarom verklaart Hof man niet-ontvankelijkheid. Dit geldt eveneens voor het beroep tegen vastgestelde omgangsregeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Registratienummer: EJ 4167/07 - H 79/09

Uitspraak: 27 oktober 2009 (Curaçao)

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Beschikking in de zaak van:

[man],

wonende in Aruba,

oorspronkelijk verweerder, thans appellant,

gemachtigde: mr. D.G. Kock,

- tegen -

[vrouw],

wonende in Aruba,

oorspronkelijk verzoekster, thans geïntimeerde,

thans procederend in persoon.

Partijen worden hierna [man] en [vrouw] genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Bij op 16 maart 2009 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: GEA) ingediend beroepschrift heeft [man] hoger beroep ingesteld tegen de tussen partijen gewezen beschikking van het GEA d.d. 3 februari 2009 en de daaraan voorafgaande tussenbeschikking van 26 augustus 2008. Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en verzocht, de procesgang aldaar en de overwegingen en beslissingen van het GEA wordt verwezen naar die beschikkingen.

1.2 [vrouw] heeft geen verweerschrift ingediend.

1.3 Het hoger beroep is ter zitting van het Hof in Aruba behandeld op 20 oktober 2009. [man] is, vergezeld van zijn raadsman, verschenen. Door [man] zijn nadere stukken ingediend. [vrouw] is in persoon verschenen.

1.4 Bepaald is dat heden op Curaçao beschikking zal worden gegeven.

2. De ontvankelijkheid

2.1 De beschikking van 3 februari 2009 betreft een tussenbeschikking. In de beschikking wordt niet omtrent enig deel van het verzochte in het dictum uitdrukkelijk een einde gemaakt. Dat in de overwegingen van de beschikking wel een beslissing is opgenomen ten aanzien van de vraag of de onderhoudsverplichting van [man] jegens [vrouw] is vervallen maakt dat niet anders, nu een definitieve beslissing op het verzoek van [vrouw] tot het betalen van een bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud, nog niet is genomen maar uitdrukkelijk afhankelijk is gesteld van de uitkomst van een onderzoek door het GEA naar de draagkracht van [man] en de behoefte van [vrouw]. Daartoe is de zaak naar een nadere zitting verwezen.

2.2 Van een tussenbeschikking mag afzonderlijk hoger beroep worden ingesteld indien daartoe door het Hof vergunning is verleend (zie art. 263a Rv). Niet is gebleken dat [man] daartoe (tijdig) een verzoekschrift heeft ingediend. Het beroepschrift is ook te laat ingediend om als een verzoek om vergunning tot tussentijds hoger beroep te worden aangemerkt. Dit betekent dat [man] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het hoger beroep tegen de beschikking van 3 februari 2009.

2.3 De beschikking van 26 augustus 2008 is eveneens een tussenbeschikking voor zover het betreft het verzoek tot een bijdrage in de kosten van levensonderhoud. Voor zover daarbij een definitieve omgangsregeling is bepaald (helemaal duidelijk is dat niet aangezien in het dictum nog wordt gesproken over een evaluatie van de omgangsregeling) betreft het een eindbeschikking. Voor zover de beschikking een tussenbeschikking is, dient [man] op dezelfde gronden als hiervoor genoemd niet-ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep daartegen. Hoger beroep tegen de beschikking voor zover het een eindbeschikking is, had binnen zes weken dienen te worden ingesteld zodat voornoemd beroepschrift in zoverre te laat is ingediend en [man] om die reden in het hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

2.4 Het Hof zal [man] derhalve niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep. Nu niet is gebleken dat [vrouw] in hoger beroep proceskosten heeft gemaakt, bestaat voor een proceskostenveroordeling van [man] geen aanleiding.

BESLISSING

Het Hof:

verklaart [man] niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Lock, Polkamp en Van der Bunt, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken op 27 oktober 2009.