Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BK3875

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
27-10-2009
Datum publicatie
20-11-2009
Zaaknummer
AR 132/06 - HAR 71/09
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hof oordeelt dat een redelijke uitleg van art. 56 Rv mee brengt dat indien de tenuitvoerlegging van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis is geschorst, een incidentele vordering kan worden ingesteld om de schorsing ongedaan te maken. Bij de beoordeling van een incidentele vordering als de onderhavige moeten de belangen van partijen worden afgewogen. Het belang van eiser bij tenuitvoerlegging weegt volgens het Hof niet op tegen het belang van verweerster om niet tot afbraak over te gaan voordat in de bodemprocedure door het Hof is beslist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2010, 11

Uitspraak

Registratienummer: AR 132/06 - HAR 71/09

Uitspraak: 27 oktober 2009 (Curaçao)

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Vonnis in het incident in de zaak van:

[eiser],

wonende op Sint Maarten,

eiser in het incident,

procederend in persoon,

- tegen -

de vennootschap naar vreemd recht

DUCK INTERNATIONAL Ltd.,

gevestigd in Anguilla,

verweerster in het incident,

gemachtigde: mr. F.T. Hiemstra.

Partijen worden hierna [eiser] en Duck genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Op 12 mei 2009 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten, (verder: GEA) tussen partijen vonnis gewezen. Het GEA heeft het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Duck is tegen het vonnis in hoger beroep gekomen.

1.2 Bij incidenteel vonnis van 16 juli 2009 heeft het Hof, op vordering van Duck, de tenuitvoerlegging van het vonnis van het GEA geschorst totdat het Hof zal hebben beslist op het hoger beroep.

1.3 Bij op 9 september 2009 ter griffie van het Hof ingekomen schriftuur heeft [eiser] gevorderd het vonnis van het GEA wederom uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Duck heeft daarop bij verweerschrift gereageerd. Vonnis is bepaald op heden.

2. De beoordeling in het incident

2.1 Een redelijke uitleg van artikel 56 Rv brengt mee dat indien de tenuitvoerlegging van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis is geschorst, een incidentele vordering kan worden ingesteld om de schorsing ongedaan te maken (zie ook het vonnis van het Hof d.d. 15 september 2009, LJN: BJ7862). Het verweer van Duck dat van een andere opvatting uitgaat, gaat daarom niet op. Dat geldt in dit geval temeer nu vaststaat dat vanwege miscommunicatie tussen de griffies van het Gerecht in eerste aanleg en van het Hof ten onrechte het verweer van [eiser] door het Hof niet bij de beoordeling van de vordering van Duck tot schorsing van de tenuitvoerlegging is betrokken.

2.2 Bij de beoordeling van een incidentele vordering als de onderhavige moeten de belangen van partijen worden afgewogen in het licht van de omstandigheden van het geval. Daarbij moet worden nagegaan of op grond van die omstandigheden het belang van degene die de veroordeling verkreeg, zwaarder weegt dan dat van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand tot op het rechtsmiddel is beslist. De kans van slagen van het aangewende rechtsmiddel dient daarbij in de regel buiten beschouwing te blijven.

2.3 Duck heeft belang bij handhaving van de schorsing van de tenuitvoerlegging aangezien de met de tenuitvoerlegging van het vonnis gemoeide afbraak zeer kostbaar en tijdrovend is en, indien het vonnis van het GEA in hoger beroep geen stand houdt, de met afbraak (en wederopbouw) gemoeide kosten en mogelijke gevolgschade zich mogelijk moeilijk op [eiser] laten verhalen. [eiser] heeft niet betwist dat deze schade in ieder geval USD 1.677.000 zal bedragen. Daartegenover staat het belang van [eiser] om de inbreuk op zijn privacy en woongenot (en de mogelijk daarmee gepaard gaande waardevermindering van de woning) zo spoedig mogelijk te laten eindigen. Dat [eiser] op korte termijn zijn woning wil verkopen, is niet gesteld. Andere belangen van [eiser] om vooruitlopend op de beslissing in hoger beroep tot tenuitvoerlegging over te gaan, zijn niet gesteld. Voorts valt niet in te zien op welke wijze de door [eiser] gestelde verwikkelingen rondom het bereiken van een regeling en problemen tussen [eiser] en diens advocaat voor de beoordeling van de onderhavige vordering van belang zijn.

2.4 Alles afwegend, is het Hof van oordeel dat het belang van [eiser] bij tenuitvoerlegging niet opweegt tegen voormeld belang van Duck om niet tot afbraak over te gaan voordat in de bodemprocedure door het Hof is beslist. De vordering van [eiser] wordt daarom afgewezen.

2.5 [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het incident.

BESLISSING

Het Hof:

wijst de vordering in het incident af;

veroordeelt [eiser] in de kosten van dit incident aan de zijde van Duck gevallen en tot op heden begroot op NAF 1.700,00 aan gemachtigdensalaris.

Dit vonnis is gewezen door mrs. Wattel, Lock en De Haan, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken op 27 oktober 2009.