Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BK3872

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
27-10-2009
Datum publicatie
20-11-2009
Zaaknummer
AR 1090/01 - H 347 en 347A/05
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zaak is terugverwezen na de Hoge Raad. Het geding spitst zich toe op de wijze van verdeling van de aandelen in CE. Het oordeel dat de aandelen deel uitmaken van de te verdelen gemeenschap staat vast nu dat oordeel niet in cassatie is bestreden. Hof oordeelt dat de aandelen in beginsel gelijkelijk over partijen dienen te worden verdeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Zaaknummers: AR 1090/01 - H 347 en 347A/05

Uitspraak: 27 oktober 2009

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Vonnis in de zaak van:

[vrouw],

wonend in Nederland,

voorheen eiseres, thans appellante en geïntimeerde,

gemachtigde: mr. F. Pais-Fruchter,

- tegen -

[man],

wonend op Curaçao,

voorheen gedaagde, thans geïntimeerde en appellant,

gemachtigde: mr. A.C. Small.

Partijen worden hierna [vrouw] en [man] genoemd.

1. Het verdere verloop van de procedure

1.1 Voor het verloop van de procedure tot dan toe verwijst het Hof naar zijn vonnis van 24 april 2007. Bij dat vonnis heeft het Hof het bestreden vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, (verder: GEA) van 16 mei 2005 vernietigd, de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vastgesteld en de proceskosten gecompenseerd.

1.2 Bij arrest van 27 maart 2009 (R07/141HR) heeft de Hoge Raad het beroep voor zover gericht tegen het vonnis van het Hof van 23 mei 2006 verworpen, het vonnis van het Hof van 24 april 2007 vernietigd en het geding naar het Hof verwezen ter verdere behandeling en beslissing.

1.3 Partijen hebben een memorie/conclusie na cassatie ingediend.

1.4 Vonnis is bepaald op heden.

2. De verdere beoordeling

2.1 Nu de tussen partijen gewezen vonnissen van het Hof voor het overige niet of niet met succes in cassatie zijn bestreden, spitst het geding na verwijzing zich toe op de wijze van verdeling van de aandelen in Coral Estate (Rif St. Marie) N.V. (hierna: CE).

2.2 Bij vonnis van 23 mei 2006 heeft het Hof geoordeeld dat de aandelen in CE deel uitmaken van de te verdelen gemeenschap en dat de afstandsverklaring van 6 mei 2001 geen wijziging van de huwelijkse voorwaarden tot gevolg heeft gehad en evenmin kan worden gelezen als een afspraak over de verdeling van de gemeenschap. Dat oordeel is niet in cassatie bestreden en het Hof ziet overigens ook geen aanleiding om van deze (eind)beslissing terug te komen, zodat dat vaststaat. De stelling van [man] dat de aandelen in CE al geen onderdeel meer uitmaakten van de gemeenschap omdat ze al waren toebedeeld aan [man], stuit daar op af.

2.3 Dat partijen, zoals door [man] gesteld, op 5 maart 2003 zijn overeengekomen dat de aandelen in CE zonder compensatie aan [vrouw] zouden worden toebedeeld, is onvoldoende onderbouwd. Door [man] is onvoldoende gesteld om te kunnen concluderen dat de aantekening van notaris Burgers van 5 maart 2003 aangaande “CERD” niet alleen Coral Estate Resort Development N.V. betreft maar ook (de aandelen in) CE. Die stelling verdraagt zich ook niet met de stelling van [man] dat de aandelen in CE op 5 maart 2003 al geen onderdeel meer uitmaakten van de gemeenschap.

2.4 Dit betekent dat de in de gemeenschap vallende aandelen in CE in beginsel gelijkelijk over partijen dienen te worden verdeeld. In de onderhavige procedure heeft [vrouw] ook van meet af aan aangestuurd op toedeling aan haar van 50% van de (waarde van de) aandelen in CE (zie: producties 1 en 2 bij inleidend verzoekschrift; akte houdende indiening van gegevens van 9 augustus 2004). Het GEA heeft geoordeeld dat de aandelen aan [man] dienen te worden toebedeeld en dat [vrouw] ter zake daarvan een vergoeding toekomt. In hoger beroep heeft [vrouw], vermoedelijk in navolging van de overwegingen van het GEA terzake, aanspraak gemaakt op vergoeding van de “overwaarde” (bedoeld zal zijn: een vergoeding ter zake van overbedeling van [man]) bij toedeling van de aandelen in CE aan [man] terwijl [vrouw] bij memorie na cassatie opnieuw aanspraak heeft gemaakt op toedeling van de helft van de aandelen aan ieder van partijen. Door [man] is niets gesteld waaruit zou moeten worden geconcludeerd dat een andere dan een gelijke verdeling van de aandelen over partijen aangewezen is. Dat [vrouw] mogelijk in een eerder stadium te kennen heeft gegeven een kleiner deel van de aandelen toebedeeld te willen krijgen, is daartoe onvoldoende.

2.5 Hieruit volgt dat het vonnis van het GEA dient te worden vernietigd en dat de huwelijksgoederengemeenschap zal worden verdeeld zoals in het vonnis van het Hof van 24 april 2007 geoordeeld met uitzondering van hetgeen onder 2.11 is overwogen. In plaats daarvan zal het Hof bepalen dat partijen ieder de helft van de tot de gemeenschap behorende aandelen in CE krijgen toebedeeld.

2.6 Aangezien partijen voormalige echtelieden zijn, zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

BESLISSING

Het Hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

stelt de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vast overeenkomstig hetgeen in het vonnis van het Hof van 24 april 2007 onder 2.5-2.10 en 2.12-2.18 is overwogen en bepaalt voorts dat aan partijen ieder de helft van de tot de gemeenschap behorende aandelen in CE wordt toebedeeld;

compenseert de proceskosten in beide instanties in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mrs. Sijmonsma, Lock en Van der Bunt, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken op 27 oktober 2009.