Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BK3869

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
04-11-2009
Datum publicatie
20-11-2009
Zaaknummer
HAR 2009/147
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Betreft verzoek om opheffing van de uitleveringsdetentie. Dit wordt afgewezen. Hof oordeelt dat de vrijheidsontneming niet onrechtmatig is geweest. En dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM in de cassatiefase (nog) niet is overschreden. Ware dit anders, dan brengt dit op zichzelf nog niet mee dat de detentie moet worden opgeheven of geschorst. Nu uitlevering reeds toelaatbaar is verklaard is er weinig ruimte voor het Hof om betogen over persoonlijke omstandigheden met betrekking tot eerdere detentie inhoudelijk te beoordelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Datum beschikking: 4 november 2009

Nummer: HAR 2009/147

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Beschikking in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [datum] 1967 te Plymouth, Montserrat,

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring op Sint Maarten.

1. Het procesverloop

Bij advies van 13 mei 2009 heeft het Hof geconcludeerd dat de uitlevering van verzoeker aan de Republiek Frankrijk toelaatbaar is. Tegen deze beslissing heeft verzoeker cassatie ingesteld, waarop nog niet is beslist.

Bij op 21 oktober 2009 ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker verzocht om opheffing, althans schorsing van de uitleveringsdetentie.

Het verzoek is op 3 november 2009 op Sint Maarten behandeld ten overstaan van mr. Van Veen. Verschenen en gehoord zijn de (fgd.) procureur-generaal mr. H. Mos, verzoeker en zijn raadsvrouw mr. S. R. Bommel.

2. De beoordeling

2.1 Bij de stukken bevinden zich (onder meer):

- een bevel (last) tot voorlopige aanhouding ex art. 9 Nederlands-Antilliaans Uitleveringsbesluit van 3 maart 2009;

- een proces-verbaal van aanhouding van 5 maart 2009;

- een proces-verbaal van verhoor van verzoeker door de fgd. procureur-generaal van 6 maart 2009;

- een bevel tot voorlopige aanhouding ex art. 10 Nederlands-Antilliaans Uitleveringsbesluit van 6 maart 2009;

- een proces-verbaal van verhoor van verzoeker door de rechter-commissaris van 9 maart 2009; en

- een beschikking van de rechter-commissaris van 9 maart 2009 waarin de voorlopige aanhouding van verzoeker rechtmatig is verklaard.

Hieruit blijkt dat de in art. 9 en 10 Nederlands-Antilliaans Uitleveringsbesluit beschreven procedure correct is doorlopen en dat daarnaast, in verband met art. 5 EVRM, de rechtmatigheid van de vrijheidsbeneming door een rechter is getoetst.

De vrijheidsbeneming is dus niet onrechtmatig geweest. Ware dit anders, dan brengt dit op zichzelf nog niet mee dat de detentie thans moet worden opgeheven of geschorst.

2.2 De redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM is in de cassatiefase (nog) niet overschreden. Ware dit anders, dan brengt dit op zichzelf nog niet mee dat de detentie thans moet worden opgeheven of geschorst.

2.3 De (gestelde) omstandigheid dat verzoeker reeds vier en een half jaar in detentie heeft doorgebracht in Guadeloupe vormt, gelet op de toelichting van de procureur-generaal, geen aanwijzing dat de Franse autoriteiten inbreuk hebben gemaakt op rechten van verzoeker. Ware dit anders, dan staat dit in beginsel niet in de weg aan de toelaatbaarheid van de uitlevering. Nu de uitlevering reeds toelaatbaar is verklaard, is er nog minder ruimte voor het Hof om dergelijke betogen inhoudelijk te beoordelen.

2.4 Op grond van het voorgaande moet het verzoek om opheffing van de uitleveringsdetentie worden afgewezen.

2.5 Er zijn geen persoonlijke omstandigheden aangevoerd die grond opleveren voor schorsing van de uitleveringsdetentie. Het verzoek daartoe moet dus eveneens worden afgewezen.

3. De beslissing

Het Hof wijst de verzoeken af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. G.C.C. Lewin, J. de Boer en R.W.J. van Veen, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en uitgesproken op CuraƧao op 4 november 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.

Mr. Van Veen is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.