Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BK2797

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
03-11-2009
Datum publicatie
10-11-2009
Zaaknummer
AR 138/08 - H 76/09
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Indien appellant geen rechthebbende op het perceel was heeft hij door er een huis te bouwen en er te gaan wonen bezit van genomen. Dat appellant het voor een ander hield, is gesteld noch gebleken. De rechtsvordering tot opheffing van deze onrechtmatige toestand verjaart door verloop van twintig jaren. Er is geen stuiting van de verjaring gebleken en daarom is de verjaring op 8 oktober 2002 voltooid. De vordering tot ontruiming is dus verjaard, en had niet mogen worden toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Registratienummers: AR 138/08 - H 76/09

Uitspraak: 3 november 2009

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Vonnis in de zaak van:

[appellant],

wonend op Curaçao,

oorspronkelijk gedaagde, thans appellant,

gemachtigde: mr. A.V.G. Rooijer,

- tegen -

de naamloze vennootschap REAL ESTATE DE KLUNDERT N.V.,

gevestigd op Curaçao,

oorspronkelijk eiseres, thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. F.G.M. Cratz.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als [appellant] en De Klundert.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Op 14 september 2006, 26 maart 2007, 14 januari 2008 en 10 november 2008 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, (hierna te noemen “GEA”) tussen partijen vonnis gewezen. Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en gevorderd, de procesgang aldaar en de overwegingen en beslissingen van het GEA wordt verwezen naar die vonnissen.

1.2 [appellant] is tegen de drie laatstgenoemde vonnissen in hoger beroep gekomen door op 19 december 2008 een akte van appel in te dienen. Bij afzonderlijk ingediende memorie van grieven heeft [appellant] drie grieven aangevoerd en toegelicht. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof de vonnissen waarvan beroep zal vernietigen en de vorderingen van De Klundert alsnog zal afwijzen, kosten rechtens.

1.3 De Klundert heeft bij memorie van antwoord de grieven bestreden en geconcludeerd tot bevestiging van de bestreden vonnissen, met veroordeling van [appellant] in de kosten van het hoger beroep.

1.4 Op de nader voor pleidooi bepaalde dag hebben partijen pleitaantekeningen overgelegd.

1.5 Vonnis is bepaald op heden.

2. De beoordeling

2.1 Indien [appellant], zoals De Klundert stelt, geen rechthebbende op het perceel [adres] (hierna: het perceel) was, heeft hij door op het perceel een huis te bouwen en er te gaan wonen, bezit genomen van het perceel. Dat hij het perceel voor een ander hield, is gesteld noch gebleken. De rechtsvordering tot opheffing van deze onrechtmatige toestand verjaart door verloop van twintig jaren (art. 3:306 BW). Ingevolge het bepaalde in artikel 3:314, tweede lid BW begint deze verjaringstermijn - voor zover thans van belang - met de aanvang van de dag volgende op die waarop een niet-rechthebbende bezitter is geworden. Deze wetsbepalingen zijn ingevolge art. 8 Lv Overgangsrecht NBW in werking getreden op 1 januari 2002.

2.2 Als door De Klundert erkend, staat vast dat [appellant] in ieder geval sinds 8 oktober 1982 op het perceel woont. De verjaringstermijn is derhalve uiterlijk 9 oktober 1982 aangevangen. Dat De Klundert toen nog niet bij de ontwikkeling van het gebied betrokken was en toen nog niet pretendeerde eigenaar te zijn, doet daarbij niet terzake. Nu van stuiting van de verjaring niet is gebleken, is de verjaring op 8 oktober 2002 voltooid. Daarom zijn de door De Klundert gedane vorderingen tot ontruiming van het perceel verjaard. Deze hadden dus niet mogen worden toegewezen.

2.3 Gelet op het voorgaande kan in het midden blijven of [appellant] het perceel geschonken heeft gekregen en of [appellant] het perceel langer dan vanaf 8 oktober 1982 heeft bewoond.

2.4 Het hoger beroep slaagt. De bestreden vonnissen zullen worden vernietigd en de vorderingen van De Klundert zullen alsnog worden afgewezen. De Klundert zal als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten in beide instanties dienen te dragen.

BESLISSING

Het Hof:

vernietigt de vonnissen waarvan beroep en opnieuw rechtdoende:

wijst de vorderingen van De Klundert af;

veroordeelt De Klundert in de proceskosten aan de zijde van [appellant] gevallen en tot op heden begroot op:

- in eerste aanleg: NAF. 4,40 aan taxe getuige en NAF. 2.700,-- aan gemachtigdensalaris;

- in hoger beroep: NAF. 900,-- aan griffierechten, NAF. 292,88 aan overige verschotten en NAF. 5.100,-- aan gemachtigdensalaris.

Dit vonnis is gewezen door mrs. Sijmonsma, Lewin en Lock, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken op 3 november 2009.