Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BJ9991

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
22-09-2009
Datum publicatie
13-10-2009
Zaaknummer
AR 1862/04 - H 499/08
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of Allegro is tekortgeschoten in haar verplichtingen jegens Red Sail door niet op te treden tegen het aanbieden van watersportactiviteiten door De Palm vanuit het resort. Red Sail wist al jaren dat De Palm watersportactiviteiten vanuit het resort verkocht. Het Hof oordeelt dat de gestipuleerde exclusiviteit zich niet mede uitstrekt tot het aanbieden van watersportactiviteiten die buiten het resort plaatsvinden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Registratienummer: AR 1862/04 - H 499/08

Uitspraak: 22 september 2009

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Vonnis in de zaak van:

de naamloze vennootschap RED SAIL SPORTS ARUBA N.V.,

gevestigd in Aruba,

oorspronkelijk eiseres, thans appellante,

gemachtigde: mr. D.G. Kock,

- tegen -

de naamloze vennootschap ALLEGRO MANAGEMENT N.V.,

gevestigd in Aruba,

oorspronkelijk gedaagde, thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. C.A. Hese,

en

de naamloze vennootschap DE PALM TOURS N.V.,

gevestigd in Aruba,

oorspronkelijk tussenkomende partij, thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. M.E.D. Brown.

Partijen worden hierna Red Sail, Allegro en De Palm genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Op 2 februari 2005 (in het incident), op 26 april 2006 en op 5 maart 2008 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna te noemen “GEA”) tussen partijen vonnis gewezen. Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en gevorderd, de procesgang aldaar en de overwegingen en beslissingen van het GEA wordt verwezen naar die vonnissen.

1.2 Red Sail is van het vonnis van 5 maart 2008 in hoger beroep gekomen door op 15 april 2008 een akte van hoger beroep in te dienen. Bij afzonderlijke memorie van grieven heeft Red Sail vijf grieven tegen de vonnissen van 26 april 2006 en 5 maart 2008 geformuleerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof deze vonnissen zal vernietigen en haar vorderingen alsnog zal toewijzen, met veroordeling van Allegro en De Palm in de kosten in beide instanties.

1.3 Allegro en De Palm hebben ieder bij memorie van antwoord het hoger beroep bestreden en geconcludeerd tot bevestiging van de vonnissen waarvan beroep, waarbij De Palm tevens heeft geconcludeerd tot veroordeling van Red Sail in de kosten van het hoger beroep.

1.4 Op de daarvoor nader bepaalde datum hebben Red Sail en Allegro pleitnotities overgelegd. De Palm heeft daarvan afgezien. Vonnis is gevraagd en nader bepaald op heden.

2. De beoordeling

2.1 Red Sail heeft niet betwist dat de overeenkomst tussen haar en Allegro per 1 mei 2005 is beëindigd zodat zij geen belang meer heeft bij haar vorderingen onder c t/m e. Deze vorderingen behoeven dan ook verder geen bespreking.

2.2 Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of Allegro is tekortgeschoten in haar verplichtingen jegens Red Sail door niet op te treden tegen het aanbieden van watersportactiviteiten door De Palm vanuit (thans) Allegro Beach Resort (hierna: het resort).

2.3 Tussen partijen staat vast dat Red Sail sinds 1989 een “water sport facility” heeft beheerd in het resort, aanvankelijk op basis van een ‘Concession Agreement’ d.d. 10 januari 1989 met RJS Management N.V. (hierna: RJS) en per 15 februari 2002 op grond van een ‘Concession Agreement’ met Allegro, die de belangen van RJS in het resort had overgenomen. Red Sail heeft haar vorderingen gebaseerd op de ‘Concession Agreement’ van 15 februari 2000 (hierna: de overeenkomst). In de overeenkomst is - in zoverre vrijwel gelijkluidend aan de ‘Concession Agreement’ van 10 januari 1989 tussen RJS en Red Sail – onder meer het volgende bepaald:

<small>1. Concession.

Allegro does hereby grant to Red Sail the right to operate (…) an activity desk at a designated location in the hotel lobby, at Red Sail’s option and the sole and exclusive right to provide and operate a “Water Sports Facility” as that term is hereinafter defined, at the Hotel, the pool and beach area collectively (the “Premises”) for the term hereinafter set forth.

(…)

3. Scope of Agreement.

“Water Sports Facility” as that term is used herein means any or all of the following, at Red Sail’s option, in Red Sail’s discretion:

(a) the provision of instruction in scuba diving and snorkeling by PADI – or NAUI-certified or any other accredited dive training agency’s instructors and/or dive masters including but not limited to, “resort”courses, “certification” courses and “instructor” courses as applicable;

(b) the provision and operation of one or more boats and one or more catamarans for all or any of scuba diving, snorkeling, sightseeing, water skiing, fishing and cruising, glassbottom or otherwise; (the number and type of boats shall be determined by Red Sail in its sole discretion.);

(c) the provision and supervision of scuba diving and snorkeling instruction at the Hotel pool during appropriate times and in areas reasonably designated by Allegro or non-Hotel locations determined by Red Sail;

(d) the provision and sale and rental of scuba diving and snorkeling equipment, supplies, beach accessories and resort apparel;

(e) the provision of any or all of beach toys, paddle boats, sailboats, “Hobie Cats”, water skis, wave runners, jet skis, parasailing, beach floats and other such water sport and recreation-related items normally available at first class, ocean-front resorts;

(f) the provision and sale and rental of underwater photography products and services, supllies and accessories;

(g) the sale of such other goods and the provision of such other services as may be provided by Red Sail now, or in the future, in connection with water sports and recreational activities subject to the approval by Allegro in each case; and

(h) the provision or operation of one or more submarines.</small>

2.4 De vraag die partijen verdeeld houdt is of de voor Red Sail gestipuleerde exclusiviteit zich mede uitstrekt tot het aanbieden door De Palm van watersportactiviteiten die buiten het resort plaatsvinden. Bij de beoordeling van die vraag komt het aan op de zin die de partijen bij de overeenkomst in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bedongen exclusiviteit mochten toekennen en op hetgeen ze te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

2.5 Bij deze beoordeling is van belang dat De Palm reeds voordat Red Sail in het resort actief werd daar een verkooppunt huurde en dat haar was toegestaan om vanuit dat verkooppunt watersportactiviteiten aan te bieden. Tegenover de gemotiveerde stellingen van De Palm en Allegro heeft Red Sail onvoldoende gemotiveerd betwist dat De Palm ook na het sluiten van de ‘Concession Agreement’ van 10 januari 1989 tussen RJS en Red Sail, vanuit dat verkooppunt ook andere watersportactiviteiten dan die van Red Sail aanbood en verkocht. Red Sail heeft eveneens onvoldoende gemotiveerd betwist dat zij daarvan afwist. Haar blote ontkenning daarvan is, temeer nu vaststaat dat de verkooppunten van Red Sail en De Palm zich vrijwel al die tijd (tot 2004) naast elkaar bevonden en Red Sail niet heeft betwist dat bij het verkooppunt van De Palm een groot bord hing waarop ook watersportactiviteiten werden aangeboden, onvoldoende. Diverse getuigen hebben in eerste aanleg ook bevestigd dat ten tijde van het sluiten van de overeenkomst vanuit het resort door De Palm watersportactiviteiten werden verkocht en dat Red Sail (althans medewerkers van haar) dat wist. In hoger beroep lijkt Red Sail overigens ook niet langer te betwisten dat zij wist dat De Palm vanuit het resort watersportactiviteiten verkocht (zie memorie van grieven onder 4: “…nu Red Sail met …Allegro … een exclusiviteit heeft bedongen, terwijl ook Allegro wist dat De Palm bepaalde watersportactiviteiten verkocht.”).

2.6 Deze omstandigheid, in samenhang met de tekst van de overeenkomst waarin:

- Red Sail het exclusieve recht wordt toegekend “to provide and operate a ‘Water Sports Facility’ <i>at the Hotel, the pool and beach area”</i>;

- ten aanzien van het hebben van een ‘activity desk’ geen exclusiviteit is toebedeeld aan Red Sail;

- in de bepalingen over exclusiviteit niet uitdrukkelijk is voorzien in de verkoop van buiten het resort uit te oefenen watersportactiviteiten,

leidt tot de conclusie dat partijen bedoeld hebben dat Red Sail het exclusieve recht heeft gekregen om te voorzien in een faciliteit in het resort (en het daarbij behorende strandgebied) om aldaar of van daaruit watersportactiviteiten te doen uitvoeren. Indien het de bedoeling van partijen zou zijn geweest om de exclusiviteit mede te laten uitstrekken tot het vanuit het resort aanbieden van watersportactiviteiten die niet in of vanuit het resort (en daarbij behorende strandgebied) zouden worden uitgevoerd, had het – nu het beide partijen bij de overeenkomst bekend was dat dergelijke activiteiten reeds lange tijd werden aangeboden vanuit het verkooppunt van De Palm in het resort – in de rede gelegen dat uitdrukkelijk in de overeenkomst zou zijn opgenomen dat deze verkoop beëindigd diende te worden of dat anderszins daarover tussen partijen uitdrukkelijk afspraken waren gemaakt. Dit geldt temeer nu in de overeenkomst (artikel 7), anders dan in de ‘Concession Agreement’ van 10 januari 1989, wel is voorzien in de volgende situatie:

<small>In the event Allegro enters into a contractual verbal or written agreement with a ground handler/destination management company (“DMC”) to service the hotel and provide a booking service for tours, sightseeing, dinner shows, etc. Allegro agrees that it will stipulate in its agreement with any such DMC that DMC is not permitted to sell from its facilities in, or on, the grounds of Allegro any water sports activities except those offered by Red Sail and that all inquiries for watersports activities from Hotel guests resulting in definite bookings will be booked with Red Sail.</small>

Waar de overeenkomst voor het aangaan van overeenkomsten met derden ten aanzien van het aanbieden van watersportactiviteiten wel uitdrukkelijk een voorziening bevat had het – in de uitleg door Red Sail van de overeenkomst – temeer in de rede gelegen om ook een voorziening op te nemen voor het al dan niet voortduren of (stilzwijgend) verlengen van de al jaren lopende overeenkomst met De Palm. Het staat evenwel vast dat dit niet is gebeurd en dat partijen ook overigens daarover niet hebben gesproken. Onder die omstandigheden mocht Red Sail de bedongen exclusiviteit dan ook niet zo verstrekkend opvatten dat dit tevens het aanbieden door De Palm van watersportactiviteiten buiten het resort zou verhinderen en Red Sail mocht ook niet verwachten dat Allegro de verkoop van watersportactiviteiten door De Palm zou beëindigen. De brief van 4 februari 2004 van Allegro doet aan deze uitleg niet af; voor het gegeven dat in deze brief De Palm wordt opgeroepen alleen “Land based Excursions” te verkopen, heeft Allegro een voldoende aannemelijke verklaring gegeven, namelijk dat dit slechts een poging betrof om Red Sail en De Palm tot elkaar te brengen. Door Red Sail zijn ook overigens onvoldoende feiten of omstandigheden gesteld waaruit zou dienen te worden geconcludeerd dat partijen anders hebben bedoeld dan hiervoor weergegeven.

2.7 Uit het voorgaande volgt dat het GEA terecht tot het oordeel is gekomen dat de overeenkomst niet kan worden uitgelegd zoals door Red Sail voorgestaan en dat van wanprestatie aan de zijde van Allegro geen sprake is. Het verweer van Allegro en De Palm dat Red Sail jarenlang niet heeft geklaagd over de verkoop van watersportactiviteiten door De Palm vanuit het resort, kan onbesproken blijven. De bestreden vonnissen dienen te worden bevestigd.

2.8 Red Sail zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep aan de zijde van Allegro en De Palm.

BESLISSING

Het Hof:

bevestigt de vonnissen waarvan beroep;

veroordeelt Red Sail in de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van Allegro en De Palm gevallen en tot op heden begroot op:

- aan de zijde van Allegro: Afl. 214,00 aan verschotten en Afl. 5.100,00 aan gemachtigdensalaris;

- aan de zijde van De Palm: Afl. 396,00 aan verschotten en Afl. 3.400,00 aan gemachtigdensalaris.

Dit vonnis is gewezen door mrs. Lewin, Lock en De Haan, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken op 22 september 2009.