Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BJ5901

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
19-06-2009
Datum publicatie
25-08-2009
Zaaknummer
AR 223/04 -H 165/07
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

[appellante] is uitgegleden over een bananenschil en stelt hiervoor Grand Marché en Nagico aansprakelijk wegens onrechtmatige daad. De onbetwiste maatregelen, in samenhang beschouwd, zoals de schoonmaakdienst, de deurmatten, en de ruime opzet van de afdeling en het toezicht, acht het Hof voldoende om te kunnen oordelen dat de veiligheidsmaatregelen zijn getroffen die in de gegeven omstandigheden van geïntimeerde mochten worden verwacht. Daarom is er geen sprake van onrechtmatige daad. De verzekeringsmaatschappij heeft zich gevoegd in eerste aanleg in de hoofdzaak aan de zijde van Grand Marché, ingevolge art. 74 Rv stond dit haar vrij. Daarom terechte veroordeling van [appellante] in de kosten die in de hoofdzaak zijn gevallen aan de zijde van Nagico.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2009/149
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Registratienummer: AR 223/04 -H 165/07

Uitspraak: 19 juni 2009

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Vonnis in de zaak van:

[appellante],

wonende op Sint Maarten,

oorspronkelijk eiseres,

thans appellante,

gemachtigde: mr. E.Y. Knoppel,

- tegen -

de naamloze vennootschap

PUBLIX N.V. h.o.d.n. Le Grand Marché,

gevestigd op Sint Maarten,

oorspronkelijk gedaagde,

thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. R.G.R. Bergman

- en tegen -

de naamloze vennootschap

NATIONAL GENERAL INSURANCE CORPORATION N.V.,

gevestigd op Sint Maarten,

oorspronkelijk aan de zijde van gedaagde gevoegde partij,

thans geïntimeerde,

gemachtigden: mrs. R.F. Gibson jr. en T.J. Leijsen.

Partijen worden hierna opnieuw "[appellante]", "Grand Marché" en "Nagico" genoemd.

1. Het verdere verloop van de procedure

Bij vonnis van 1 februari 2008 heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen. Vervolgens hebben Grand Marché en Nagico een conclusie genomen en [appellante] een antwoordakte. Aan de conclusie van Grand Marché zijn producties gehecht. Vonnis is gevraagd, waarvan de uitspraak is bepaald op heden.

2. De verdere beoordeling

2.1 Grand Marché heeft een schriftelijke verklaring overgelegd van haar managing director [managing director] met onder meer de volgende inhoud:

<small>"I herewith confirm that a cleaning service is continuously working in the supermarket to keep aisles clean and that goes particularly for the entrance. Our staff is instructed to keep all aisles free from blockades and our store supervisors are constantly checking this attentively. Stuff that is on the floor will immediately be removed.

At the entrance of the supermarket there is a huge door-mat (size 117' x 45'), which will minimize the chance that customers will bring dirt under their shoes."</small>

Voorts heeft Grand Marché foto's overgelegd van de bedoelde deurmatten, alsmede van de fruitafdeling. Op laatstbedoelde foto zijn bananen te zien op een schap waar veel vrije ruimte omheen is.

2.2 Grand Marché heeft betoogd dat haar schoonmaakdienst, haar instructies aan het personeel, haar deurmatten en haar ruime opzet van de schappen de veiligheidsmaatregelen opleveren die in de gegeven omstandigheden van haar mochten worden verwacht. Nagico heeft zich bij dit betoog aangesloten.

2.3 [appellante] heeft er bezwaar tegen gemaakt dat Nagico zich zonder eigen onderzoek heeft aangesloten bij het betoog van Grand Marché. Dit bezwaar wordt gepasseerd.

Geen rechtsregel verzet zich tegen die proceshouding van Nagico.

2.4 [appellante] heeft niet betwist dat de deurmatten er liggen, dat de opzet van de schappen overeenkomt met de overgelegde foto en dat er een schoonmaakdienst in de supermarkt werkzaam is. Zij heeft weliswaar bezwaar gemaakt tegen de kwalificatie "scherp toezicht", maar niet betwist dat er toezicht is. De onbetwiste maatregelen, in samenhang beschouwd, acht het Hof voldoende om te kunnen oordelen dat Grand Marché de veiligheidsmaatregelen heeft getroffen die in de gegeven omstandigheden van haar mochten worden verwacht. Er is daarom geen sprake van een onrechtmatige daad, zodat grief III faalt.

2.5 [appellante] stelt dat zij is uitgegleden over een stuk banaan of een bananenschil en maakt in grief II bezwaar tegen de vaststelling van het GEA dat zij een val heeft kunnen voorkomen. De gegrondheid van dit bezwaar kan echter in het midden blijven, omdat die niet kan afdoen aan hetgeen hiervoor onder rov. 2.4 is overwogen, zodat die niet van belang is voor toe- of afwijzing van de vordering.

2.6 Het Hof heeft ambtshalve geen bezwaar tegen afwijzing van de hoofdvordering.

2.7 In eerste aanleg heeft Nagico zich in de hoofdzaak gevoegd aan de zijde van Grand Marché. Ingevolge art. 74 Rv stond haar dit vrij. Hierdoor kwamen [appellante] en Nagico in de hoofdzaak tegenover elkaar te staan. Nu de hoofdvordering terecht is afgewezen, geldt [appellante] ook tegenover Nagico als de in het ongelijk gestelde partij. Nagico heeft de proceskosten niet onnodig gemaakt. Daarom is [appellante] terecht veroordeeld in de kosten die in de hoofdzaak in eerste aanleg aan de zijde van Nagico zijn gevallen. Het GEA heeft [appellante] niet veroordeeld in enige in de vrijwaringszaak gemaakte proceskosten. Grief I mist daarom doel.

2.8 Het bestreden vonnis dient te worden bevestigd. [appellante] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep.

BESLISSING:

Het Hof:

bevestigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt [appellante] in de kosten van dit hoger beroep, aan de zijde van Grand Marché gevallen en tot op heden begroot op NAF. 5.100,00 aan salaris voor de gemachtigde en aan de zijde van Nagico gevallen en tot op heden begroot op NAF. 1.700,00 aan salaris voor de gemachtigden (gezamenlijk).

Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, L.J. de Kerpel-van de Poel en F.J.P. Lock, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en ter openbare terechtzitting van het Hof op Sint Maarten uitgesproken op 19 juni 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.