Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BJ5829

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
18-06-2009
Datum publicatie
24-08-2009
Zaaknummer
HLAR 071/08
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Betreft weigering van vergunning tot tijdelijk verblijf. Vreemdeling betoogt dat Gerecht, door te overwegen dat zij geen bewijs van datum van aankomst op de Nederlandse Antillen heeft overlegd en geen zicht op legalisatie van haar verblijf bestaat, daarbij de betekenis van de overlegde verklaring van aankomst van de coördinator grensbewaking van 28 september 2007 heeft miskend. Dit betoog faalt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HLAR 071/08

Datum uitspraak: 18 juni 2009

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend op Curaçao,

appellante,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 28 augustus 2008 in zaak nr. 2008/27 in het geding tussen:

appellante

en

de Gezaghebber van het Eilandgebied Curaçao, namens de minister van Justitie.

1. Procesverloop

Bij beschikking van 23 maart 2008 heeft de Gezaghebber van het Eilandgebied Curaçao (hierna: de Gezaghebber), voor zover thans van belang, [appellante] (hierna: de vreemdeling) in vreemdelingenbewaring gesteld en haar verwijdering bevolen.

Bij uitspraak van 28 augustus 2008 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, (hierna: het Gerecht) het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling bij brief, bij het Hof ingekomen op 2 oktober 2008, hoger beroep ingesteld.

De Gezaghebber heeft een verweerschrift ingediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 april 2008, waar de vreemdeling in persoon, bijgestaan door mr. X.C.G. Bakhuis, en de Gezaghebber, vertegenwoordigd door mr. N.B. Louisa, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 19, eerste lid, aanhef en onder a, van de Landsverordening toelating en uitzetting (hierna: de LTU) kan de gezaghebber van het eilandgebied, waar betrokkene zich ophoudt, personen die in strijd met de wettelijke bepalingen nopens toelating en uitzetting het land zijn binnengekomen uit de Nederlandse Antillen verwijderen.

2.1.1. Volgens het door de Gezaghebber terzake gevoerde beleid, vermeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.12, van de door de minister van Justitie aan de gezaghebbers gegeven Herziene instructie inzake de toepassing van de LTU en het Toelatingsbesluit, voor zover thans van belang, dient de betrokken vreemdeling of zijn gemachtigde bij het ophalen van de vergunning tot tijdelijk verblijf bewijs van de datum van aankomst op de Nederlandse Antillen over te leggen. Is aan dat voorschrift voldaan, dan wordt het vergunningsbewijs aan de vergunninghouder of zijn gemachtigde afgegeven. De vergunning krijgt op het moment van afgifte formele rechtskracht, aldus die paragraaf.

Kennelijk wordt volgens dat beleid geen vergunning verleend, indien aan dat voorschrift niet is voldaan.

2.2. De vreemdeling betoogt dat het Gerecht, door te overwegen dat zij geen bewijs van de datum van aankomst op de Nederlandse Antillen heeft overgelegd en geen zicht op legalisatie van haar verblijf bestaat, de betekenis van de door haar overgelegde zogenoemde verklaring van aankomst van de coördinator grensbewaking van het korps politie Nederlandse Antillen van 28 september 2007 heeft miskend.

2.2.1. Dat betoog faalt. Volgens die verklaring heeft de vreemdeling weliswaar medegedeeld dat zij de Nederlandse Antillen op 7 september 2007 is binnengekomen, maar komt zij niet in het register van het bureau grensbewaking luchthaven voor, zodat zij geen registratieformulier of stempel van binnenkomst kan krijgen. Het Gerecht heeft aan die verklaring met juistheid niet de betekenis gehecht die de vreemdeling daaraan gehecht wil zien. Met die verklaring heeft zij de datum van haar aankomst op de Nederlandse Antillen niet aannemelijk gemaakt, nu die slechts relateert, wat zij daarover heeft medegedeeld. Dat, naar de vreemdeling stelt, in een ander geval wel doorslaggevende betekenis aan een zodanige verklaring is gehecht, betekent niet dat dat in haar geval ook moest gebeuren, reeds omdat niet is gebleken dat die verklaring gelijke inhoud had.

2.3. De vreemdeling betoogt voorts dat het Gerecht ten onrechte niet op haar verzoek aan het Gerecht om de vergunning tot tijdelijk verblijf te verlenen heeft beslist.

2.3.1. Bij die beroepsgrond heeft de vreemdeling geen belang, omdat dat verzoek aan het Gerecht bij gebrek aan een grondslag in de wet diende te worden afgewezen.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H.L. Wattel, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. P. van Dijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.

w.g. Wattel

Voorzitter

w.g. Martinez

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2009

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

voor deze,