Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BJ5750

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
18-06-2009
Datum publicatie
21-08-2009
Zaaknummer
HLAR 005/09
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Appellante ontplooide sinds 15 jaar verkoopactiviteiten vanuit een kiosk zonder de vereiste ventvergunning op het Gomezplein. Zie ook LJN BI5372. Hof bevestigt de uitspraak van het Gerecht, waarin appellante op straffe van bestuursdwang gelast werd het Gomezplein te ontruimen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HLAR 005/09

Datum uitspraak: 18 juni 2009

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Uitspraak op het hoger beroep van:

[Appellante], wonend op Curacao,

appellante,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 6 januari 2009 in zaak nr. 2008/110 in het geding tussen:

appellante

en

de gezaghebber van het Eilandgebied Curaçao.

1. Procesverloop

Bij beschikking van 2 september 2008 heeft de gezaghebber van het Eilandgebied Curaçao (hierna: de gezaghebber) appellante (hierna: [appellante]) op straffe van bestuursdwang gelast het Gomezplein binnen een week te ontruimen.

Bij uitspraak van 6 januari 2009 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, (hierna: het Gerecht) het door [appellante] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, die beschikking vernietigd, doch bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan, behoudens de gestelde begunstigingstermijn, in stand blijven en deze termijn in die zin gewijzigd dat [appellante] het Gomezplein voor 7 februari 2009 dient te ontruimen.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij het Hof ingekomen op 4 februari 2009, hoger beroep ingesteld.

De gezaghebber heeft een verweerschrift ingediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 april 2009, waar [appellante], vertegenwoordigd door mr. A.I. Martis, en de gezaghebber, vertegenwoordigd door mr. N.B. Louisa, ambtenaar in dienst van het Eilandgebied, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. [Appellante] ontplooide ten tijde van de beschikking van 2 september 2008 sinds 15 jaar verkoopactiviteiten vanuit een kiosk op het Gomezplein. Haar koopwaar lag in en rond de kiosk uitgestald.

2.2. Aan de beschikking van 2 september 2008 heeft de gezaghebber ten grondslag gelegd dat [appellante] niet over een voor die activiteiten vereiste ventvergunning beschikt, op korte termijn met renovatiewerkzaamheden aan het Gomezplein zal worden begonnen en dat plein volgens het gevoerde standplaatsenbeleid alleen bedoeld is voor de bij de aangrenzende panden behorende terrassen.

2.3. Ingevolge artikel 10, eerste lid, aanhef en onder a, van de Eilandsverordening Bevordering Openbare Orde en Bescherming Gemeenschap (hierna: de EBOOBG), voor zover thans van belang, is het verboden zonder vergunning van de Gezaghebber in, op, aan of over de openbare weg iets te plaatsen, vast te hechten of te hebben.

Ingevolge die aanhef en onder d, voor zover thans van belang, is het verboden zonder vergunning van de gezaghebber op de openbare weg met koopwaren te staan of te zitten.

Ingevolge artikel 18, onder b, is het verboden zonder vergunning van de gezaghebber op of aan de openbare weg te venten.

2.4. [Appellante] betoogt dat het Gerecht heeft miskend dat de gezaghebber niet bevoegd was handhavend op te treden. Daartoe voert zij in de eerste plaats aan dat zij over een vergunning op eigen naam voor haar activiteiten beschikt, waarvan het vergunningbewijs haar echter ten onrechte niet is uitgereikt.

2.4.1. Ingevolge artikel 16, tweede lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: de Lar) geldt de dag waarop een beschikking is verzonden of uitgereikt als de dag waarop deze is gegeven.

2.4.2. Nu niet in geschil is dat aan [appellante] geen vergunningbewijs voor het ter plaatse verrichten van verkoopactiviteiten is verzonden of uitgereikt, heeft het Gerecht terecht overwogen dat zij niet over een geldige vergunning op eigen naam voor haar verkoopactiviteiten beschikt. Dat, naar [appellante] stelt en zijdens de gezaghebber wordt betwist, de gezaghebber wel bedoeld heeft haar vergunning te verlenen, is, wat daar verder van zij, geen grond voor een ander oordeel.

Het betoog faalt.

2.4.3. Subsidiair betoogt [appellante] in dit verband dat zij gedurende een lange periode over een vergunning heeft beschikt, gesteld op de naam van haar rechtsvoorganger.

2.4.3.1. Daargelaten dat niet is gebleken dat de gezaghebber een vergunning, gesteld op de naam van de rechtsvoorganger van [appellante], geldend voor het jaar 2008 heeft verleend, faalt dit betoog, reeds omdat vergunningen ingevolge de EBOOBG op naam worden verleend en niet overdraagbaar zijn, zodat zij niet over een vergunning beschikt.

2.5. [Aappellante] betoogt voorts dat het Gerecht heeft miskend dat de gezaghebber, indien al bevoegd, in elk geval niet handhavend mocht optreden, omdat concreet zicht op legalisering bestaat, nu de gezaghebber het standpunt dat hij thans niet bereid is haar vergunning te verlenen, heeft gebaseerd op het rapport Standplaatsenbeleid Binnenstad van de Dienst Ruimtelijke Ontwikkeling en Volkshuisvesting van het Eilandgebied Curaçao (hierna: de DROV) uit 2002, doch dit rapport niet door de eilandsraad van het Eilandgebied Curaçao is goedgekeurd.

2.5.1. Ook dat betoog faalt. De gezaghebber is niet bereid aan [appellante] vergunning te verlenen voor haar verkoopactiviteiten op het Gomezplein, omdat vergunningverlening in strijd zou zijn met het gevoerde beleid dat is neergelegd in voormeld rapport. Volgens dit beleid is op het Gomezplein geen standplaats aanwezig.

In beginsel volstaat het enkele feit dat het daartoe bevoegde bestuursorgaan niet bereid is vergunning te verlenen voor het oordeel dat geen concreet zicht op legalisering bestaat.

Er bestaan voorts geen aanknopingspunten om op voorhand aan te nemen dat, indien vergunning zou worden verzocht en deze zou worden geweigerd, die weigering in rechte geen stand zou houden. Onder die omstandigheden bestaat geen concreet zicht op legalisering.

2.6. [Appellante] betoogt ook dat het Gerecht heeft miskend dat de gezaghebber zijn bevoegdheid tot handhavend optreden voor een ander doel heeft gebruikt dan waarvoor die is verleend.

2.6.1. Het Gerecht heeft in het in beroep aangevoerde terecht geen grond gevonden haar hierin te volgen. De beschikking van 2 september 2008, die er toe strekt dat handhavend wordt opgetreden tegen een overtreding van een verbod, als waartoe de gezaghebber in beginsel gehouden is, kan worden gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde motieven. Van een ander doel dan handhaving van dat verbod is niet gebleken. Het betoog faalt.

2.7. Het Gerecht heeft voorts in het in beroep aangevoerde terecht evenmin grond gezien voor het oordeel dat de gezaghebber, door de beschikking van 2 september 2008 te geven, zonder de besluitvorming op de door [appellante] ingediende vergunningaanvraag af te wachten, in strijd met het beginsel van fair play heeft beschikt, nu duidelijk was dat de gezaghebber niet voornemens is haar de gevraagde vergunning te verlenen.

2.8. Het betoog van [appellante] inzake schending van het gelijkheidsbeginsel, dat voor het eerst in hoger beroep is aangevoerd, is niet nader toegelicht, zodat dit betoog reeds om die reden niet kan slagen.

2.9. Het betoog van [appellante] dat het Gerecht ten onrechte artikel 10, eerste lid, onder a, van de EBOOBG bij de procedure heeft betrokken, faalt als gericht tegen een louter ten overvloede gegeven overweging.

2.10. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H.L. Wattel, Voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. P. van Dijk, Leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.

w.g. Wattel

Voorzitter

w.g. Martinez

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2009

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

voor deze,