Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BI7360

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
19-05-2009
Datum publicatie
11-06-2009
Zaaknummer
KG-126/08-H-449/08
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Vervolg op zaak van 6 januari 2009. Vooropgesteld moet worden dat BNA als openbaar lichaam door de LTBK is aangewezen om de zaken van FCIB af te wikkelen. Zij heeft de bevoegdheid om uitkeringen aan rekeninghouders te weigeren of op te schorten indien onzekerheid bestaat over de vraag of de gelden afkomstig kunnen zijn van of in verband kunnen staan met criminele transacties. Van die bevoegdheid kan zij gebruik maken zolang die onzekerheid niet is weggenomen. Bij BNA is een brief binnengekomen van HMRC met informatie waarin tegen Online gerezen bedenkingen en het onderzoek worden uiteengezet. Ook verwacht de onderzoeker (HMRC) op betrekkelijk korte termijn een procedure te kunnen aanvangen. Hof oordeelt dat de vordering van Online niet toewijsbaar is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

registratienr. [KG-126/08-H-449/08]

uitspraak 19 mei 2009

HET GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Vonnis in kort geding in de zaak van

de vennootschap naar buitenlands recht ONLINE CELULAR Y MULTIMEDIA S.L, gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,

appellante,

gemachtigde de advocaat mr. D.D. Zahavi,

tegen

de openbare rechtspersoon BANK VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN,

gevestigd te Curaçao,

geïntimeerde,

gemachtigde de advocaat mr. P.A. Brandsma.

De partijen worden hierna wederom aangeduid als Online en BNA.

1. Het verdere verloop van de procedure

Het hof heeft in deze zaak een tussenvonnis gewezen op 6 januari 2009. Voor het verloop van de procedure tot die datum wordt naar dat tussenvonnis verwezen.

Op 7 april 2009 heeft Online een akte houdende overlegging producties genomen, en BNA een akte uitlating. Op 28 april heeft Online een antwoord akte tevens houdende akte overlegging producties genomen, en BNA een akte uitlating. Vervolgens is vonnis gevraagd, dat is bepaald op heden.

2. Beoordeling

2.1 In het tussenvonnis heeft het hof in 4.5 en 4.6 overwogen:

<i>4.5 Vooropgesteld moet worden dat BNA als openbaar lichaam door de LTBK is aangewezen om de zaken van FCIB af te wikkelen. Zij heeft de bevoegdheid om uitkeringen aan rekeninghouders te weigeren of op te schorten indien onzekerheid bestaat over de vraag of de desbetreffende gelden afkomstig kunnen zijn van of in verband kunnen staan met criminele transacties. Van die bevoegdheid kan zij gebruik maken zolang die onzekerheid niet is weggenomen; dat maakt deel uit van de publieke taak waarmee zij is belast.

4.6 Dat betekent dat het niet uitsluitend gaat om de vraag of BNA, door uitkeringen aan bepaalde rekeninghouders te verrichten, zich schuldig zou maken aan het misdrijf van witwassen respectievelijk zich zou blootstellen aan strafvervolging, zoals Online lijkt te betogen; BNA moet aan de hand van de hierboven in 4.5 weergegeven maatstaven beslissen of zij tot uitkering over kan gaan. Voorzover de grieven van Online ervan uitgaan dat het alleen gaat om mogelijk strafbaar handelen door, of het risico van strafvervolging van BNA, moeten zij worden verworpen.</i>

Online stelt zich op het standpunt dat het hof daarmee buiten de rechtsstrijd is getreden dan wel de regels van een juiste procesorde heeft miskend, omdat BNA totdien als verweermiddel alleen had aangevoerd dat zij, door het doen van uitkeringen aan Online, mogelijkerwijs strafbaar zou kunnen handelen en zou blootstaan aan het risico van strafvervolging. Dat standpunt is echter niet juist. In het midden kan blijven of de in de zojuist geciteerde overwegingen bedoelde norm niet al besloten lag in het vóór het tussenvonnis door BNA gevoerde verweer; immers ook indien Online zulks niet zou hebben kunnen begrijpen, zou slechts sprake zijn van een aanvulling van de rechtsgronden, waartoe de rechter gehouden is, niet een aanvulling van feiten of omstandigheden. Evenmin is afbreuk gedaan aan een juiste procesorde. Ter zitting van 25 november 2008 is deze kwestie aan de orde geweest, en ook na het tussenvonnis heeft Online haar commentaar op dit punt kunnen weergeven, hetgeen zij ook heeft gedaan. Het hof ziet dan ook geen aanleiding op de bewuste overwegingen terug te komen.

2.2 In het tussenvonnis heeft het hof voorts, in 4.7, overwogen dat BNA nader onderzoek mocht verlangen en daarmee niet onrechtmatig jegens Online heeft gehandeld.

Naar aanleiding van de door het hof in het tussenvonnis gestelde vragen heeft BNA een brief met bijlagen van de solicitor van Her Majesty’s Commissioners for Revenue and Customs (hierna: HRMC) van 24 maart 2009 overgelegd. In die brief werd aan BNA medegedeeld, voor zover hier van belang:

<i>2.4 You will note from the enclosed that following the identification by our clients of the participation of a number of taxable persons in MTIC activity, namely [C., P., S., ] and Mr [P.]s. [Mr H.] was duly appointed as office holder with the purpose to investigate the participation of these insolvent entities in MTIC activity.

2.5 As a consequence of those investigations, [Mr H.] has concluded that Online has been engaged in a number of transactions which now may well give rise to the bringing by him of claims against Online on the basis of their assistance in MTIC activity of those entities of which he is office holder.

3. We understand that [Mr H.] is currently at an advanced stage of his investigations and that as a consequence it is entirely likely that he will be bringing claims against Online to recover sums unlawfully diverted from those insolvent estates over which he has been appointed office holder.</i>

2.3 Bij die brief is een toelichting gevoegd van de daarin genoemde [K.J. H.], waarin de tegen Online gerezen bedenkingen en het inmiddels verrichte onderzoek worden uiteengezet. BNA mag daarop afgaan, en het hof heeft ook op dit punt, ondanks de betwisting door Online van hetgeen door HMRC naar voren is gebracht, geen aanleiding om terug te komen op het oordeel weergegeven in het tussenvonnis onder 4.7. Uit de voormelde brief blijkt ook dat (de solicitor van) HMRC verwacht op betrekkelijk korte termijn (in the near future) een procedure te kunnen aanvangen. Onder deze omstandigheden kan BNA geen verwijt worden gemaakt dat zij onvoldoende aandringt op een voortvarende afwikkeling van het onderzoek.

2.4 De conclusie moet dan ook zijn dat de vordering van Online niet toewijsbaar is, en dat het bestreden vonnis moet worden bevestigd, met veroordeling van Online in de kosten van het hoger beroep.

3. Beslissing

Het hof

- bevestigt het bestreden vonnis;

- veroordeelt Online in de kosten van het hoger beroep, voor zover aan de zijde van BNA tot op heden gevallen begroot op NAF. 110,- aan verschotten en NAF. 37.000,- aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mrs. L.C. Hoefdraad, J. de Boer en W.P. Scheltema, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van het hof te Curaçao op 19 mei 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.