Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BI6922

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
19-05-2009
Datum publicatie
09-06-2009
Zaaknummer
KG-2929/07; H-263/08
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

In hoger beroep zaak tussen IP Globalcom. N.V. en het Land wordt IP niet-ontvankelijk verklaard wegens het feit dat er reeds een Lar-procedure aanhangig is en daarnaast een verzoek is gedaan die heeft te gelden als een verzoek om een beschikking bij de Gouverneur en de Minister van Algemene Zaken. Daarom is er in deze zaak geen taak voor de burgerlijke rechter weggelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnisdatum: 19 mei 2009

Zaaknummer: KG-2929/07; H-263/08

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

KORT GEDING

Vonnis in de zaak van:

de openbare rechtspersoon

HET LAND ARUBA,

zetelend in Aruba,

oorspronkelijk gedaagde, thans appellant,

gemachtigden: mr. A.J. Swaen en D.M. Passchier,

– tegen –

de naamloze vennootschap

IP GLOBALCOM N.V., voorheen genaamd CAFÉ INTERNET N.V.,

gevestigd in Aruba,

oorspronkelijk eiseres, thans geïntimeerde,

gemachtigde: voorheen mr. J.M. de Cuba, thans A.C.G. Bikker.

Partijen worden hierna “het Land” en “IP” genoemd.

1. Het verdere verloop van de procedure

Bij vonnis van 24 maart 2009 heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van akten. Het Land heeft bij brief van 15 april 2009 producties overgelegd. Partijen hebben ter zitting op 21 april 2009 beide een akte met producties genomen. Vervolgens is wederom vonnis gevraagd, waarvan de uitspraak is bepaald op heden.

2. De verdere beoordeling

2.1 Het Hof blijft bij de in voornoemd vonnis gegeven oordelen en overweegt in aanvulling op hetgeen in dat vonnis daartoe is overwogen naar aanleiding van hetgeen partijen nadien naar voren hebben gebracht nog het volgende.

2.2 Uit de door IP gestelde feiten en omstandigheden kan niet worden geconcludeerd dat in redelijkheid niet van haar kan worden verlangd dat zij met betrekking tot het onderhavige onderwerp gebruik maakt van de Lar-procedure. Daarbij dient mede in aanmerking te worden genomen dat, zoals reeds overwogen onder rechtsoverweging 2.8 van voornoemd vonnis, reeds een Lar-procedure aanhangig is tussen IP en de Minister van Algemene Zaken terzake van de afwijzing van haar verzoek om haar een concessie ingevolge artikel 2 van de Ttv te verlenen. Voorts is gebleken dat IP bij brief van 10 november 2006 de Gouverneur en de Minister van Algemene Zaken heeft verzocht haar ingevolge artikel 4 van de Ttv toestemming te verlenen voor het aanleggen, in bezit hebben en gebruiken van een (of meerdere van de) “Tecom GSM FCT-Trunk fixed GSM-cellular terminal(s)”. Dat verzoek heeft te gelden als een verzoek om een beschikking te geven als bedoeld in artikel 2 van de Lar. Gelet op het bepaalde in artikel 9 gelezen in verbinding met artikel 23 van de Lar en in artikel 54 van de Lar is tegen de (al dan niet fictieve) afwijzing van dat verzoek een Lar-procedure mogelijk. Een en ander betekent dat in de onderhavige zaak geen taak voor de burgerlijke rechter is weggelegd.

2.3 Aan dit oordeel draagt bij dat IP met de Lar-procedure hetzelfde resultaat kan bereiken als zij nastreeft met de in de onderhavige zaak ingestelde vordering. Bij wijze van voorlopige voorziening kan in de Lar-procedure immers zo nodig worden bepaald dat IP moet worden beschouwd als houder van de verzochte toestemming/concessie. Daarmee bereikt IP dat zij, zoals gevorderd, de gsm-gateways mag invoeren en voor zichzelf en voor haar klanten gebruiken.

2.4 Aan het voorgaande doet niet af dat als reactie op het verzoek van IP om twee gsm-gateways in te voeren de douane-inspecteur IP mondeling heeft bericht dat de gsm-gateways niet worden toegelaten, tegen welke mededeling op zichzelf geen Lar-procedure open staat nu een beschikking als bedoeld in artikel 2 van de Lar schriftelijk wordt gegeven. Bedoelde mededeling hangt immers nauw samen met de afwijzing van het verzoek om toestemming/concessie zijdens het Land, mede gelet op het feit dat ingevolge artikel 8 van de Ttv overtreding van artikel 2 van de Ttv en van artikel 4 van de Ttv strafbaar is. Die samenhang is zodanig nauw dat het mondelinge bericht van de douane-inspecteur in de onderhavige zaak niet de weg naar de burgerlijke rechter kan openen.

2.5 Gelet op de uitkomst van deze procedure behoeven de grieven geen bespreking.

2.6 Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd. IP zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Zij dient als de in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep. Het Hof acht termen aanwezig om geen kosten te liquideren voor de door het Land genomen akte.

BESLISSING:

Het Hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

verklaart IP niet-ontvankelijk in haar vordering;

veroordeelt IP in de kosten van het geding aan de zijde van het Land gevallen en tot op heden begroot op:

- in eerste aanleg: Afl. 1.500,- aan salaris gemachtigde;

- in hoger beroep: Afl. 900,- aan griffierechten, Afl. 213,- aan exploitkosten en Afl. 5.100,- aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, H.L. Wattel en J.P. de Haan, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 19 mei 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.