Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BI6864

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
26-05-2009
Datum publicatie
08-06-2009
Zaaknummer
AR.485/07 – H.461/08
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Caribbean Cartographics N.V. eist, behalve een verklaring voor recht, een aan geïntimeerden of anderen, onder verbeurte van een dwangsom, op te leggen gebod om het op de markt brengen van gratis wegenkaarten te staken en de reeds op de markt gebrachte kaarten te herroepen en te vernietigen. Hof is van oordeel dat dit geen geval van onrechtmatige werknemersconcurrentie of oneerlijke mededinging is. Evenmin kan er aanspraak worden gemaakt op auteursrechtelijke bescherming, de kaarten vertonen genoeg verschillen. Het Hof wijst de vordering af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0461
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Registratienr. AR.485/07 – H.461/08

Uitspraak 26 mei 2009

HET GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Vonnis in de zaak van

de naamloze vennootschap CARIBBEAN CARTOGRAPHICS N.V,

gevestigd te Curaçao,

appellante,

gemachtigden mr. J.A. de Baar en mr. R.R. Engels,

tegen

1. [C.K.]

2. [R.L.],

beiden te dezer zake woonplaats gekozen hebbende ten kantore van hun gemachtigden,

geïntimeerden,

gemachtigden mr. F.B.M. Kunneman, mr. C.A.D. Jänsch en mr. M.M. den Boogert.

De appellante wordt hierna ook aangeduid als CC en de geïntimeerden als [C.K.] en [R.L.].

1. Het verloop van de procedure

CC is bij akte van appèl, ingediend op 22 mei 2008, in hoger beroep gekomen van het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, gewezen op 14 april 2008 tussen haar als eiseres en [C.K.] en [R.L.] als gedaagden.

Partijen hebben een memorie van grieven en een memorie van antwoord ingediend. Vervolgens hebben zij hun zaak op 14 april 2009 mondeling doen bepleiten door hun gemachtigden aan de hand van door hen overgelegde pleitnota’s. Tenslotte hebben partijen vonnis gevraagd, dat is bepaald op heden.

2. Feiten

Het GEA heeft in het vonnis waarvan beroep onder 2.1 tot en met 2.7 een aantal feiten als tussen partijen vaststaand aangemerkt. Tegen die vaststelling zijn partijen niet opgekomen en heeft het hof ambtshalve geen bezwaren, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

3. Beoordeling

3.1 CC exploiteert een cartografisch bedrijf, dat onder meer een kaart van Curaçao onder de naam Drive & Dive Road Map op de markt brengt, die tegen betaling aan het publiek wordt aangeboden (NAF. 10,50). Direkteur en enig aandeelhouder van CC is [directeur] (hierna: [directeur])

3.2 [C.K.] is in oktober 2004 in dienst getreden bij CC, aanvankelijk als bode, en vanaf maart 2005 als general manager. Dat dienstverband is per 30 juni 2006 beëindigd. [directeur] verbleef gedurende die periode in het buitenland.

3.3 Op 17 januari 2007 heeft [C.K.] een eenmanszaak onder de naam Kris Kras Publishing opgericht met de bedoeling onder de naam Smart D®iving Road Map een kaart van Curaçao te vervaardigen en op de markt te brengen; deze kaart werd via hotels en autoverhuurbedrijven gratis aan het publiek aangeboden.

3.4 [R.L.] heeft vanaf 24 februari 2006 tot 25 juni 2006 als stageaire bij CC gewerkt, en vanaf maart 2007 tot 7 mei 2007, eveneens als stageaire, bij Kris Kras Publishing. Bij CC heeft zij zich onder meer bezig gehouden met onderzoek naar de mogelijkheid een zogenaamde jumbomap uit te brengen, een groot formaat kaart, bestemd om in hotels en dergelijke gelegenheden aan de muur te bevestigen.

3.5 CC heeft op 3 mei 2007 een aantal handelsnamen bij de Kamer van Koophandel doen registreren, waaronder de naam Smart Drive Road Map. [C.K.] heeft op 10 mei 2007 het merk Smart Dr®iving bij het Bureau Intellectueel Eigendom van de Nederlandse Antillen laten registreren.

3.6 CC stelt zich op het standpunt dat [C.K.] en [R.L.] onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld dan wel jegens haar wanprestatie hebben gepleegd door, kort weergegeven, op ongeoorloofde wijze gebruik te maken van de kennis en ervaring, die zij bij CC hadden verworven, en eveneens van de bedrijfsgegevens van CC aangaande diens zakenrelaties en de wijze waarop deze werden benaderd, en dat zij zich voorts schuldig hebben gemaakt aan slaafse nabootsing dan wel inbreuk op aan CC toekomende auteursrechten. Zij vorderde ter zake daarvan een verklaring voor recht, en voorts een aan [C.K.] en [R.L.], onder verbeurte van een dwangsom, op te leggen verbod tot het op de markt brengen van de gratis wegenkaarten. Het GEA heeft die vorderingen afgewezen.

Bij memorie van grieven heeft CC haar eis gewijzigd aldus dat zij, behalve een verklaring voor recht, een aan [C.K.] en [R.L.] of anderen, onder verbeurte van een dwangsom, op te leggen gebod vordert om het op de markt brengen van de gratis wegenkaarten te staken en de reeds op de markt gebrachte kaarten te herroepen en te vernietigen.

CC komt tegen het bestreden vonnis op onder aanvoering van negen grieven.

3.7 Tussen partijen is niet in geschil dat het [C.K.] en [R.L.] in beginsel vrijstond om na beëindiging van hun dienstbetrekking, respectievelijk stage, bij CC een onderneming op te richten, of daarbij betrokken te zijn, die CC concurrentie zou kunnen aandoen. CC voert echter aan dat zich in dit geval omstandigheden hebben voorgedaan, die maken dat de gedragingen van [C.K.] en [R.L.] als onrechtmatige werknemersconcurrentie dan wel wanprestatie moeten worden aangemerkt. Het GEA heeft geconstateerd dat CC zich in dit verband heeft beroepen op een aantal (bijzondere) omstandigheden, en geoordeeld dat die omstandigheden de vorderingen van CC niet kunnen dragen. Tegen dat oordeel, en tegen de opsomming door het GEA van de omstandigheden die door CC zijn aangevoerd, zijn de grieven één tot en met vier gericht, die gezamenlijk kunnen worden behandeld.

3.8 Het GEA heeft de navolgende verwijten, kort weergegeven, van CC onderzocht: a) [C.K.] heeft de werksfeer bij CC negatief beïnvloed, b) [C.K.] wilde een vrijwel identiek product als dat van CC op de markt brengen, c) [C.K.] heeft het product van CC publiekelijk als inferieur bestempeld, d) [C.K.] en [R.L.] gebruiken een verkooppakket dat vrijwel identiek is aan dat van CC, e) [C.K.] biedt zijn product aan bij klanten van CC, f) [C.K.] en [R.L.] maken gebruik van de diensten van [cartograaf], een cartograaf die bij CC heeft gewerkt, g) de kaart van Kris Kras Publishing komt sterk overeen met die van CC, en h) [C.K.] ageert via de media tegen CC en verspreidt lasterpraatjes.

Het hof is van oordeel dat het GEA op juiste gronden, die het hof tot de zijne maakt, heeft geoordeeld dat hetgeen CC te dezer zake heeft gesteld geen onrechtmatige werknemersconcurrentie of oneerlijke mededinging oplevert. Daarbij is ook nog het volgende van belang.

3.9 De omstandigheden genoemd onder a, c en h zijn niet relevant omdat deze de vorderingen van CC niet kunnen dragen, ook niet indien, zoals CC ingang wil doen vinden, alle door haar gestelde feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang moeten worden beoordeeld. Ook indien [C.K.] en [R.L.] op dit punt onrechtmatig zouden hebben gehandeld kan dat immers niet leiden tot het door CC gevorderde. Hetzelfde geldt voor het door [C.K.] en [R.L.] aan adverteerders aangeboden verkooppakket; dat zou anders kunnen zijn, indien bij die adverteerders verwarring zou kunnen ontstaan over de identiteit van de aanbieder - CC dan wel Kris Kras Publishing. Dienaangaande is echter niets gesteld of gebleken.

Ook het werven van advertenties bij ondernemingen die ook klant zijn van CC is op zichzelf niet onrechtmatig. Daarbij moet worden aangetekend dat [C.K.] niet alleen gemotiveerd heeft betwist de desbetreffende gegevens te hebben overgenomen van CC, maar tevens, onweersproken door CC, erop heeft gewezen dat de contactgegevens van de doelgroep (potentiële adverteerders) via verschillende openbare bronnen verkrijgbaar zijn (het gaat daarbij, gezien de beperkte omvang van Curaçao, om alle bedrijven binnen de doelgroep).

Evenmin is in te zien waarom [C.K.] en [R.L.] geen gebruik zouden mogen maken van de diensten van de voormalige cartograaf van CC. De overige twee bovengenoemde verwijten (sub b en g) zijn eveneens ongegrond, zoals blijkt uit hetgeen hieronder met betrekking tot de grieven zes tot en met acht wordt overwogen.

3.10 In het hoger beroep heeft CC voorts nog op het volgende gewezen.

Zij stelt dat [C.K.] al zijn kennis en ervaring op het gebied van de vervaardiging en het op de markt brengen van kaarten heeft opgedaan als werknemer bij CC. Dat betekent echter niet dat hij die kennis en ervaring niet in een andere werkkring zou mogen aanwenden, ook indien die andere werkkring concurrerend is met CC.

Zij stelt voorts dat [C.K.] en [R.L.] gebruik maken van marktonderzoek dat door [R.L.] is verricht. De stellingen van CC te dezer zake zijn te vaag. CC brengt in dit verband het door [R.L.] gedane onderzoek betreffende een jumbomap ter sprake (zie hierboven 3.4), maar dat is een ander project dan de door Kris Kras Publishing gelanceerde Smart D®iving Road Map.

[C.K.] heeft volgens CC voorts gebruik gemaakt van een moederkaart, door CC verkregen bij het kadaster, die [C.K.] bij zijn vertrek bij CC of voordien heeft meegenomen, volgens CC zonder maar volgens [C.K.] met haar toestemming. Deze kwestie is echter niet relevant, aangezien die kaart voor iedereen tegen een betrekkelijk gering bedrag verkrijgbaar is. Evenmin relevant is de vraag of [C.K.] van de Dienst Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting de volgens CC vereiste toestemming heeft verkregen om de moederkaart te gebruiken voor zijn Smart D®iving Road Map. Dat toestemming van die dienst nodig is, is niet onderbouwd. Bovendien, indien die toestemming nodig is levert dat niet zonder meer een onrechtmatige daad op jegens CC.

De conclusie moet dan ook zijn dat de eerste vier grieven moeten worden verworpen.

3.11 De vijfde grief klaagt erover, samengevat, dat [R.L.], die gebonden was aan een met CC contractueel overeengekomen geheimhoudingsplicht, ten behoeve van Kris Kras Publishing gebruik heeft gemaakt van vertrouwelijke gegevens van CC.

Zoals ook ter zitting van 14 april 2009 is gebleken beschikte [R.L.] niet over vertrouwelijke gegevens, die niet ook al aan [C.K.] bekend waren, of waartoe hij in ieder geval toegang had in zijn hoedanigheid van general manager bij CC, en aan wie geen geheimhoudingsplicht was opgelegd. CC heeft geen specifieke gegevens genoemd van een zodanig vertrouwelijke aard dat het gebruik maken daarvan door [C.K.], anders dan ten behoeve van CC, ook zonder een uitdrukkelijk geheimhoudingsbeding ongeoorloofd zou zijn.

De vijfde grief moet dan ook worden verworpen.

3.12 Met haar zesde en zevende grief betoogt CC dat haar product Drive & Dive Road Map auteursrechtelijke bescherming geniet; in haar achtste grief voert zij aan dat de Smart D®iving Road Map een slaafse nabootsing is van de Drive & Dive Road Map. Deze grieven kunnen gezamenlijk worden behandeld.

3.13 De maker van een wegenkaart kan alleen dan aanspraak maken op auteursrechtelijke bescherming indien sprake is van een zekere mate van originaliteit en creativiteit,waarop met een ander product wordt voortgeborduurd, dan wel indien een ander product, of één of meer delen daarvan, rechtstreeks van die wegenkaart zijn gekopieerd. Uit de aard van de zaak volgt dat de topografische gegevens en al hetgeen daarmee verband houdt, zoals de aanduiding van plaats- en straatnamen, zich niet lenen voor auteursrechtelijke bescherming. Ook op het formaat van de kaart rust geen auteursrecht. De in de Smart D®iving Road Map opgenomen registers van straatnamen, hotels, stranden en andere locaties vertonen uiteraard wel overeenkomsten, maar ook verschillen, en kunnen niet worden aangemerkt als kennelijk van de Drive & Dive Road Map te zijn gekopieerd. Het hof is dan ook van oordeel dat CC in dit opzicht geen aanspraak kan maken op auteursrechtelijke bescherming.

3.14 Ook het verwijt van CC betreffende slaafse nabootsing is naar het oordeel van het hof ongegrond. Daarbij is allereerst van belang dat ook in dat geval sprake zou moeten zijn van een zekere mate van originaliteit in die zin dat het nagebootste product zich moet onderscheiden van andere, eerder op de markt gebrachte, producten. Dat vereiste geldt niet alleen voor andere wegenkaarten van Curaçao, maar voor wegenkaarten in het algemeen. De wijze waarop in de Drive & Dive Road Map gebruik wordt gemaakt van kleuren, de aanduiding van steden, dorpen, wegen en andere topografische gegevens, onderscheidt zich niet wezenlijk van die waarmee tal van andere wegenkaarten plegen te worden opgemaakt, zodat dit onderscheidend element bij de Drive & Dive Road Map niet aanwezig is.

Eveneens van belang is dat het, om slaafse nabootsing te vermijden, niet nodig is om in alle gevallen, waarin - zonder afbreuk te doen aan de deugdelijkheid en bruikbaarheid van het product - een van een eerder product afwijkende mogelijkheid bestaat, steeds voor die andere mogelijkheid te kiezen, zoals CC lijkt te betogen; voldoende is dat op zodanige punten wordt afgeweken dat in redelijkheid alles is gedaan om verwarring te vermijden.

Dit één en ander in aanmerking nemende is het hof van oordeel dat enerzijds de overeenkomsten tussen de beide kaarten grotendeels zijn toe te schrijven aan de topografische en andere gegevens, die een functionele betekenis hebben, terwijl anderzijds verschillen bestaan in de lay-out, de wijze waarop de kaart wordt gevouwen, de gebruikte kleuren, de lettertypen en de symbolen, die voldoende zijn om verwarring te voorkomen. Ook de totaalindruk van de twee kaarten is verschillend.

Dit betekent dat de zesde, zevende en achtste grief falen.

3.15 In haar negende grief bestrijdt CC het oordeel van het GEA dat het deponeren van het merk Smart D®iving niet te kwader trouw is geschied.

Ook deze grief treft geen doel. Het merk conflicteert niet met de door CC gebruikte handelsnaam Drive & Dive Map of Drive & Dive Road Map, omdat de woorden “drive” en “map” of “road map” voor een wegenkaart geen onderscheidend vermogen hebben. De omstandigheid dat D®iving ook zou kunnen worden gelezen als “diving”, zoals CC aanvoert, brengt niet teweeg dat bij het publiek verwarring kan ontstaan tussen deze twee benamingen.

Wel is verwarring mogelijk, en zelfs waarschijnlijk, tussen Smart D®iving Road Map en de door CC op 3 mei 2007 gepubliceerde handelsnaam Smart Drive Road Map. Dienaangaande heeft [C.K.] gesteld dat CC die handelsnaam niet eerder had gebruikt. Die stelling wordt ondersteund door verklaringen van drie voormalige werknemers van CC (de heer [cartograaf], mevrouw [voormalige werknemer 1] en mevrouw [voormalige werknemer 2]), volgens welke verklaringen de betrokkenen de naam Smart Driving Road Map nooit eerder hadden gehoord. CC betwist de juistheid van die verklaringen, maar indien juist is dat bij haar al eerder dan op 3 mei 2007, dat wil zeggen kort nadat zij had vernomen dat [C.K.] een kaart onder de naam Smart Driving Road Map op de markt zou brengen, het voornemen zou hebben bestaan die naam zelf voor een nieuw product te gebruiken, zou het op haar weg hebben gelegen zulks aan de hand van besprekingsverslagen, correspondentie of anderszins aannemelijk te maken, en tevens om duidelijk te maken wanneer dat voornemen bij haar was ontstaan en welke actie in dat verband was ondernomen. Nu zij dit alles heeft nagelaten moet het ervoor worden gehouden dat het bestreden oordeel van het GEA juist is.

4. Slotsom

Alle grieven moeten worden verworpen. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die, bij gebleken juistheid, tot een ander oordeel kunnen leiden. Het bestreden vonnis zal worden bevestigd, met veroordeling van CC in de proceskosten.

5. Beslissing

Het hof

- bevestigt het bestreden vonnis;

- veroordeelt CC in de kosten van het hoger beroep, voor zover tot op heden aan de zijde van [C.K.] en [R.L.] gevallen begroot op NAF. 407,13 aan verschotten en NAF. 12.400,- aan salaris van de gemachtigden.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, H.L. Wattel en W.P. Scheltema, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en uitgesproken ter openbare zitting van het hof te Curaçao op 26 mei 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.