Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BI1693

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
26-03-2009
Datum publicatie
21-04-2009
Zaaknummer
HAR 25/2009
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Betreft verzoek dat niet-ontvankelijk wordt verklaard. Het verzoek betreft de vraag om schadevergoeding wegens onrechtmatige voorlopige hechtenis. De advocaat heeft dat verzoek ingediend, dit verzoek was niet mede-ondertekend door de gewezen verdachte en dat kan niet. Vertegenwoordiging is volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad niet toegelaten. De advocaat, die na het einde van de zaak niet meer als raadsman optreedt, is niet bevoegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum beschikking: 16 april 2009

Nummer: HAR 25/2009

HET GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

B E S C H I K K I N G

Deze beschikking is gegeven op het verzoek ex artikel 178 Wetboek van Strafvordering door en in de zaak van:

[verzoekster], (hierna te noemen “verzoekster”),

geboren in Brits Guyana op [datum] 1960,

wonende op Curaçao,

gemachtigde: mr. S.J. Fontein.

1. Het procesverloop

1.1. Op 4 maart 2009 is namens verzoekster ter griffie van het Hof een verzoekschrift ingediend strekkende tot vergoeding van schade als gevolg van ondergane onrechtmatige voorlopige hechtenis, subsidiair op grond van de op redelijkheid en billijkheid gebaseerde schadevergoeding als gevolg van ondergane rechtmatige voorlopige hechtenis.

1.2. De behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden in raadkamer van 31 maart 2009. Verschenen en gehoord zijn de gemachtigde van verzoekster, mr. S.J. Fontein, alsmede de (waarnemend) procureur-generaal, mr. A.C. van der Schans, die tot niet-ontvankelijkheid subsidiair afwijzing van het verzoek heeft geconcludeerd. Beschikking is aangezegd en bepaald op heden.

2. De feiten

Verzoekster is op 20 september 2006 aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van, kort gezegd, valsheid in geschrifte. Op 6 oktober 2006 is de voorlopige hechtenis van verzoekster terzake dit feit opgeheven. Bij vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curacao, van 11 april 2007 werd verzoekster vrijgesproken van de aan haar tenlastegelegde feiten. Bij vonnis van dit Hof van 21 augustus 2007 is dit vonnis bevestigd.

Tot slot heeft de Hoge Raad bij arrest van 10 februari 2009 het cassatieberoep in deze zaak verworpen.

3. De beoordeling

<i>De ontvankelijkheid</i>

3.1. Het verzoek is tijdig doch niet op de juiste wijze ingediend. Anders dan de raadsman stelt oordeelt het Hof dat een verzoek ex artikel 178 van het Wetboek van Strafvordering in beginsel alleen door de gewezen verdachte of zijn erfgenamen kan worden ingediend. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is vertegenwoordiging daarbij niet toegelaten. De advocaat, die na het einde van de zaak niet meer als raadsman optreedt, is niet bevoegd het verzoekschrift namens de gewezen verdachte te ondertekenen en in te dienen. Het verzoek zal derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

De beslissing

Het Hof,

Verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven op 16 april 2009 op Curaçao door mrs. J.R. Sijmonsma, J. de Boer en H.L. Wattel, leden van voormeld Hof, in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.J. Hart.