Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BI1679

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
16-04-2009
Datum publicatie
21-04-2009
Zaaknummer
H-33/09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging en mishandeling van zijn vriendin met wie hij relatieproblemen had. Hof oordeelt dat aan de strafwaardigheid bijdraagt dat hij een politieambtenaar is en hij daarbij tevens zijn dienstwapen heeft gebruikt. Verdachte is bovendien al eerder disciplinair gestraft wegens een vuurwapenincident. Hij krijgt 1 jaar voorwaardelijk, met 3 jaar proeftijd, 240 uur dienstverlening en mag 3 jaar geen politieambtenaar zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Zaaknummer: H-33/09

Parketnummer: 100.00402/08

Uitspraak: 16 april 2009

Tegenspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

S T R A F V O N N I S

gewezen in het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten, van 25 november 2008

in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [datum] 1975 op Curaçao,

wonende te [adres], Sint Eustatius.

<u>Het onderzoek ter terechtzitting</u>

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 25 november 2008, zoals daarvan blijkt uit het proces-verbaal van die terechtzitting, alsmede van dat in hoger beroep van 26 maart 2009 op Curaçao.

Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de (waarnemend) procureur-generaal, mr. A.C. van der Schans, en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. S.A. Carmelia naar voren is gebracht.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en opnieuw rechtdoende de verdachte terzake van feit 1 en feit 2 subsidiair zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met 2 jaar proeftijd. Tevens heeft de procureur-generaal gevorderd dat het Hof de verdachte zal ontzetten van het recht om het ambt van politieambtenaar te bekleden voor de duur van 2 jaar.

In eerste aanleg is de verdachte terzake van feit 1 en feit 2 subsidiair veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar, met de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens de Stichting Reclassering Curaçao, ook als dat inhoudt dat de verdachte 240 uur dienstverlening moet verrichten. Tevens is de verdachte ontzet van het recht om het ambt van politieambtenaar te bekleden voor de duur van 2 jaar.

<u>De tenlastelegging</u>

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen staat vermeld in de dagvaarding in eerste aanleg. Van deze dagvaarding is een fotokopie aan dit vonnis gehecht. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.

<u>Omvang hoger beroep</u>

Alleen de verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Dit beroep is niet gericht tegen de vrijspraak van feit 3 en feit 4. In zoverre is derhalve het vonnis waarvan beroep niet aan beoordeling in hoger beroep onderworpen.

<u>Het vonnis waarvan beroep</u>

Het Hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen nu het tot andere beslissingen komt.

<u>Vrijspraak </u>

Het Hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 2 primair aan de verdachte is tenlastegelegd zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

<u>De bewezenverklaring</u>

Wettig en overtuigend wordt bewezen geacht hetgeen aan de verdachte ten laste is gelegd onder 1 en 2 subsidiair, met dien verstande:

1. dat hij op het Nederlands Antilliaanse gedeelte van het eiland Sint Maarten, op 17 juli 2008 [slachtoffer P] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte, daar en toen, opzettelijk die [slachtoffer P] dreigend de woorden toegevoegd:

“mi ta bai elimina tur hende, si no awor aki ora mi topa nan”, en

“as sure as I pound on this jeep I will kill he and you and that’s a promise”,

althans woorden van soortgelijke dreigende strekking en/of betekenis, en daar en toen opzettelijk dreigend die [slachtoffer P] een pistool getoond;

2. subsidiair, dat hij op het Nederlands Antilliaanse gedeelte van het eiland Sint Maarten, op 17 juli 2008 opzettelijk gewelddadig [slachtoffer P] heeft mishandeld door toen en daar opzettelijk gewelddadig de keel van die [slachtoffer P] dicht te knijpen en dichtgeknepen te houden, waardoor genoemde [slachtoffer P] pijn heeft ondervonden.

Het Hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

<u>De bewijsmiddelen</u>

Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de volgende bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring:

1. een proces-verbaal van politie d.d. 22 juli 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de opsporingsambtenaren P.J. Hek en L.H. Naar, beiden landsrechercheur, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van het slachtoffer [slachtoffer P]:

Op 17 juli omstreeks 03:00 uur in de ochtend kwam brigadier [verdachte] bij mij aan de deur. Ik heb hem aangesproken en de deur weer dichtgedaan. Doordat hij op de deurknop bleef hameren met iets, ik denk zijn vuurwapen, heb ik de deur weer geopend en ben ik naar buiten gegaan. Ik heb vervolgens hoofdinspecteur [naam] gebeld. Hij heeft in het Papiaments met [verdachte] gesproken. Ik heb kunnen verstaan dat [verdachte] heeft geroepen: “mi ta bai elimina tur hende, si no awor aki ora mi topa nan”. Ik begreep uit deze woorden dat [verdachte] heeft gezegd dat hij mij en anderen zou vermoorden, nu of wanneer hij ons zou tegenkomen. Tijdens het praten met [hoofdinspecteur] liep [verdachte] de trap af en ging naast een jeep staan. Hij riep toen op luide toon in het Engels: “As sure as I pond on this jeep I will kill he and you and that is a promise”. Ik voelde mij hierdoor bedreigd. Hij liep naar mij toe en trok wederom zijn vuurwapen. Vervolgens heeft hij mij met zijn rechterhand gewurgd. Van de verwurging kwam ik in ademnood.

2. een proces-verbaal van politie d.d. 22 juli 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de opsporingsambtenaren L.M. Dolorita en H.R. Gustina, beiden landsrechercheur, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van de verdachte:

Op 17 juli 2008 ging ik naar het appartement van [slachtoffer P], bijgenaamd Lexus. Lexus stapte naar buiten en deed de deur op slot. Ik vroeg haar of ze de deur open wilde doen, maar ze antwoordde niet. Ik liep naar mijn auto en haalde mijn dienstpistool. Ik richtte het pistool op het slot van de deur en vuurde een schot af op het slot. Daarna richtte ik het pistool in de lucht en vuurde een waarschuwingsschot af. Mijn bedoeling was om haar op die manier angst aan te jagen. Ik greep haar met mijn rechterhand bij de keel vast. Ik zag dat Lexus begon te huilen. Terwijl ik met haar sprak hield ik het pistool in mijn linkerhand. Terwijl ik sprak zwaaide ik het pistool tussen haar en mijn borststreek.

3. een proces-verbaal van politie d.d. 21 juli 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de opsporingsambtenaar C.M. John, hoofdinspecteur van politie bij het Korps Politie Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant:

Ik hoorde dat [verdachte] met zijn handen op de auto sloeg terwijl hij iets tegen [slachtoffer P] schreeuwde.

<u>Nadere bewijsoverweging</u>

Het Hof acht bewezen dat het slachtoffer pijn heeft ondervonden als gevolg van het dichtknijpen van haar keel door de verdachte. Uit de verklaring van het slachtoffer blijkt dat zij hierdoor in ademnood kwam. Daarnaast kan het niet anders zijn dan dat het slachtoffer door het zodanig dichtknijpen van haar keel dat zij in ademnood kwam pijn aan haar keel heeft gehad.

<u>Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten</u>

Het bewezene levert op:

1

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,

strafbaar gesteld bij artikel 298 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen,

2 subsidiair

mishandeling,

strafbaar gesteld bij artikel 313 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen.

De feiten zijn strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die deze strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

<u>Strafbaarheid van de verdachte</u>

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

<u>De op te leggen straf</u>

Bij de bepaling van de straf heeft het Hof gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging en mishandeling van een vrouw met wie hij een relatieprobleem had. Hij is midden in de nacht onder invloed van alcohol naar haar appartement gegaan. Daar heeft hij haar dreigend een pistool laten zien en heeft hij bedreigende taal geuit. Ook heeft hij haar keel zo dichtgeknepen dat zij in ademnood kwam. Aldus heeft de verdachte inbreuk gemaakt op het recht op lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

Aan de strafwaardigheid daarvan draagt bij dat de verdachte een politieambtenaar is die de bedreiging heeft gepleegd met behulp van zijn dienstwapen. Hij heeft dit wapen zichtbaar voor haar gehouden, nadat hij ermee in de lucht had geschoten om het slachtoffer angst aan te jagen en op het slot van de deur van haar appartement had geschoten. Door zijn dienstwapen aldus voor persoonlijke doeleinden te gebruiken heeft hij er op dat moment blijk van gegeven de verantwoordelijkheid van het ambt van politieambtenaar niet te kunnen dragen.

In het nadeel van de verdachte houdt het Hof er rekening mee dat hij in 2003 als politieambtenaar disciplinair is gestraft met een geldboete wegens een eerder vuurwapenincident.

Ook is van belang dat uit de over de verdachte uitgebrachte rapportage van de psycholoog G.M. Wedervoort blijkt dat bij hem sprake is van risicofactoren wat betreft geweld, waaronder stress door relationele problemen, alcoholmisbruik en het omgaan met wapens.

Alles afwegende is het Hof met eenparigheid van stemmen van oordeel dat aan de verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden dient te worden opgelegd, met als bijzondere voorwaarde dienstverlening, en dat de verdachte dient te worden ontzet van het recht om het ambt van politieambtenaar te bekleden voor de duur van drie jaren, waarbij in aanmerking is genomen dat op grond van artikel 34 lid 1 aanhef en onder 2 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen de ontzetting de duur van de hoofdstraf met tenminste twee jaren te boven dient te gaan.

Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel moeten leiden, worden niet aanwezig geacht.

<u>De toepasselijke wettelijke voorschriften</u>

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 17a, 17b, 17c, 17d, 31, 32, 34 en 59 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen.

RECHTDOENDE IN NAAM DER KONINGIN

Het Hof:

vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten, van 25 november 2008 en doet opnieuw recht:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd onder 2 primair en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en 2 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezene als vorenomschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op 3 (drie) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel zich gedurende die proeftijd zich op een andere wijze heeft misdragen of gedurende die proeftijd de hierna gestelde bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren onbetaalde werkzaamheden in het kader van dienstverlening zal verrichten volgens de voorschriften en de aanwijzingen te geven door of namens de Stichting Reclassering Curaçao, welke werkzaamheden dienen te zijn aangevangen binnen 1 maand na het onherroepelijk worden van dit vonnis en binnen 9 maanden na aanvang dienen te zijn voltooid, met opdracht aan de Stichting Reclassering Curaçao als bedoeld in artikel 17d van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen;

ontzet de verdachte van het recht om het ambt van politieambtenaar te bekleden voor de duur van 3 (drie) jaren;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mrs. De Haan, Sijmonsma en Wattel, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, en ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao uitgesproken op 16 april 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.