Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BH9804

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
24-03-2009
Datum publicatie
02-04-2009
Zaaknummer
AR 714/99, H-121/2002
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg op NJ 2008, 401. Betreft schadeberekening na letselschade. Na terugverwijzing van de Hoge Raad stelt het Hof dat rekening moet worden gehouden met het Ergonomics-rapport. Gezien de memorie na cassatie van de geïntimeerde partij lijkt deze zich onvoldoende ervan bewust te zijn geweest dat het Hof, door uitspraak van de HR het hele rapport met alle bedragen in de beoordeling zal betrekken. Zij zal alsnog in de gelegenheid worden gesteld hiermee rekening te houden. Dan kan ook toelichting gegeven worden hoe en of er rekening is gehouden met vergoeding voor overwerk en kan zij haar voorstel toelichten over de verrekening van de immateriële schade. Iedere beslissing wordt aangehouden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

UITSPRAAK: 24 maart 2009

ZAAKNR.: AR 714/99; H-121/2002

HET GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Vonnis in de zaak van:

[appellant],

wonende in Aruba,

oorspronkelijk eiser, thans appellant,

gemachtigde: mr. E. Duijneveld,

- tegen -

de naamloze vennootschap

THIEL CORPORATION N.V.,

gevestigd in Aruba,

oorspronkelijk gedaagde, thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. F.A. Gibbs.

Partijen worden hierna aangeduid als [appellant] en Thiel.

1. Het verdere verloop van de procedure

1.1 Voor het verloop van de procedure tot dan toe verwijst het Hof naar zijn vonnis van 19 september 2006. Bij dat vonnis heeft het Hof het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 31 oktober 2001 vernietigd en, opnieuw rechtdoende, Thiel veroordeeld aan [appellant] te betalen een bedrag van Afl. 205.000,-, te verminderen met een bedrag van Afl. 130.000,-, voor zover dit bedrag door Thiel aan [appellant] is betaald en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 april 1999 tot aan de dag van voldoening, met veroordeling van Thiel in de proceskosten. Bij arrest van 11 juli 2008 heeft de Hoge Raad het vonnis van het Hof vernietigd en het geding naar het Hof verwezen ter verdere behandeling en beslissing.

1.2 Beide partijen hebben een memorie na cassatie ingediend. Vonnis is gevraagd en nader bepaald op heden.

2. De verdere beoordeling

2.1 Ten aanzien van de door het Hof bij vonnis van 19 september 2006 begrote schade, is [appellant] in cassatie met succes opgekomen tegen het oordeel van het Hof dat bij die begroting geen rekening behoefde te worden gehouden met het rapport van Ergonomics N.V. zoals overgelegd ter comparitie op 16 november 2004 (hierna: het Ergonomics-rapport). Het Hof zal bij de beoordeling van de door [appellant] gevorderde schadevergoeding alsnog het Ergonomics-rapport betrekken.

2.2 Ter comparitie van 20 januari 2004 heeft [appellant] zijn bij memorie van grieven gedane eis, die was gebaseerd op het daarbij overgelegde rapport van Caribbean Accounting & Tax Consultants N.V., verminderd op basis van een schadebegroting van Ergonomics N.V. d.d. 13 januari 2004. Uit het proces-verbaal van de comparitie van partijen d.d. 16 november 2004 volgt dat [appellant] het Ergonomics-rapport in het geding heeft gebracht ter onderbouwing van de tot dan toe berekende schade. In het rapport zelf wordt gerefereerd aan het vonnis van 19 oktober 2004 waarin is overwogen dat ter comparitie de door [appellant] gepresenteerde schadeposten aan de orde zullen komen. Het Hof gaat er daarmee vanuit dat voor zover in het Ergonomics-rapport andere schadeposten of bedragen worden genoemd (of bepaalde schadeposten juist niet langer worden opgevoerd) dan in het rapport van Caribbean Accounting & Tax Consultants N.V. of in de schadebegroting van Ergonomics N.V. d.d. 13 januari 2004, [appellant] in zoverre niet langer wilde vasthouden aan de in deze eerdere rapporten/schadebegrotingen gemaakte berekening van de schade maar het Ergonomics-rapport als de onderbouwing van de door hem tot op dat moment geleden schade aan het Hof wilde presenteren.

2.3 Thiel heeft zich bij memorie na cassatie uitsluitend uitgelaten over de kwesties van de inkomensderving en de verrekening van een bedrag van Afl. 80.000,- met de aan [appellant] toekomende vergoeding voor door hem geleden immateriële schade. Daarmee lijkt Thiel zich onvoldoende ervan bewust te zijn geweest dat het Hof gelet op de uitspraak van de Hoge Raad het gehele Ergonomics-rapport met de daarin genoemde schadeposten en bedragen in de beoordeling zal betrekken. Thiel had voorafgaande aan de cassatieprocedure nog niet de gelegenheid gehad zich daarover uit te laten. Zij zal daarom daartoe alsnog in de gelegenheid worden gesteld. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de rol voor akte aan de zijde van Thiel.

2.4 Bij memorie na cassatie heeft Thiel gesteld de ongevallenuitkering van [appellant] van de SVB aan te vullen tot 100% van het door hem laatstelijk genoten inkomen bij Thiel. Met deze stelling is nog altijd niet duidelijk welk inkomen dit betreft en of daarbij ook rekening is gehouden met een vergoeding voor overwerk (vgl. blz. 8 van het Ergonomics-rapport en conclusie A-G onder 2.5.2). Nu dit voor de beoordeling van de door [appellant] gevorderde schadevergoeding als gevolg van inkomensderving wel relevant is, wordt Thiel verzocht om in de te nemen akte, concreet en specifiek, duidelijk te maken welke berekening aan de aanvulling op de uitkering ten grondslag ligt. Uit deze berekening zal moeten blijken welk inkomen tot uitgangspunt is genomen en of (en zo ja, in welke mate) rekening is gehouden met een vergoeding voor overwerk. Bij de te nemen akte zal Thiel tevens kunnen meedelen of [appellant] inmiddels in de (opnieuw) door Thiel aangeboden portiersfunctie werkzaam is en zo ja, hoe het arbeidsreïntegratietraject verloopt.

2.5 Ten aanzien van de kwestie in hoeverre op de voor de immateriële schade toe te kennen vergoeding een bedrag van Afl. 80.000,- in mindering mag worden gebracht, heeft Thiel bij memorie na cassatie volstaan met een aanbod om tegen finale kwijting dit bedrag van Afl. 80.000,- te voldoen (onverminderd het aanbod om inkomensderving voor [appellant] in de toekomst te voorkomen). Daarmee heeft Thiel zich niet erover uitgelaten in hoeverre dit bedrag, in het licht van de omstandigheden van het geval, als een door [appellant] genoten voordeel op de aan hem toe te kennen schadevergoeding in mindering kan worden gebracht (zie ook conclusie A-G onder 2.11-2.13). Desgewenst zal Thiel zich ook daarover bij de te nemen akte nog (nader) kunnen uitlaten.

2.6 Tenslotte zal Thiel zich bij de te nemen akte kunnen uitlaten over de vraag welke betalingen zij reeds aan [appellant] heeft gedaan en in hoeverre die betalingen van belang zijn voor de door Thiel nog verschuldigde wettelijke rente (zie Hoge Raad onder 3.9).

2.7 [appellant] zal op de door Thiel te nemen akte kunnen reageren.

2.8 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

BESLISSING

Het Hof:

verwijst de zaak naar de rol van 21 april 2009 voor akte aan de zijde van Thiel zoals bedoeld in r.o. 2.3 - 2.6;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mrs. Van Unen, Wattel en Lock, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken op 24 maart 2009.